• blad nr 6
  • 1-6-2022
  • auteur M. Lange 
  • Redactioneel

 

Onderwijspersoneel vaker betrokken bij seksueel misbruik

De Onderwijsinspectie maakt zich zorgen over seksueel misbruik op scholen. Het aantal gemelde gevallen stijgt en een steeds groter deel van de meldingen gaat over leerkrachten en ander schoolpersoneel. Wat kunnen scholen doen?

Al enkele jaren op rij ziet Joke Schuur, vertrouwensinspecteur bij de Onderwijsinspectie, een toename van het aantal meldingen van seksueel misbruik en seksuele intimidatie op scholen. Sinds de onthullingen bij The Voice of Holland kreeg de inspectie 3,5 keer zoveel meldingen over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Volgens de Onderwijsinspectie is het een ‘significante’ stijging. Kwamen tot de uitzending van Boos dit jaar 17 meldingen binnen, een maand later waren dat er al 65. Veel slachtoffers schamen zich, weet Schuur. En zolang die schaamte er is, blijft het aantal meldingen veel lager liggen dan het werkelijke aantal gevallen.
In het schooljaar 2020/2021 is de vermeende dader in 74 procent van de meldingen van seksueel misbruik (91 gevallen) en seksuele intimidatie (176 gevallen), een volwassene die werkt in het onderwijs. In 2019/2020 was dit 68 procent en in 2018/2019 was het de helft. In de andere gevallen gaat het om seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen leerlingen.
Hoe het komt dat meer meldingen zijn over volwassenen, weet de inspectie niet. Ze doet daar geen onderzoek naar. Bureau Beke en ResearchNed brachten in 2020 een rapport uit met de titel Seksueel grensoverschrijdend gedrag in het onderwijs, waaruit blijkt dat een tendens moeilijk is vast te stellen. Vaak staan casussen op zichzelf. Twee jaar geleden haalde een geval met een gymdocent op een vmbo-school in Leerdam het nieuws. Tijdens de rechtszaak werd duidelijk dat de gymdocent seks heeft gehad met twee scholieren. Volgens de officier van justitie heeft hij waarschijnlijk meer slachtoffers gemaakt.

Schoolcultuur
Hoewel Beke en ResearchNed niet één duidelijke aanleiding vonden, meldt hun rapport wel dat sommige scholen weinig aandacht besteden aan gedragscodes en een open schoolcultuur. ‘Terwijl er wel behoefte is aan meer duidelijkheid over de gedragsregels en criteria om incidenten te duiden: enerzijds als handvat om afgewogen te kunnen beslissen om tot melding of aangifte over te gaan, en anderzijds preventief om de schoolcultuur en het bewustzijn te verbeteren.’
“We moeten inderdaad integer gedrag in het onderwijs zien te bevorderen”, zegt Schuur van de Onderwijsinspectie stellig. Dat gaat dan volgens haar niet alleen om seksueel misbruik en seksuele intimidatie, maar ook om fysiek en psychisch verbaal geweld en discriminatie. “Verbaal geweld kan heel beangstigend zijn, vooral voor jongeren en jonge kinderen.”
Dit kan door het in gang zetten van een open gesprek binnen de school. De vertrouwensinspectie gaat hierin samenwerken met het ministerie van Onderwijs, de sectorraden en de stichting School & Veiligheid. In een open schoolcultuur zou je een collega direct kunnen aanspreken op zijn gedrag, zegt Schuur. Dat valt in de praktijk niet bepaald mee. Hoe doe je dat, een collega aanspreken die je verdenkt van grensoverschrijdend gedrag of intimidatie? Schuur: “Als docent zou je kunnen zeggen: Ik zie dit gedrag bij jou, kunnen we het daar eens over hebben?” Als je dat lastig vindt, dan kun je volgens haar een externe vertrouwenspersoon raadplegen. Een vertrouwenspersoon kan het gesprek ook samen met jou voeren. Je kunt voor advies ook terecht bij de vertrouwensinspecteur van de Onderwijsinspectie.

Ontkenning
Toch ziet Schuur niet alle docenten naar een vertrouwenspersoon stappen als dat misschien wel nodig is. Ze doen dat vaak niet uit schaamte of ontkenning. ‘Zoiets doet mijn collega niet’, denken docenten vaak. Het helpt ook als het schoolbestuur een visie heeft op de gedragscodes en die in het oog houdt. “Het zou voor een groter zelfregulerend vermogen van een school kunnen zorgen”, aldus Schuur.
Scholen zouden ook veel vaker referenties van docenten moeten checken. Het is voorgekomen dat een directeur op de ene school werd ontslagen voor aanranding en op een andere school aan de slag ging als interim of personeelslid. Ook de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)van zzp’ers en invalkrachten zou veel vaker gecontroleerd moeten worden. Die screening moet echt beter, vindt Schuur. Zij pleit ook voor een periodieke controle van de VOG, net als in de kinderopvang. Bijvoorbeeld om de twee of vijf jaar. “Zo kan ook de leraar die al dertig jaar in dienst is niet langer ongezien de fout in gaan.”

Grooming
Vanaf 2024 wordt de Zedenwet uitgebreid en gaan meer handelingen onder de nieuwe wetgeving vallen. Een goede zaak. Grooming via sociale media is een voorbeeld van een handeling die al eerder opschoof van intimidatie naar zedenmisdrijf. Grooming is het onvrijwillig delen van beelden en met woorden in de richting gaan van afspreken en wellicht onvrijwillige seks. “Eerst begint iemand met het schrijven van schatje en liefje en daarna probeert diegene de ander tot een afspraak te verleiden.” Volgens Schuur vergt het soms uitzoekwerk om de aard van de intimidatie te achterhalen. “Het kan ook zijn het steeds kijken naar borsten. Als de edele delen worden aangeraakt, billen, borsten, vagina of anders dan ga je een grens over en is het vaak aanranding, een strafbaar feit.”
Gelukkig vertellen de meeste leerlingen het thuis als er op school iets is voorgevallen, zegt zij. Ouders bellen dan vaak de vertrouwensinspectie of melden zich bij het schoolbestuur. “Je ziet dat kinderen die zich echt vrij voelen binnen de school zelf naar een vertrouwenspersoon stappen. In het voortgezet onderwijs melden leerlingen het vaker zelf.” Een externe vertrouwenspersoon staat buiten de school, maar is wel zichtbaar in schoolgidsen.

Alert
Alhoewel Schuur oproept tot alertheid, waarschuwt ze ook dat je als docent niet plotseling op eieren moet gaan lopen. “Je moet beslist niet heel voorzichtig gaan doen omdat je denkt dat iemand anders dat weleens als intimiderend kan oppakken”, zegt zij. In een open schoolcultuur heb je daar ook juist een gesprek over. “Als leerlingen in de klas kunnen delen: Nou juf, nou meester, dat vind ik niet fijn, dan kun je veel samen oplossen.” Werken met kinderen betekent per definitie dat je soms dichtbij moet komen. “Soms moet je polsen of je wel of niet een arm om de schouder mag slaan, wil je wel of niet getroost worden?” De vraag stellen voordat je het doet, lost al veel op, meent Schuur. “En er gaat gelukkig ook heel veel goed op scholen. Al is elke casus waarin het niet goed gaat er één te veel, een school hoort een veilige plek te zijn. Achter elke casus ligt een hele verdrietige wereld.”

{Eerste kader}
Melden is verplicht

Als een ‘met taken belaste persoon’, zoals een leraar, een vermoeden heeft van seksueel misbruik van een leerling of student door een ander met taken belaste persoon, dan moet die dit melden aan het bestuur.
Als een schoolbestuur signalen krijgt van seksueel misbruik van een leerling of student door een met taken belaste persoon, dan moet het onmiddellijk contact opnemen met de vertrouwensinspecteur. Als er uit het overleg blijkt dat er sprake is van een ‘redelijk’ vermoeden, draagt de vertrouwensinspecteur het bestuur op aangifte te doen.

{Tweede kader}
De vertrouwensinspecteur luistert en informeert

Ouders, leerlingen, docenten, directies en besturen, maar ook vertrouwenspersonen kunnen de vertrouwensinspecteur van de inspectie van het Onderwijs raadplegen wanneer zich in of rond de school problemen voordoen op het gebied van seksueel misbruik (zedenmisdrijven), seksuele intimidatie, psychisch en fysiek geweld (waaronder pesten), discriminatie en radicalisering.
De vertrouwensinspecteur luistert en informeert. Zo nodig adviseert de vertrouwensinspecteur ook, bijvoorbeeld over een traject naar het indienen van een formele klacht of het doen van aangifte. De vertrouwensinspecteur is tijdens kantooruren te bereiken op 0900 1113111.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.