• blad nr 1
  • 1-1-2023
  • auteur . Overige 
  • Opinie

 

Pedagogisch medewerker moet leren lesgeven aan kleuters

Het brein van een kleuter werkt nog wezenlijk anders dan dat van een schoolkind, schrijft Elly Dienske. Pedagogisch medewerkers die zich bekwamen in het lesgeven aan kleuters kunnen een structurele bijdrage leveren aan het oplossen van het lerarentekort.

Toen in 1985 de kleuterschool opging in het basisonderwijs en de pabo ontstond, verdween wonderlijk genoeg ook de kennis van het onderwijs aan kleuters. Alsof in één klap de kennis van de driejarige kleuterleidstersopleiding KLOS niet meer nodig was.
De methodiekdocenten verdwenen van het toneel en leerkrachten op de stagescholen werden geruisloos opgezadeld met het opleiden van hun toekomstige collega’s. Naast de praktische opleiding, kon de theoretische daar kennelijk ook nog wel bij.
Dit alles heeft de gangbare misvatting tot gevolg gehad, dat kleuters op dezelfde manier leren als schoolkinderen en geen aparte aanpak nodig zouden hebben.
We dwingen kleuterleerkrachten om, tegen hun professionele overtuiging in, kinderen te forceren in hun ontwikkeling. Terwijl we blij zouden moeten zijn met hun kennis en inzet om ieder kind te geven wat het nodig heeft om zich voor te bereiden op het echte schoolwerk in groep 3.
Sinds september 2020 experimenteren zeven pabo’s met aparte specialisaties voor het jonge en oudere kind. Met deze pilot proberen docenten van de pabo het wiel opnieuw uit te vinden, of vragen we oplossingen aan studenten die sowieso nog niet weten dat er een wiel mist. Vraag het liever aan degenen die elke dag met kleuters werken en al jaren weten dat ze geen kwaliteit meer kunnen leveren.
Zij hebben te maken met studenten die met niet-passende opdrachten hun groep in komen. Juist de besten onder hen zien op deze manier het onderwijs niet meer zitten en haken voortijdig af.

Uitval
De meer dan vijfduizend leden van de Werk- en Steungroep Kleuteronderwijs weten dat het zo niet langer kan en komen op voor onderwijs dat recht doet aan de ontwikkeling van het kind. Wij zien realistische mogelijkheden om achterstanden en uitval van kinderen te voorkomen en om meer leraren aan het werk te houden en te krijgen.
We pleiten allereest voor meer onderzoek dat verder onderbouwt dat het brein van een niet-leesrijpe kleuter verschilt van dat van een leesrijp schoolkind. Uit de tussenevaluatie van de pilot met de zeven pabo’s is begin november gebleken dat de instellingen en studenten een opsplitsing niet zien zitten.
Wij zijn ook niet voor opsplitsing, maar voor ongedeelde pabo’s met differentiaties voor het jonge kind en het oudere kind. Binnen die specialisatie moeten studenten meer leren over de neurologische en psychologische ontwikkeling van kinderen. Daarnaast pleiten wij voor goed georganiseerde mogelijkheden om de bevoegdheid na het behalen van één van de twee specialisaties alsnog te verbreden.
Het is ook nodig om wetenschappelijke kennis over de ontwikkeling van jonge kinderen toe te voegen aan het curriculum van opleidingen voor pedagogisch medewerkers. Daarmee kunnen zij zich bekwamen in het lesgeven aan kleuters. Mensen die deze opleiding gevolgd hebben, zouden in de toekomst gecertificeerd moeten worden voor het lesgeven aan de groepen 1 en 2 van het basisonderwijs.

Kinderbrein
Ons eerste en belangrijkste punt, de behoefte aan wetenschappelijk onderzoek over het kinderbrein, is noodzakelijk om weerstand te bieden aan de gevestigde orde, die al decennialang de toon zet binnen het onderwijs. In verband met laaggeletterdheid bijvoorbeeld dringt men erop aan om nog vroeger te beginnen met het inprenten van letters, vanuit het motto: oefening baart kunst. Dat kan juist zijn voor veel educatieve activiteiten, maar niet wanneer het kind er qua ontwikkeling nog niet aan toe is. Dan is het zelfs schadelijk. Onderzoek waaruit blijkt dat het kleuterbrein anders functioneert dan het brein van een schoolkind zal de noodzaak aantonen van een andere aanpak van onderwijs. En daarmee de noodzaak van een specialisatie voor het jonge kind op de pabo.
Het verbreden van de opleiding voor pedagogisch medewerkers zou een wezenlijke bijdrage kunnen leveren in de strijd tegen het lerarentekort. Het argument dat scholen niet zullen kiezen voor studenten met maar één specialiteit, omdat zij niet breed inzetbaar zijn, snijdt geen hout. Het is juist goed als studenten kiezen voor een leeftijd die het best bij hen past. Het roer moet om en dat is geen onmogelijke opgave.

Elly Dienske is oud-leerkracht in het basisonderwijs en lid van de Werk- en Steungroep Kleuteronderwijs.

Dit bericht delen:

© 2024 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.