• blad nr 1
  • 1-1-2023
  • auteur J. Vreugdenhil 
  • Redactioneel

 

De pensioenen gaan flink omhoog. Hoe vol blijft de pot?

De verhoging van de ABP-pensioenen met 12 procent is begin van deze maand ingegaan. Wat betekent dat voor werkende en gepensioneerde AOb-leden? “We hebben weer luxe beleg op brood.”

“Voor werkenden is deze verhoging net zo gunstig als voor de gepensioneerden”, zegt AOb-beleidsadviseur Roelf van der Ploeg. “Hun toekomstige pensioen stijgt namelijk ook met bijna 12 procent.” Hij doelt op het besluit van Nederlands grootste pensioenfonds de pensioenen per 1 januari van dit jaar indexeren, meer daarover staat op pagina 79 van dit Onderwijsblad.
Van der Ploeg verklaart de keuze met een simpel voorbeeld. “Stel, je wilt iemand over tien jaar duizend euro geven, dan moet je daar, als de rente 0 procent is, nu duizend euro voor opzijzetten. Als de rente 10 procent is, dan is 400 euro opzijzetten genoeg. Dat is vergelijkbaar met wat er nu met de pensioenen gebeurt. Als de rente 0 procent is, dan is voor de toekomstig uit te keren pensioenen veel geld nodig. Maar als de rente oploopt, zoals nu, hoef je minder geld opzij te zetten om over tientallen jaren tot hetzelfde pensioenbedrag te komen.”

Rentestijging
De stijging van de pensioenen is te danken aan de rentestijging, waardoor het ABP minder in kas hoeft te hebben om de pensioenen te kunnen uitbetalen. Daarnaast mag het ABP dankzij een vorig jaar aangenomen motie het geld tijdelijk eerder uitgeven. Namelijk bij een dekkingsgraad van 105 procent, waar dat eerder 110 moest zijn. De afgelopen jaren kon het ABP niet indexeren, wat in de historie niet eerder voorgekomen was, omdat de rente 0 procent was en de dekkingsgraad te laag.
Van der Ploeg: “Indexeren is een afspraak die we onderling gemaakt hebben. Het betekent dat, wanneer er genoeg geld in kas is, het pensioenbedrag door het ABP geïndexeerd wordt met de prijsindex. De prijsindex is 11,96 procent, en dus gaan de pensioenen ook met 11,96 procent omhoog.”
De gepensioneerden voelen deze stijging direct in hun portemonnee, in plaats van 100 euro krijgen ze 112 euro per maand gestort. Voor jongeren betekent dit dat alles wat ABP nu uitkeert aan pensioenen niet in de pot blijft zitten. Daar zit voor deze groep dus wel een nadeel aan, want hoe groter de pot hoe groter de buffer. Voor de groep die tegen het pensioen aan zit, kan de pensioenverhoging net dat duwtje zijn om eerder te stoppen met werken. Van der Ploeg: “Ik hoor dat regelmatig om me heen. Dat de financiële overweging om eerder te stoppen met werken een hele dominante is. Hoeveel heb ik nodig, daar zijn veel bijna-gepensioneerden mee bezig. Deze verhoging kan net vier of vijf maanden verschil maken.”
Hoe zit dat met de maandelijkse pensioenpremie voor de werkenden, gaat die omhoog? “De premie gaat inderdaad iets omhoog, namelijk 2 procent. Dat heeft niets met de indexatie te maken, maar met de verwachting van minder rendement. De premiestijging van 2 procent wordt voor een groot deel, 70 procent, betaald door de werkgever, dus zijn de extra kosten voor de werknemer minimaal.”

Lees meer over de pensioenverhoging elders in dit nummer.

‘Ik zie die vakantie er toch weer aankomen’
Hans Nieuwkerk (71), voormalig leerkracht op een basisschool in Eindhoven

“Het werd steeds lastiger om rond te komen van ons pensioen. Alleen de boodschappen zijn al stukken duurder. Nou aten mijn vrouw en ik principieel al minder vlees, maar de laatste tijd hebben we daar extra op gelet. Omdat wij altijd naar een biologische boer gaan, wat flink duurder is, en omdat ons budget minder toereikend was. Daarbij bleek het onderhoud van ons huis ook lastiger te financieren, dus hebben we dat noodgedwongen uitgesteld. Nou heb ik nog mazzel, omdat ik nog maar zes jaar met pensioen ben. Terwijl er al twaalf jaar niet geïndexeerd is, wat veel oudere ex-collega’s geraakt heeft. Ik tel mijn zegeningen, dus deze verhoging hebben we er mooi bij. Dankzij de lobby naar de politiek van de AOb en FNV om de dekkingsgraad te verlagen. Als dat niet gebeurd was, hadden wij nu die 12 procent niet gekregen.
Mijn vrouw heeft ook een pensioen, opgebouwd in haar werkende leven als kunstenares, maar dat is stukken lager dan mijn pensioen. Ik heb 39 jaar in het onderwijs gewerkt. Op de dag dat ik 65,5 jaar was, mijn AOW-leeftijd, zei mijn werkgever: ‘Aju paraplu, je mag gaan!’ Terwijl ik zelf nog graag door had willen werken als leerkracht. Ik had het enorm naar mijn zin met de kinderen, de ouders en mijn collega’s. Alleen vond de directeur mij niet altijd even makkelijk, omdat ik door mijn nevenfuncties binnen de bond vaak beter wist wat er speelde binnen het onderwijs dan zij. Dat heeft waarschijnlijk meegespeeld. Mijn pensioen viel wel een beetje tegen. Maar met die 12 procent erbij, zie ik die vakantie er toch weer aankomen. En we hebben weer luxe beleg op brood.”

‘Het pensioen voelt ver weg voor me’
Saskia van Roy (45), docent aardrijkskunde op het Dendron College in Horst
“Ik heb niet veel kaas gegeten van het onderwerp pensioenen. Maar de verhoging van 12 procent voor de huidige gepensioneerden is natuurlijk prima. Het past bij de huidige inflatie en omdat de pensioenen de afgelopen jaren minder hard gestegen zijn, is het meer dan terecht. Ik denk ook niet, oh jeetje dat gaat van mijn eigen toekomstige pensioen af. Want naar mijn idee, althans dat is iets waar ik altijd vanuit ben gegaan, is mijn pensioen straks gelijk aan mijn huidige loon. Dit baseer ik op een korte berekening van alles wat ik nu per maand opzijzet in de vorm van een pensioenpremie. Die is zo hoog dat na meer dan veertig jaar werken in het onderwijs, in mijn geval, genoeg over moet zijn om straks goed van te leven. Als ik ervan uitga niet ouder te worden dan honderd tenminste. Daarbij is het de bedoeling dat tegen de tijd dat mijn man en ik met pensioen gaan onze vaste lasten minder zijn, daar zijn we heel bewust mee bezig. De planning is bijvoorbeeld dat de hypotheek dan volledig afgelost is. Een oudere collega hielp mij laatst wel uit de droom dat mijn pensioen ongeveer hetzelfde zal zijn als mijn huidige loon. Dat was schrikken, maar ik heb het tot nu toe nog niet uitgezocht. Het pensioen voelt ver weg voor me, maar ik moet me er echt een keer in gaan verdiepen. Dat ga ik in de vakantie doen, als ik tijd heb.
Het is ook geen onderwerp wat ik met mijn leeftijdsgenoten bespreek. Al helemaal niet met mijn collega’s op school. We bespreken wel onze loonstijging en rekenen die altijd om in menu’s van de McDonald’s. In vergelijking, en dat is het wrange, is de loonsverhoging van mijn man om te rekenen in menu’s van sterrenrestaurants. Ik ben bang dat dat ook geldt voor het verschil met mijn pensioen.”

‘Nu kan ik misschien eerder met pensioen’
Sandra Janssen-Esajas (57), docent aan het Orion College Amstel in Amsterdam
“Eigenlijk was ik totaal niet met mijn pensioen bezig tot het moment dat mijn collega, waar ik veel mee samenwerkte, vorig jaar met pensioen ging. Ineens drong tot me door dat het voor mij ook niet meer zo heel ver weg was. Nu praat ik er met collega’s regelmatig over. Alleen hebben vooral de jongeren niet veel met het onderwerp. Dat herken ik wel van vroeger bij mezelf. Nu is dat anders en denk ik na over stoppen met werken en welk moment dan handig is. Op de app van de ABP kan ik precies zien wat mijn pensioen in de toekomst zal worden. En dat ziet er niet slecht uit, omdat ik al vanaf mijn achttiende werk en pensioen opbouw. Ik schat nu in dat ik over vijf of zes jaar met pensioen kan. Door de verhoging van de ABP-pensioenen met 12 procent wordt dat misschien zelfs een paar maanden eerder. Al staat daar tegenover dat de ABP-leeftijd ook verhoogd is met drie maanden, dus denk ik niet dat het echt veel verschil gaat maken. Volgend jaar staat een afspraak met een ABP-medewerker op het programma om precies te berekenen wat een handig moment is. Niet dat ik mijn werk niet leuk vind, maar ik kijk vooral uit naar de vrijheden die het pensioen op gaat leveren. Onder andere de reizen die ik buiten de schoolvakanties om kan plannen. Wat lastig is aan deze materie, en waarom ik het waarschijnlijk steeds uitstel, is dat het slecht te voorspellen is. Omdat er continue veranderingen doorgevoerd worden en regelingen worden aangepast. Daar waar je vroeger eerder met pensioen kon als je dat wilde, door vervroegde uittreding en prepensioen, is dat nu niet meer mogelijk of moeilijker geworden. En over zes jaar, als ik met pensioen wil, kan het ook zomaar allemaal weer anders zijn. Dat maakt het wel spannend.”

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.