• blad nr 2
  • 1-2-2023
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

De loonkloof woekert als onkruid op een verwaarloosd terras

De op Facebook ontstane actiegroep ‘PO in Actie’ maakte het punt, D66 bracht het naar het regeerakkoord, de loonkloof tussen primair en voortgezet onderwijs is niet meer. Die loonkloof is in vroegere dagen ontstaan omdat onderwijzers generalist zijn en docenten vakspecialisten. En ja, de onderwijzer werkt met een groep kinderen aan meerdere vakken, de docent zet elk lesuur een andere groep aan tot leren in dat ene vak. Maar alle leraren hebben minimaal een hbo bachelor en geven les. Kortom, gelijk opleidingsniveau en ongeveer gelijk werk maken gelijk belonen logisch en rechtvaardig. Een argument dat resulteert in de eerste politieke succeservaring van de beroepsgroep leraar sinds 1975, het jaar dat leraren de middenschool uit de lucht schoten.
Probleem opgelost? Nou, nee. Verschillend belonen voor gelijk werk bestaat namelijk in het voortgezet onderwijs nog steeds. Deze loonkloof vindt zijn oorsprong in een functiegebouw met vier schalen voor twee soorten leraren, eerste- en tweedegraads, ooit beloond met de schalen 10 (nu LB) en 12 (nu LD). De functiemix uit 2008 voegt hier twee schalen aan toe, LC en LE. Scholen beschrijven functies met een profiel, plaatsen daar hun personeel in en belonen van daaruit verschillend. Zo ontstaat eerst een externe loonkloof. De ene school gebruikt LE en betaalt leraren voor de klas in de bovenbouw havo/vwo zo veel mogelijk LD. De ander negeert LE en geeft LD vooral aan leraren met managementtaken.
Daarnaast vormt zich een interne loonkloof. Die komt voort uit de begrenzing van het budget en verworven rechten van zittend personeel. De school die kiest voor eerstegraads op bovenbouw havo/vwo in LD, kan dat niet betalen. Kortom, de één heeft hem, vele anderen niet. Bij vertrek ontstaat een run op die ene vrijkomende functie. Dit herhaald spel is als een telefonische wachtrij bij een klachtenlijn. Soms neemt iemand op, vaak niet, nog vaker verbreek je zelf de verbinding. En dan is er nog LC, de schaal met de ronkende functieprofielen die niet verhullen dat al deze leraren hetzelfde werk doen; lesgeven, beoordelen en samenwerken. De enige echte verschillen tussen leraren zijn opleidingsniveau en prestaties. Prestatiebeloning kennen we niet, opleidingsniveau doet hier niet mee en dus is de plaatsing in LC bijna altijd gekoppeld aan malle nep-verantwoordelijkheden rond de ontwikkeling van whatever.
De loonkloof werd een punt nadat PO in Actie de media veroverde. Tamboeren op het principe gelijke beloning voor gelijk werk, in een tijd van tekorten, het werkte. Maar in het voortgezet onderwijs woekert de loonkloof nog steeds als onkruid op een verwaarloosd terras. Politici, vakbonden en werkgevers kijken de andere kant op en fluiten hun zelfgenoegzame deuntje. Het karwei zit er voorlopig weer even op. Tijd dat VO in Actie zichzelf opblaast met woede, om die vol in het gezicht van deze regenten te spugen.

Dit bericht delen:

© 2024 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.