- blad nr 6
- 1-6-2022
- auteur M. van Nieuwstadt
- Redactioneel
Kinderboek met rekenlessen inspireert echte leerkracht
“Ik ben gewoon niet te verslaan.” Net als juf Tine en meester Tuur van de fictieve Rover Hoepsika-school, heeft de echte juf Petra Pluis flink lopen opscheppen. Zo ontstond er een competitieve sfeer in haar pro/vmbo-klas op het Groningse Heyerdahl College. Met haar duo runt Pluis een ‘uitdagende’ groep van vijftien leerlingen die volgend jaar proberen de overstap te maken naar de tweede klas van het vmbo.
En net als in het boek speelde de echte juf Petra tegen haar leerlingen een spelletje waarin ze steeds één, twee of drie snoepjes moeten pakken en waarbij de verliezer iets vies moet opeten dat overblijft, zoals een spruitje of een rode peper. De les van Petra Pluis was een succes: “Eigenlijk wilde ik het spel met de chocolaatjes één keer spelen met één van mijn leerlingen, als lesintroductie. Maar alle leerlingen wilden tegen mij spelen. We hebben het 60 minuten volgehouden. Ik dacht: De rest van de les doe ik morgen wel.”
Want rekenen, dat deden de kinderen in de klas van juf Petra. Er vormde zich een rij met opeenvolgende tegenstanders en daarna een kring rond het tafeltje van de juf. “In het begin waren de kinderen een beetje bang en verlegen, maar algauw gooiden ze de schroom van zich af”, vertelt Pluis. “Juf, mag ik nu tegen jou? Ze begonnen te overleggen en gingen elkaar adviseren. Hoe gaan we samen die vrouw verslaan.” Dat lukt niet, zolang de juf ervoor zorgt dat de leerling en zijzelf bij elkaar opgeteld steeds vier snoepjes pakken. “Maar ze waren met zijn allen wel aan het optellen, aftrekken en vermenigvuldigen”, zegt Pluis. “Als ik op dat moment een toets had afgenomen, had ik alle boxjes kunnen afvinken.”
Hokje
Het boek Rekenen voor je leven van kinderboekenschrijver Edward van de Vendel, wiskundige Ionica Smeets en illustrator Floor de Goede, past niet in een hokje. Het is een leesboek voor kinderen vanaf een jaar of negen, maar ook een stripboek en een prentenboek. En het is dus bruikbaar voor de lespraktijk. Een bundel met lesideeën voor meesters en juffen die wel eens iets anders willen dan de rekenmethode. Een pleidooi voor spannender, betekenisvoller rekenonderwijs.
De leerlingen van de Rover Hoepsika vinden rekenen stom. Of eigenlijk niet het rekenen zelf, maar ze hebben wel een hekel aan de rekenboeken vol rekenrijtjes. Al direct in de eerste pagina’s van het boek ontstaat er in groep 7 een kleine opstand. Want rekenen, wat heb je daar nu eigenlijk aan, vraagt leerling Pijke zich af. ‘Wat hebben die sommen met ons leven te maken?’
Petra Pluis herkent het probleem: “Je kunt kinderen wel zeggen: Jij moet later je belastingaanslag invullen dus je moet kunnen rekenen. Maar in zo’n probleem leven ze zich niet in. Dat lukt wel als er in het hier en nu een docent voor ze zit, die ze uitdaagt een spelletje te doen.”
Juf Tine en meester Tuur horen de kritiek van hun klas aan en nemen dan een beslissing waar andere meesters en juffen misschien wel eens van dromen. Ze besluiten de rest van het schooljaar de helft van het rekenboek weg te laten en in plaats daarvan rekenlessen te geven aan de hand van vragen die hun leerlingen bedenken. Ze leggen die aanpak vast in een contract met hun leerlingen. De afspraken staan in blauwe krulletters op pagina 13 van het boek. Je kan er als innovatieve leraar zo mee aan de slag.
Rekenexperts
“Een leuk en prachtig boek”, oordeelt Alette Lanting, onderwijsadviseur in rekenen en wiskunde. Maar ze weet uit ervaring dat veel leerkrachten het lastig vinden om buiten de methode te werken. “Leerkrachten zijn bang dat ze de doelen niet gaan halen wanneer ze dat doen.”
Juf Tine en meester Tuur kiezen een middenweg. Ze blijven de methode gebruiken en Petra Pluis doet dat ook: “De methode helpt om met kinderen veel te oefenen en hun vooruitgang te meten. Als ze straks overstappen naar 2 vmbo, hebben ze ook weer met een methode te maken. Ik moet hun doorgaande leerlijn in het oog houden.”
En toch, zegt Pluis, is die methode niet zo heel erg geschikt voor haar leerlingen. “Ze willen verrast worden. Want rekenen is voor hen gegoochel met cijfertjes waarvan ze niet goed begrijpen waar het eigenlijk voor nodig is.” Natuurlijk, methodemakers doen hun best om leerlingen uit te dagen met ‘realistische rekenvoorbeelden’, maar hoe realistisch zijn die eigenlijk?
Populair is wat Pluis de winkeluitleg noemt. Stel, je wilt een paar sneakers kopen en je krijgt 20 procent korting. Dan is het toch belangrijk dat je kunt rekenen? ‘Maar Juf, ik heb toch een rekenmachine op mijn telefoon’, zeggen dan de kinderen op het Heyerdahl College. “Uitleggen waarom je moet rekenen, gaat voor deze leerlingen veel verder dan ze vertellen wat ze er aan hebben”, zegt Pluis. “Je moet ze laten ervaren wat ze ermee kunnen in het hier en nu.”
Spil
Spil van de fictieve lessen in ‘Rekenen voor je leven’ zijn de vragen van leerlingen. Hoe lang is het lopen over een virtuele brug naar de maan? Als mensen mierenkracht hadden, wat zouden ze dan kunnen tillen? Vrolijke strips geven de antwoorden; 22 rekenlessen in volle vaart.
Vragen waar kinderen mee komen, kunnen een heel mooie bron van onderwijs zijn, erkent rekenexpert Frans van Galen van het Freudenthal Instituut. “Ik ben er zeker voorstander van om kinderen te stimuleren na te denken over wat zelf willen weten.” Wel meent hij dat het in de praktijk lastig is om lessen vorm te geven rond de problemen die kinderen bedenken. “In het basisonderwijs vragen we kinderen bij een vak als ‘wetenschap en techniek’ om ook zelf met onderzoeksvragen te komen. Dan willen kinderen bijvoorbeeld weten of het uitmaakt of je een dot pindakaas op de vensterbank bewaart, of in de koelkast. Dat is best een uitvoerbaar experiment, maar geen onderzoeksvraag. Onderzoek gaat over ideeën, dus zonder ideeën over uitdrogen en beschimmelen en over de rol van de vensterbank en koelkasten, heb je niets aan zo’n experiment.”
Van Galen denkt dat leerkrachten zelf interessante, uitdagende problemen zullen moeten aandragen. “Wat kinderen inbrengen is welkom als aanleiding, maar de leerkracht zelf moet weten welke reken- of wiskundige ideeën aan de orde komen. Als je vragen van leerlingen als leidraad neemt, los van de inhoud, dan ben ik erg bang voor pindakaas-vragen.”
Ook Pluis betwijfelt of ze lessen in de praktijk zou kunnen opbouwen rondom de vragen van haar leerlingen. “In het boek zijn leerlingen de wereld al aan het onderzoeken. Mijn leerlingen zijn nog niet zo ver, dat ze dat uit zichzelf doen.”
Kneden
In het boek kneden ook juf Tine en meester Tuur de onderzoeksvragen. Hoe win ik alle spelletjes, wilde Mano eigenlijk weten. Dat weet meester Tuur ook niet. Maar hij verzint in antwoord op de vraag wel het rekenspel met de smarties en het spruitje waarmee dit stuk begint.
Petra Pluis ziet grote verschillen tussen het boek en haar praktijk van alledag. Hoeveel tranen er in een badkuip kunnen, wil leerling Romée weten. Ze heeft in bad zitten huilen nadat ze aan klasgenoot Mano verklapt heeft dat haar beste vriendin verliefd is op hem.
Juf Tine concludeert dat alle tranen in een mensenleven in een badkuip niet meer dan een klein laagje water vormen.
Mooi, zo’n aanknopingspunt, maar niet herkenbaar voor Pluis: “Ik kan me goed voorstellen dat leraren op een gymnasium dat soort interacties hebben met hun leerlingen, maar ik heb ze zo niet.”
De kinderen in de klas van Pluis hebben een vmbo-advies, maar gedrags- of leerproblemen zitten hen in de weg. In een gestructureerde en veilige omgeving probeert ze bij hen het maximale eruit te halen, zodat ze inderdaad naar het vmbo kunnen. Dat lukt niet altijd. “Aan het begin van het jaar zaten er in mijn klas zeventien kinderen. Dat zijn er nu nog vijftien, want er zijn er intussen twee vertrokken naar het praktijkonderwijs. Als ze ergens tegenaan lopen, dan weigeren ze vaak nog verder te werken. Dan proberen wij als leerkrachten om ze daar weer uit te halen. Dat doe je niet met een verrassende vraag en een werkvorm.”
In Rekenen voor je leven staan 22 rekenlessen, beschreven in stripvorm.
Rekenen voor je leven, Edward van de Vendel & Ionica Smeets met tekeningen van Floor de Goede, Uitgeverij Nieuwezijds, € 18,95
{streamers}
Juf Tine en meester Tuur besluiten de rest van het schooljaar de helft van het rekenboek weg te laten
Alle tranen in een mensenleven vormen in een badkuip niet meer dan een klein laagje water