• blad nr 1
  • 1-1-2023
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

 

Strijd tegen lerarentekort op achterstandsscholen vergt meer dan extra salaris

De arbeidsmarkttoelage voor personeel op achterstandsscholen is een blijvertje. Na twee jaar wordt de tijdelijke maatregel na de zomer structureel. Of de toelage effectief is, wordt op zijn vroegst eind 2023 duidelijk.

SBO De Poldervaart zoekt een superleerkracht! 0,6–1,0 werktijdfactor- met zicht op een vaste aanstelling. En als extra: De Poldervaart is een school die gebruik maakt van de arbeidsmarkttoelage. Dit betekent een leuke maandelijkse aanvulling op je salaris.

Toen de arbeidsmarkttoelage voor achterstandsscholen in het primair en voortgezet onderwijs in 2021 plotsklaps werd ingevoerd, waren scholen nog huiverig om met het extraatje te adverteren. Niet zo gek, want het was een tijdelijke maatregel voor twee schooljaren. Een meevaller voor het personeel van de 15 procent scholen met de hoogste achterstandsscore, overal in het land.
Nu de toelage na de zomer structureel wordt, volgens afspraken in het regeerakkoord en het onderwijsakkoord, is die schroom er af. Inmiddels is het ‘een leuke maandelijkse aanvulling’ geworden, zoals schoolbestuur Primo Schiedam het hierboven omschrijft op een vacaturesite.
En inderdaad, de bonus tikt aan. Voor al het personeel op de betrokken scholen: ondersteuner, leraar en de directeur. Gemiddeld gaat het om 8 procent, in het po ligt dat vaak wat hoger, in het vo lager.
In februari gaan het ministerie, de vakbonden en de onderwijswerkgevers met elkaar om de tafel om te kijken hoe de tijdelijke maatregel definitief in de cao verwerkt gaat worden. Eén ding is zeker: voor het po gaat in de nieuwe cao-afspraak het percentage omlaag, zo laat de onderwijsbegroting zien. Achtergrond bij die verlaging is dat de lerarensalarissen in het po zijn opgetrokken naar het niveau van het vo, waardoor ook de toelage gelijkgetrokken kan worden en minder kost. Hoe het allemaal precies uitpakt, moet nog blijken, de onderhandelingen over dit onderdeel van de nieuwe cao starten volgende maand.

Effectiviteit
De belangrijkste vraag blijft overeind: heeft de toelage zin? Volgens het ministerie is deze ingevoerd omdat scholen met veel leerlingen met een risico op onderwijsachterstanden meer moeite hebben om personeel te vinden en te behouden dan andere scholen.
Het kabinet Rutte IV, dat de arbeidsmarkttoelage als blijvertje in het regeerakkoord opnam, heeft het volste vertrouwen in de effectiviteit. Maar het CPB onderzoekt nog of door de bonus personeel behouden blijft en of er meer leraren naar achterstandsscholen overstappen. De eerste resultaten zijn op zijn vroegst eind 2023 bekend, het definitieve rapport volgt nog een jaar later. Schoolbesturen die de toelage krijgen, oordelen ondertussen wisselend.
“Bij ons werkt het, voor het behoud van mensen is het belangrijk”, zegt Harry Dobbelaar, bestuurder van Zonova. Dit schoolbestuur in Amsterdam Zuidoost telt negentien basisscholen, waarvan er achttien in aanmerking komen voor de arbeidsmarktoelage. Alle personeelsleden van die scholen krijgen er maandelijks 10,5 procent bij. Daarbovenop komt de Amsterdam-toelage van bijna 2.000 euro bij een fulltime baan. “Evaluatie door onderzoeksbureau Regioplan in Amsterdam laat zien dat leraren beloning belangrijk vinden”, aldus Dobbelaar. “Ongeveer twee derde geeft dat aan als factor om in de stad te werken of te blijven werken. Het tekort is in de stad overal toegenomen, het verschil tussen scholen met veel leerlingen met een risico op achterstand en andere scholen is ongeveer gelijk gebleven. De toelagen blijken dus te werken om medewerkers te behouden.”

Amsterdam Zuidoost
Niet dat daarmee de problemen zijn opgelost, het tekort in heel Amsterdam en dus ook in Zuidoost blijft hoog. “Het bestrijden van het tekort is een kwestie van een én, én, én aanpak. Dus naast de toelage parkeerplaatsen regelen, we betalen als bestuur zelf een ruimere reiskostenvergoeding, we hebben met een grote woningbouwstichting afspraken over huisvesting van leerkrachten, we organiseren ruime mogelijkheden voor scholing en ontwikkeling, enzovoort. Daar past bij dat op scholen met veel leerlingen met een hoger risico op achterstand het personeel beter wordt beloond.”
Dobbelaar vindt dat er meer moet gebeuren. Eén van de scholen werkt met een aangepast programma, een vijfdaagse schoolweek met vier langere lesdagen en een talentendag. Die laatste wordt door ander personeel ingevuld. “Dat brengt veel rust. We gaan nu kijken hoe we ook op andere scholen meer flexibiliteit kunnen organiseren. Want we willen graag bevoegde leerkrachten voor de groep, maar er zijn niet voldoende leraren, dus dat vraagt om meer ruimte in regelgeving.”

Onderscheid
Vanwege de tijdelijkheid van de toelage koos het Haagse schoolbestuur Lucas Onderwijs bij de start voor een duidelijk onderscheid tussen salaris en bonus. De toelage wordt niet maandelijks, maar eenmaal per kwartaal uitgekeerd. “Als je de toelage maandelijks betaalt, voelt dat al heel snel als iets structureels”, aldus Marja Holsheimer, hoofd van de afdeling human resource management. “Bij de start bestond daar nog grote onzekerheid over, dus wilden we voorkomen dat het als structureel deel van het salaris werd gezien.”
Bij Lucas krijgen 20 van de 47 po-scholen de toelage en 15 van de 34 vo-scholen. Volgens de regeling kan die per vestiging variëren tussen 5 en 12 procent. In overleg met de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad is dat 8,5 procent voor het personeel in het po geworden en 7,5 in het vo. Maar heeft de toelage effect? “Nee, het heeft ons niet geholpen”, zegt Holsheimer resoluut. “Noch in het primair noch in het voortgezet onderwijs.”
Het tekort is zo groot, dat zo’n toelage weinig effect kan hebben. “Je haalt geen vissen uit een lege vijver, daar verandert een extra toelage niets aan. Dat probleem zie je niet alleen bij de arbeidsmarkttoelage, maar bij al het extra budget uit het Nationaal Programma Onderwijs. Er is onvoldoende personeel.”
Het schoolbestuur zet daarom vooral in op het verminderen van de werkdruk. Volgens Holsheimer is het onvermijdelijk om discussie te voeren over de definitie van onderwijstijd. “Wanneer er in het basisonderwijs iemand zich ziekmeldt, is er geen les wanneer je geen bevoegde vervanger hebt. In het voortgezet onderwijs is dat makkelijker op te lossen, daar kan iemand toezicht houden op zelfstandig werkende leerlingen. En in zijn algemeenheid is sleutelen aan de onderwijstijd niet de juiste oplossing, die ligt in het anders organiseren, meer ruimte voor ander personeel.”

Zonder overleg
Een ‘Sloblossing’, noemde AOb-bestuurder Thijs Roovers de invoering van de arbeidsmarkttoelage. Bonden en werkgevers weigerden in 2021 om de toelage toen al in de cao in te passen, omdat het om een tijdelijke maatregel ging. “Niemand is tegen het aantrekkelijker maken van het beroep”, zegt hij daar nu over, “maar het werd destijds zonder enig overleg het onderwijs ingeflikkerd en was niet structureel.”
Inmiddels is er wel structureel geld voor de toelage. AOb-leden die hem krijgen, zijn er volgens Roovers gewend aan geraakt en zien deze niet zo graag weer verdwijnen. Maar hij mist nog steeds harde gegevens dat het werkt. “En we zitten nog steeds met de ongelijkheid tussen scholen. Een school met een 14 procent hoogste achterstandsscore krijgt niets en die met een score van 16 procent alles. Scholen die een paar honderd meter van elkaar vandaan liggen, hebben vaak een groot verschil in budget. Dat valt niet uit te leggen.” Bovendien bestaat de kans dat leraren van scholen die net geen bonus krijgen, overstappen naar een school met toelage. “Het probleem verschuift dan alleen maar.”

Kritisch
Werkgeversorganisaties zoals de PO-raad waren destijds kritisch, maar gaan nu net als de bonden met het ministerie om tafel om te kijken in welke vorm de arbeidsmarkttoelage in de cao een plek kan krijgen. “Dat is afgesproken in het onderwijsakkoord en daar staat onze handtekening onder”, aldus woordvoerder Thijs den Otter van de PO-raad. De schoolbesturen oordelen wisselend over de maatregel, merkt hij. Positief bij de scholen die de toelage hebben, negatief bij degenen die het nakijken hebben. Voor de groep scholen die wel veel achterstanden hebben, maar geen geld voor de toelage krijgen, wil de PO-raad samen met bonden en ministerie bekijken “of het contrast wat minder groot kan worden”.

{kader}
Werken met uitdagende leerlingen wordt minder aantrekkelijk
Bij de eerste tekortgolf, in 2001, werd al snel duidelijk dat achterstandsscholen relatief meer last hadden van het gebrek aan bevoegde leerkrachten. Toenmalig inspecteur-generaal Kete Kervezee pleitte daarom voor het beter betalen van leerkrachten in achterstandswijken.
Het kwam er niet van want het lerarentekort verdween weer, voor even. Toch kent het onderwijs twee regelingen die je als toelage zou kunnen beschouwen. Het speciaal onderwijs beloont leraren vanouds in een hogere schaal dan het basisonderwijs. Bovendien waren ook daar de klassen kleiner. Die combinatie maakte het werken aantrekkelijk genoeg om personeel te trekken.
In het voortgezet onderwijs kregen scholen met de introductie van de functiemix in 2008 in de Randstad budget om meer leraren in hogere schalen te plaatsen. Als tegemoetkoming voor de hogere kosten van levensonderhoud. Het zou moeten voorkomen dat leraren wegtrekken naar scholen buiten Randstad. In een studie uit 2015 stelt het CPB vast dat deze salarisprikkel nauwelijks werkt.
Intussen is de positie van het speciaal onderwijs en van achterstandsscholen drastisch veranderd. Door nieuwe regelingen, fusies en bezuinigingen zijn bij beide de klassen voller komen te zitten.
Dat heeft impact op de kwaliteit van het onderwijs en op de werkdruk. De aantrekkelijkheid om te werken op wat tegenwoordig wel ‘scholen met een uitdagende populatie’ heet, is zichtbaar afgenomen. Scholen voor speciaal onderwijs of met een hoge achterstandsscore hebben de grootste lerarentekorten. En in de grote steden is het nog een graadje erger.

{kader}

Kabinet zette toelage door, ondanks kritiek
De toelage voor de achterstandsscholen is er gekomen in drie stappen. Als eerste kozen de gemeente en schoolbesturen in Amsterdam er in 2020 voor om geld uit een noodplan voor de grote steden om te zetten in een bonus voor de stad en een extra toelage op achterstandsscholen. Andere grote steden gebruiken geld uit het noodplan voor het verminderen van de werkdruk met extra ondersteuners en meer begeleiding voor starters.
In het Nationaal Programma Onderwijs duikt begin 2021 opeens een arbeidsmarkttoeslag op voor de 15 procent scholen met de hoogste achterstandsscore. Daar is tussen de grote steden stevige discussie over geweest. Vooral Rotterdam is kritisch, maar de arbeidsmarktoelage komt er, aanvankelijk tijdelijk.
Bij de verkiezingen van 2021 heeft D66 de toelage in het verkiezingsprogramma staan en in het nieuwe regeerakkoord wordt die definitief. De Rotterdamse kritiek blijft overeind: als er een schreeuwend tekort aan leraren in het hele land is, heeft een bonus voor achterstandsscholen dan effect? Het CPB gaat het onderzoeken.

{kader}
Ondersteuners vangen tekort aan leerkrachten op

De laatste vijf jaar is in Nederland het aantal ondersteuners in het primair onderwijs fors gestegen, met ruim elfduizend fulltimebanen tussen 2017 en 2021. In het voortgezet onderwijs doet zich dezelfde trend voor, maar veel minder sterk. Ook het aandeel ondersteuners in het primair onderwijs is gegroeid.

Ondersteunend personeel po neemt werk van leraren over…

2017 2021
directie 7% 6%
leraren 76% 70%
ondersteunend 17% 24%

Bron DUO/OCW

Regio’s met veel achterstandsscholen krijgen de vacatures moeilijker vervuld en stellen bovengemiddeld veel ondersteuners aan. Op basisscholen is het aandeel zeker fors opgelopen in steden als Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Op sommige scholen, met name achterstandsscholen, loopt dat percentage volgens de cijfers van het ministerie van Onderwijs op tot 30 à 40 per team.

Randstad stelt meeste ondersteuners aan

Basisonderwijs, percentage ondersteuners
Den Haag 27%
Amsterdam 25%
Rotterdam 25%
Almere 21%
Flevoland 20%
Zeeland 18%
Zuid Holland 18%
Gemiddeld NL 18%
Noord Holland 17%
Limburg 17%
Utrecht stad 17%
Gelderland 17%
Utrecht provincie 16%
Groningen 15%
Noord Brabant 15%
Overijssel 15%
Drenthe 14%
Friesland 14%

Lerarentekort groter bij uitdagende populatie
Basisonderwijs 9%
Speciaal onderwijs 11%
Scholen met veel achterstandsleerlingen 13%
Vijf grote steden (G5) 14%
Speciaal onderwijs G5 16%
Scholen met veel achterstandsleerlingen (G5) 18%

Bron Centerdata

Dit bericht delen:

© 2024 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.