• blad nr 6
  • 1-6-2022
  • auteur M. van Nieuwstadt 
  • Redactioneel

 

Oud-rector waarschuwt voor eenheidsworst

Roel Schoonveld legde zijn ervaring als rector vast in een handleiding voor schoolleiders. “Elke docent moet op zijn eigen manier werken.”

Als langstzittende rector van Nederland woonde Roel Schoonveld 32 jaar lang naast het Amsterdams Lyceum. Het genot van de dienstvilla betekende ook dat hij 24 uur per dag beschikbaar was. Zo belde de alarmcentrale hem eens wakker op oudjaarsnacht, omdat er door vuurwerk brand was ontstaan in een vuilcontainer.
De brandweer was ingeschakeld, maar die had die nacht meer te doen. “De vuilcontainer stond op een binnenplaatsje tegen een glazen pui”, vertelt Schoonveld. “De ruiten braken en de brand sloeg naar binnen. Ik wist de brandslang te hangen, dus ik kon direct aan de slag. De brandweer kwam me later helpen en maakte mijn werk af, maar ik heb vast een hoop schade voorkomen.”

Veel schooldirecteuren hadden zoiets aan de conciërge overgelaten.
“Ja, als die het eerste aanspreekpunt was geweest, was het logisch geweest om de conciërge te bellen. Nu was het een mentaliteitskwestie. Ik ben ervoor om in zo’n geval meteen actie te ondernemen.”

In februari verscheen Schoonvelds boek Rector. Een interessante manier van leven. Dit handboek voor beginnende en ervaren rectoren had ook Schoolleider, een interessante baan kunnen heten. Zelf had Schoonveld de titel Rector, een manier van leven op het oog. “Dat vond de uitgever wel erg zwaar, dus daarom hebben we dat ‘interessante’ ertussen gezet.”
In zijn handboek adviseert Schoonveld directeuren om altijd en overal hun gezicht te laten zien. Ze moeten liefst even langskomen tijdens werkweken, vergaderingen leiden, toespraken houden en vaak door de gangen lopen. Liefst bezoek je als schoolleider dan ook nog de ‘geheime plekken’, waar leerlingen je liever niet zien komen.

Met zo’n takenpakket ben je echt dag en nacht bezig.
“Dat vind ik overdreven, maar ik was wel 24 uur per dag beschikbaar. En trouwens, op het lijstje dat je noemt ontbreekt het belangrijkste. Ik heb altijd zelf voor de klas gestaan, drie tot vijf uur per week, want een schooldirecteur moet met zijn voeten in de modder staan. Het is leuk en belangrijk om op die manier het contact met leerlingen te onderhouden. En je bent geloofwaardiger als docenten zien dat jij hun werk ook doet.”
Gelukkig legde Schoonveld de lat voor zijn personeel qua werkuren niet zo hoog als voor zichzelf. Sterker, hij waarschuwt schooldirecteuren niet een beroep te doen op de tijd van docenten, zonder daarvoor te betalen. Ook niet als de nood aan de man komt, omdat er bijvoorbeeld op korte termijn vervangers nodig zijn. ‘Creëer in je taakbeleid jaarlijks een ruime buffer van zeg dertig uur voor onvoorziene zaken’, is een van zijn vele tips en adviezen. Zo voorkom je dat docenten onbezoldigd moeten inspringen.
Schoonveld noemt zichzelf specialist in het leiden van scholen waarvan het voortbestaan in gevaar is. Toen hij in 1985 als rector aantrad, zat het Amsterdams Lyceum in een diepe crisis. “De school had nog maar 605 leerlingen en raakte er jaarlijks 40 kwijt. Zo kwam de opheffingsnorm van 570 rap in zicht.”
Schoonveld besloot enkele jaren later de lagere onderwijsafdelingen van zijn school af te bouwen, eerst de mavo en later ook de havo. In 2018 redde hij met een vergelijkbare controversiële aanpak de toenmalige brede Scholengemeenschap Reigerbos (nu Ir. Lely Lyceum) in de Bijlmer door de leerweg vmbo-beroeps af te stoten en een gymnasiumafdeling toe te voegen.

Bubbel
Hoogopgeleide ouders sturen hun kind liefst naar een categorale school. Dat komt het niveau waarop deze kinderen les krijgen misschien ten goede, maar onderwijs heeft ook een sociale functie. Kinderen van verschillend niveau en met een verschillende achtergrond komen op een breed lyceum met elkaar in aanraking. Op een categorale school zitten ze samen in een bubbel.
“Het woord bubbel is gekleurd. Iedere school is een bubbel.”

Voor laagopgeleide kinderen is de interactie op school misschien de enige die ze hebben met hoger opgeleiden.
“Er zijn heel veel andere gelegenheden voor interactie. Moeten we daar de kwaliteit van het onderwijs aan opofferen? Daar ben ik niet zo voor. Ik ben ook geen voorstander van de brede driejarige brugklas waar onze Amsterdamse wethouder Marjolein Moorman in gelooft. Ook de Onderwijsraad wil kinderen tot hun vijftiende in heterogene groepen plaatsen, maar in de jaren zeventig hebben we geleerd dat de eenheidsworst van de middenschool niet werkt. Je mag die onderwijsniveaus al sinds 1970 samenvoegen en ik ken maar één school in Amsterdam die het doet: Open Schoolgemeenschap Bijlmer. Daar zijn ze inmiddels teruggegaan naar een tweejarige brugperiode. Een bevriende ex-docent op die school vertelde me dat er niet te werken valt met dertien- veertienjarigen van zoveel verschillende niveaus in één klas.”

Landen die de selectie op onderwijsniveau uitstellen naar een jaar of veertien scoren beter op kansengelijkheid.
“Als je die vergelijking maakt, dan moet je ook andere verschillen meenemen. Ons land is het enige waar leerlingen op hoog niveau talen, wiskunde en natuurwetenschappen leren. En in die andere landen zijn veel meer dure privéscholen dan in Nederland. Als je kinderen van twaalf tot veertien bij elkaar zet, moet je accepteren dat het niveau lager wordt. Als je kinderen op deze leeftijd niet genoeg uitdaagt, worden ze lui. En andersom zijn er genoeg kinderen die op hun tiende al weten dat ze met hun handen willen werken. Waarom zou je die lastigvallen met stamtijden Duits?”

U raadt schooldirecteuren twee boeken aan van Onderwijsblad-columnist Ton van Haperen. ‘De ondergang van de Nederlandse leraar’ en ‘Het bezwaar van de leraar’. Waarom?
“Ik vind dat Ton in heel veel opzichten gelijk heeft. Hij heeft de pech dat hij werkt bij een grote bureaucratische bestuursorganisatie waar wel vijftig scholen deel van uitmaken. Daar heeft hij misschien last van, al is het ook een vruchtbare voedingsbodem voor het schrijven. De manier waarop je als leidinggevende omgaat met leraren is enorm belangrijk. Daar heeft Ton het vaak over.”

Volgens filosoof Amelia Horgan, auteur van het boek ‘Lost in Work’, zijn professionals het gelukkigst in een baan waarin ze controle hebben over hun eigen taken en waarin ze niet te veel in de gaten worden gehouden. Toch vindt u het belangrijk dat een rector lessen bezoekt.
“Dat klopt, al deed ik dat samen met de andere conrectoren. Toch zal een leraar van mij buiten persoonlijke interesse niet veel bemoeienis ervaren. Tenzij er een klacht komt of de resultaten niet goed zijn. Ik vind dat elke leerkracht zijn eigen manier van werken moet hebben.”

Veel onderwijsexperts zijn juist van mening dat schoolleiders een visie moeten hebben.
“Nou dan is dit mijn visie. Ik vind niet dat alle leraren volgens hetzelfde systeem moeten lesgeven. Elke leraar moet het op zijn eigen manier doen, maar dat vind ik natuurlijk ook omdat ik zelf ook zo’n eigenwijze leraar was. Het lesgeven is in de loop der jaren wel veranderd, zo zijn lessen interactiever geworden. Je ziet ook dat leraren steeds vaker bij elkaar in de klas op bezoek gaan, dat was vroeger not done, maar zolang de resultaten goed zijn, zou ik dezelfde manier van lesgeven nooit aan iedereen willen opleggen.”

Toen u in 1971 begon als docent zag u in het eerste jaar zeventien van de twintig nieuw aangestelde collega’s vertrekken. Hoe was dat enorm hoge verloop te verklaren?
“Tegenwoordig krijgen nieuwe leraren op Het Amsterdams Lyceum begeleiding van twee mentoren, waaronder één vakcollega. Zoiets bestond destijds niet. Het was ook een rommelige tijd. Denk aan de bezetting van het Maagdenhuis, het bestuurscentrum van de Universiteit van Amsterdam in 1969. Leraren hadden moeite met de antiautoritaire houding van leerlingen. De nieuwe mondigheid maakte het bij ons op het lyceum ook onrustig. En andersom maakte de rector grote fouten in de omgang met jonge leraren.”

Hebt u dat zelf ervaren?
“Onder de toenmalige rector heb ik zelf ondervonden wat ontactisch optreden van een leidinggevende inhoudt. Ik gaf scheikunde en herinner me dat hij tijdens zijn ronde door de school bij me binnenkwam, samen met een conrector. Ik had de leerlingen van mijn derde klas mavo gevraagd zich te verzamelen rond een proefopstelling voorin de kas, zodat iedereen het goed kon zien. ‘Mijnheer Schoonveld mag iedereen bij u in de klas eigenlijk wel staan zo’, vroeg hij ten overstaan van iedereen. Ik heb hem direct van repliek gediend: Natuurlijk mijnheer de rector, anders kunnen ze het niet zien.”

En, moest u op het matje komen?
“Nee, ik kreeg alleen een boze blik.”

Uw opvolger woont niet meer naast de school. De marktconforme huur van zeker 3000 euro per maand voor de dienstwoning waar u woonde, is van een rectorsalaris niet meer te betalen. Gebruikt de school het pand nog?
“Ik betaalde als rector al 19 procent van mijn salaris voor de huur en dat zou nu nog veel meer zijn. Bij mijn vertrek als rector in 2017 heb ik voorgesteld de villa te verdelen in vier appartementen. Zo zou je meteen iets kunnen doen aan de woningnood die er in Amsterdam ook is onder docenten. Voor een beginnend docent zonder kinderen is het een prachtige plek. Er is zeker belangstelling voor mijn plan, maar je moet het ook rondkrijgen qua regelgeving. Ik weet dat ze er nog steeds mee bezig zijn.”

Rector, een interessante manier van leven. Handboek voor schoolleiders, Roel Schoonveld, Ten Brink Uitgevers, € 24,95

{fotobijschrift}
Roel Schoonveld: “Ik heb altijd zelf voor de klas gestaan, drie tot vijf uur per week, want een schooldirecteur moet met zijn voeten in de modder staan.”

{citaatjes}
‘Als je kinderen van twaalf tot veertien bij elkaar zet, moet je accepteren dat het niveau lager wordt’

‘Je ziet dat leraren steeds vaker bij elkaar in de klas op bezoek gaan’

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.