• blad nr 4
  • 1-4-2023
  • auteur M. Lange 
  • Redactioneel

 

Flex zit privéleven in de weg

Tijdelijke contracten in het universitair onderwijs hebben grote invloed op het privéleven van docenten en onderzoekers. “Omdat mijn baan onzeker was, kon ik voor mijn gevoel steeds maar niet beginnen aan kinderen.”

Een docent die acht jaar lang telkens een tijdelijke aanstelling kreeg, is Tim Kassenberg. Hij is 32 en geeft Engelse taalvaardigheid binnen de bachelor Engels en Europese Talen en Culturen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Sinds twee jaar heeft hij een vast contract. Maar in de zomer van 2019 was zijn positie minder florissant. Zijn contract liep af en omdat hij niet meteen een andere onderwijsbaan kon vinden met voldoende uren, moest hij zijn woning in Groningen opzeggen. “Ik voorzag dat ik mijn studio niet meer zou kunnen betalen, of dat ik alleen maar droog brood zou kunnen eten”, zegt hij. “Ik vroeg mijn ouders of ik weer bij hen kon komen wonen.”
Dat tijdelijke contracten zorgen voor stress en onzekerheid op het werk, weten we al uit eerdere artikelen en onderzoeken. Zo moet er telkens afscheid genomen worden van (andere) goed functionerende tijdelijke collega’s, gaat elke keer kennis en kwaliteit verloren en moeten steeds nieuwe collega’s ingewerkt worden, wat een tijdrovende taak is.
Maar tijdelijke contracten beïnvloeden ook het privéleven van docenten en onderzoekers. “Het is een enorme verstoring van je leven als je op 29-jarige leeftijd weer bij je ouders moet intrekken omdat je de huur niet kunt betalen”, zegt Kassenberg. “En ik heb geluk, omdat ik een goede relatie heb met mijn ouders en zij niet ver van Groningen wonen.” Zijn ouders wonen in Drenthe. Een uur met de bus naar Groningen. “Dat is te doen. Al is het wel allemaal extra tijd. Vanuit mijn studio was ik in tien minuten op de fiets op mijn werk.”
Zijn ouders hadden onmiddellijk begrip voor de situatie van hun zoon. Ze hebben drie studerende kinderen en ook hun jongste zoon, die net klaar was met zijn studie, kwam weer thuis wonen. Alleen de middelste woonde op zichzelf. Tim: “Het was alsof we terug waren in de middelbare schooltijd. ‘s Avonds zaten we met zijn vieren aan tafel. We konden nu wel allemaal koken. We hadden een kookrooster, een rooster voor klusjes en boodschappen. In die zin draaide het huishouden gesmeerd. Maar het is ook aanpassen, je bent je eigen leven en privacy gewend.”
Eerder had Kassenberg collega’s hetzelfde zien overkomen. De tijdelijke overeenkomst kon niet worden verlengd en voor een vaste aanstelling was op de universiteit geen ruimte. Onzekerheid over de toekomst deed ze de huur van hun woning opzeggen. “Toen het mij gebeurde was ik niet geschokt, ik had het bij anderen al zien gebeuren, maar dit is niet zoals je het wenst”, zegt hij. Zeker als je de situatie vergelijkt met leeftijdsgenoten in andere banen met meer zekerheid en stabiliteit, vervolgt hij. Op het moment van het opzeggen van de huur wist hij niet hoe zijn inkomen zich zou gaan ontwikkelen. “Ik hield rekening met omscholing, terwijl lesgeven op de universiteit het allerbeste bij mij past.” Na een kleine negen maanden belde zijn baas om te vragen of hij wilde terugkomen op de universiteit. De universiteit kon dit keer op termijn een vaste baan aanbieden. “Als je ouders ver weg wonen, heb je niet de mogelijkheid om zo’n periode te overbruggen. Voor buitenlandse docenten is dat nog moeilijker.”

Altijd presteren
Dertig procent van de universitair docenten heeft een tijdelijk contract. Eerdere onderzoekscijfers van de AOb laten dat zien. Vorig jaar nam het aantal toe met 1 procent. Bij docenten zonder onderzoekstaken werd dat aandeel zelfs twee keer zoveel als een jaar eerder: 61 procent.
Marieke Buil (39) is ontwikkelingspsycholoog en universitair docent en onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Dertien jaar lang werkte ze op een tijdelijk contract. Die tijdelijkheid gaf haar het gevoel dat ze niet aan een gezin kon beginnen. “Ik ben ontwikkelingspsycholoog en weet hoe belangrijk het is om een stabiele thuissituatie te creëren voor een kind, een thuissituatie met weinig stress. Mijn man en ik wilden geen ouders worden in een onzekere situatie. Waar werk ik over twee jaar? In Amsterdam, Leiden, Groningen, misschien Maastricht? Zoveel opties heb je als universitair docent en onderzoeker niet. Bovendien ben ik hoofdkostwinnaar. Ik verdiende bijna twee keer zoveel als mijn man en ook dat gaf mij stress, want veel zou afhangen van mijn werksituatie.”
Ze stelde zwanger worden daarom steeds weer uit. Uiteindelijk werd Marieke op haar 38ste toch zwanger. “Ik heb gewacht tot het moment van het is nu of nooit. Dat we het aandurfden was omdat we vertrouwden op ons sociaal netwerk met lieve ouders en schoonouders en vrienden. Als het nodig was, zouden we op ze kunnen terugvallen. Maar als je bijna veertig bent wil je financieel onafhankelijk zijn en voor je eigen kind kunnen zorgen.”
De zwangerschap viel precies in een periode van het aflopen van een tijdelijk contract. “Als je dan eenmaal het plan hebt om toch voor een kind te gaan, lukt dat vaak ook niet meteen. Toen ik zwanger was liep mijn contract af. Het was een spannende periode. Met een tijdelijk contract moet je elke keer knallen, je beste paper schrijven, super hoog presteren om collega’s voor te blijven bij sollicitaties. Toen Lilli geboren was, heb ik haar extra vroeg naar de opvang gebracht om weer aan het werk te kunnen en mijn cv goed te houden. En ik heb gewerkt tot op de dag dat ik in het ziekenhuis werd ingeleid.”
Sinds een jaar heeft Buil een vast contract op de Vrije Universiteit. Daarmee is een enorme druk van haar schouders gevallen. Ze had vaak kenbaar gemaakt dat ze een vast contract miste, maar iedereen zei altijd: daar kan ik niks aan doen. “Het maakte niet uit naar welke laag ik ging op de universiteit. De personen die zeiden ‘daar kan ik niks aan doen’, hadden wel een vast contract.” Als ze eerder een vast contract had gehad, had ze, zoals veel van haar vriendinnen, zwanger willen worden tussen haar 30ste en 35ste. Geëmotioneerd zegt ze: “Ik heb er nu veel spijt van dat we niet eerder aan een gezin zijn begonnen. Onze dochter is anderhalf en ik gun haar een broertje of zusje. Nu ben ik bijna veertig en dan zijn er meer risico’s tijdens de zwangerschap.”

Verhuismoe
Rui Santos* is 29 en docent cultuur en media aan de Rijksuniversiteit Groningen. Sinds 2019 werkt hij op een tijdelijk contract met een aanstelling van 0,9 fte. Zijn contract is al twee keer verlengd en loopt aan het eind van dit schooljaar af. Hij heeft geen idee wat er straks met hem zal gebeuren. Om zijn kansen op een vaste aanstelling niet te verkleinen, wil hij niet met zijn echte naam in het Onderwijsblad. “Het feit dat ik geen vaste aanstelling heb, maakt het moeilijk voor mij om me echt thuis te voelen in Groningen”, zegt hij. Collega’s en professoren raden hem goedbedoeld aan om op posities te solliciteren op andere universiteiten in Nederland of in het buitenland. Maar, zegt hij, dat past helemaal niet bij mij. “In het universitaire wereldje is het normaal geworden dat je overal naartoe verhuist voor je vak. Maar ik wil helemaal niet verhuizen. Als kind verhuisden we zo vaak, dat ik verhuismoe ben. Ik kwam naar Groningen om te studeren en merkte al snel dat ik me in deze stad wilde settelen. Ik heb een kennissenkring opgebouwd met sterke banden, bijna als familie. Alleen mijn werk werkt niet mee.”
Zijn situatie frustreert hem. Hij houdt van zijn baan en van de universiteit. Maar, zegt hij, “ze houden niet van mij”. Althans, niet op de manier waarop hij het zou wensen. “Ze appreciëren mijn werk en daarom wordt mijn contract steeds verlengd. Mijn onderzoeksvoorstellen vinden ze ook goed, maar voor toponderzoekers kijken ze liever over de grens, zoeken ze internationale wetenschappers. Ik vraag me af waarom een toponderzoeker niet ook uit Groningen zou mogen komen?”
Hij wil niet hoeven kiezen tussen zijn geliefde stad en zijn geliefde werk. Maar de situatie dwingt hem. “Ik ben niet langer bereid om zo behandeld te worden. Het kan ertoe leiden dat ik de universiteit verlaat en op zoek ga naar een data-analyse baan. Het inspireert me niet bepaald, lesgeven is waar ik passie voor voel, maar een andere baan geeft me meer zekerheid en vooral de kans om me echt thuis te gaan voelen in deze stad.”
Voor Tim Kassenberg kwam de mogelijkheid om terug te keren naar de stad die hij net had verlaten. Toen ze hem een nieuw contract aanboden, moest hij op zoek naar een woning. Via via kon hij een appartementje kopen als hij de financiering wist rond te krijgen. “Met een tijdelijk contract met uitzicht op een vast contract, lopen ze bij de bank niet warm. hr wilde geen intentieverklaring afgeven dat ik op termijn een vast contract zou krijgen. Uiteindelijk is het gelukt met een dure hypotheekadviseur. Ik moest een motivatiebrief schrijven om die ene hypotheekverstrekker die met mij in zee wilde te overtuigen dat er altijd werk is voor mij. De positie van tijdelijke docenten is dat ze permanente stutpalen van de universiteit zijn. Dat heb ik ook geschreven aan die hypotheekverstrekker. Het gaf veel stress, maar ik heb het financieel rond kunnen krijgen, puur met mijn eigen overtuigingskracht.”

*) De echte naam van Rui Santos is bij de redactie bekend

{kader}
What the flex
Tijdelijke contracten zijn de AOb al jaren een doorn in het oog. In de inzet van de bonden voor een nieuwe cao op de universiteiten eisen ze meer en sneller vaste contracten, met name voor onderzoekers en docenten.
Vorige maand reed de AOb langs onderwijsinstellingen in het land met een bus van AOb-afkickkliniek Whattheflex om bestuurders met een flexverslaving bij te staan. “Ik hoop dat we veel bestuurders kunnen genezen van hun verslaving”, zegt AOb-voorzitter Tamar van Gelder. “En deze protestactie is met een knipoog, maar het probleem is dat zeker niet. Er zijn veel te veel mensen die van tijdelijk contract naar tijdelijk contract moeten leven. In een tijdelijk contract kun je niet wonen. Dat is funest voor je toekomstplannen, je privéleven en dus voor de kwaliteit van het werk dat je kunt leveren.”
Ga naar Whattheflex.nl

Dit bericht delen:

© 2024 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.