- blad nr 6
- 1-6-2022
- auteur M. Lange
- Redactioneel
De woning van juf Iryna is verwoest, haar familie leeft nog
Op Kinderdijk wappert de Oekraïense vlag aan de wieken van een van de molens. Toeristen drukken hun neus tegen het raam om te kijken naar het draaien van al die wieken die de polder al eeuwen drooghouden. De dijk slingert langs de molens door de veenpolder naar Nieuw-Lekkerland, een klein dorp aan de Lek, even onder de rook van Rotterdam.
Daar stapt tegenwoordig elke ochtend Iryna Husak uit Kiev op de fiets om naar School met de Bijbel De Wegwijzer te gaan, midden in de wijk Middelweg, de school naast de hervormde kerk. Zigzaggend gaat ze door straten met jaren zeventig huizen waar nog meer geel met blauwe vlaggen zijn uitgestoken. Elke vlag is een handreiking naar de Oekraïense vluchtelingen die nu in het dorp wonen. De inwoners van Nieuw-Lekkerland onderhouden al sinds 1986, sinds de ramp met de kerncentrale in Tsjernobyl, warme banden met Oekraïne. Al die jaren organiseert de stichting Christian Children Relief uitwisselingen tussen Nieuw-Lekkerland en Oekraïense leerlingen en leerkrachten uit de stad Zhytomyr in het noorden van Oekraïne. Elk jaar logeren zo’n twintig leerlingen met hun leerkrachten zes weken lang bij trouwe gastgezinnen.
Triest verhaal
Wat normaal gesproken een feestelijk hoogtepunt is in het schooljaar, is nu een triest verhaal. Meer dan zeventig gevluchte kinderen en hun ouders, vaak alleen moeders, zijn nu opgevangen door gastgezinnen. Sommigen zijn al eerder in het dorp geweest. Zo niet Iryna Husak. Ze was nog nooit in Nederland. Zij komt ook niet uit Zhytomyr. Tot drie maanden geleden woonde ze op de plek waar de Russen de oorlog begonnen. Haar woning en die van haar man en hun drie kinderen staat dichtbij het vliegveld Hostomel in een voorstad van Kiev. Het vliegveld werd op de eerste dag van de oorlog gebombardeerd en veroverd door Russische soldaten. Hun woonwijk lag onder vuur. Iryna zag de oorlog letterlijk naderen uit haar raam. “We zijn meteen vertrokken”, zegt ze. Met de auto stak ze met haar man en drie kinderen de grens over naar Polen. Als je drie kinderen of meer hebt, mocht je als man het land verlaten. Geen idee waar ze naartoe moesten, kennissen buiten Oekraïne hebben ze niet. “We sliepen in een kerk en daar sprak ik lukraak een man aan die uit Nieuw-Lekkerland kwam. Hij was naar Polen gereden om vluchtelinggezinnen op te halen. We zijn hem met de auto gevolgd. Hij verzekerde ons dat we welkom waren in het dorp.” Kort daarna werd Husaks woning verwoest bij een bombardement. Terug naar hun huis kunnen ze niet meer.
Trots
In het klaslokaal van De Wegwijzer hangen posters aan de muren met de tekeningen en namen van lichaamsdelen in het Nederlands. Tien Oekraïense kinderen oefenen gretig ‘buik’, ‘knie’, ‘teen’, en ook ‘wimper’, ‘mond’ en ‘wang’. Schooldirecteur Pauline van der Aa geeft deze donderdag de Nederlandse les. Even later zingen alle kinderen hoofd-schouder-knie-en-teen, hun handen vliegen langs hun lichaam van boven naar beneden en ze lachen. Iryna Husak doet enthousiast mee. Gretig probeert ze de nieuwe taal op te slorpen. Ze lacht als ze de woorden goed heeft. Ze rebbelt door de schooldirecteur heen in het Oekraïens om voor de kinderen die achterblijven de woorden te vertalen. Als de pauze nadert en de kinderen hun meegebrachte fruit op tafel leggen, zegt ze trots “eet smakelijk”.
Maar even later, als de leerlingen buiten in de zon in het rek klimmen en achter een bal aanrennen, en Iryna even kan ontspannen, wordt ze stil, ze gaapt, haar gezicht wordt ernstig. Eén van de andere Oekraïense leerkrachten op De Wegwijzer brengt een paracetemol. “Hoofdpijn”, zegt Iryna. Ook dat woord kwam ’s ochtends voorbij in de Nederlandse les. Directeur Van der Aa heeft het ook gezien. “Het kan ook niet anders”, zegt ze. “De Oekraïense juffen zijn de hele dag bezig de oorlog te volgen. Iryna heeft geen contact meer gehad met haar familie sinds ze is vertrokken. Elke foto in de kranten zoomt ze in op de gezichten om te zien of er familieleden bij zitten.”
Voorteken
Iryna is sinds drie jaar leerkracht. Daarvoor werkte ze als financial controlor bij een grote bloemenzaak in Kiev. Met bloemen uit Nederland, zegt ze, tulpen en orchideeën. Ze glimlacht. Die tulpen en orchideeën zijn plotseling een voorteken geworden van haar nieuwe leven. De glimlach is treurig. “We hebben besloten om in Nieuw-Lekkerland te blijven”, zegt ze. “Hier is het beter voor onze kinderen en we hebben geen huis meer om naar terug te gaan.” Haar middelste dochter, een vrolijk meisje met een lange paardenstaart, zit bij haar in de klas. Haar jongste gaat naar de kleuters van De Wegwijzer, de oudste dochter gaat met de bus naar de middelbare school in Dordrecht. Haar man heeft ook werk gevonden. “De eerste weken waren moeilijk, de kinderen huilden veel, ook de kinderen in de klas, alles is zo anders. Ons hele leven is in één keer veranderd.” Toch is er een klein lichtpuntje, zegt Iryna. “De kinderen duiken niet meer elke keer weg als er een vliegtuig overkomt. Ze weten dat ze veilig zijn. Ze kunnen weer lachen.”
Stilzitten
Na de lunchpauze gaat Iryna met de kleinste kinderen naar een lokaal aan de achterkant van de school. De oudere Oekraïense leerlingen lopen op de automatische piloot terug naar hun vaste klaslokaal. Het is het klaslokaal met de posters van lichaamsdelen aan de muren, maar ook met Oekraïense leesboekjes op de planken, een klok in de Oekraïense kleuren en op de tafels naambordjes in het kyrillische schrift. Hier begint de wiskundeles in het Oekraïens van vakdocent Lesia en daarna volgt een knutsel-uur van de Oekraïnese juf Olena. ’s Ochtends geven ze online les aan de leerlingen die nog in Oekraïne zijn of gevlucht zijn naar andere plekken in Europa. De twee vakdocenten zijn ongeveer tegelijkertijd met Iryna in Nieuw-Lekkerland aangekomen, net als vijf andere Oekraïense juffen die nu allemaal op De Wegwijzer werken.
“Het Nederlandse schoolsysteem is heel anders dan het Oekraïense”, zegt Iryna later in de middag. In Oekraïne had ze 34 kinderen in de klas. Na elke 45 minuten is er een pauze van een kwartier, waarin de kinderen stil moeten zitten. De school had 1600 leerlingen. “Er was geen speelplaats voor allemaal.” Het Nederlandse systeem vindt ze beter, zegt ze, vanwege de afwisseling in het programma, en omdat de kinderen buiten kunnen rennen. Zodra ze ’s ochtends op de Wegwijzer arriveert, schrijft ze het dagprogramma op het bord: gym, muziek, bijbelles, lezen, Nederlands, rekenen, knutselen. Dat heeft ze in Oekraïne nooit gedaan.
Herdenkingshoekje
Schooldirecteur Van der Aa zag vier jaar geleden tijdens een uitwisselingsprogramma met eigen ogen hoe anders een schooldag in Oekraïne verloopt. Ze logeerde in het bed van de directrice van de school, die zelf op de bank sliep. “De juffen hoeven er de lokalen niet op te ruimen, een conciërge loopt achter ze aan. En er is ook altijd een verpleegster bij.” In de kelder van de school was een traingingsbaan ingericht, herinnert ze zich. De oorlog om de Krim was toen al begonnen. Er was een herdenkingshoekje voor jongens die waren omgekomen. “Ze leefden ook toen al met de oorlog. Het is goed dat ik er ben geweest. Ik snap ze beter.”
Iryna verdient in Oekraïne 600 euro per maand. Van der Aa wil de Oekraïense leerkrachten die nu in het dorp zijn graag behouden voor haar school. “We vullen hun salaris aan met een vrijwilligersvergoeding. Voor Iryna hebben we al een VOG-verklaring aangevraagd en al binnen. Het dient in het land van herkomst geverifieerd te worden, dus het klopt niet helemaal, maar we zijn er wel blij mee.”
Kippenboerderij
Een week later vertelt de schooldirecteur dat er een paar Oekraïense kinderen zijn vertrokken. De uittocht, terug naar Oekraïne is bezig, zegt ze. Twee kinderen zijn met hun ouders teruggegaan omdat hun vader een kippenboerderij heeft. Eén juf is teruggegaan omdat het slecht ging met haar moeder. “Laat je je ouders of de boerderij in de steek?”, zegt de directeur. Dit zijn vragen die de Oekraïeners bezighouden. Sommigen gaan terug omdat er gezaaid moet worden op het land, en straks moet er ook geoogst worden. Hoe zal het na de zomervakantie zijn, vraagt de directeur zich hardop af. “Geen idee. Misschien hou ik tien leerlingen over. De gemeente heeft nu het beleid om niet meer vluchtelingen op te vangen. Eerst zullen we goed voor de mensen die er zijn moeten zorgen. Met school gaan we praten met de ouders. Wat is het plan, blijf je hier of wil je terug? Van de mensen zal 90 procent terug willen. Maar alleen als we weten wat ze willen, kunnen we een lesplan voor de kinderen maken.”
Een paar dagen later, het is meivakantie, heeft Iryna heugelijk nieuws. “Godzijdank zijn we erin geslaagd om familieleden te contacteren”, laat ze per e-mail weten. Voordat ze konden vluchten had het Russische leger hun telefoons afgenomen, legt ze uit, en de simkaarten doormidden gebroken. Iedereen moest zich uitkleden, de soldaten zochten naar verborgen simkaarten. De vader van haar man slaagde erin een tweede simkaart te verbergen. “We hebben huilend aan de telefoon gezeten, we zijn allemaal zo blij dat we nog leven.” Nu kan Iryna de vakantie gebruiken om zich beter te ontspannen. “En om tijd door te brengen met de kinderen.”
{streamers}
‘De kinderen duiken niet meer elke keer weg als er een vliegtuig overkomt’
‘De uittocht, terug naar Oekraïne is bezig
‘Iedereen moest zich uitkleden, de soldaten zochten naar verborgen simkaarten’
{fotobijschriften}
In een klas op basisschool De Wegwijzer vertaalt juf Iryna voor kinderen die achterblijven het Nederlands naar het Oekraïens.
Juf Iryna met twee van haar drie dochters: Melanie (de jongste) en Zlata (de middelste), die bij haar moeder in de klas zit. Irinya’s oudste dochter gaat in Dordrecht naar de middelbare school.
In de meivakantie heeft Iryna heugelijk nieuws: “Godzijdank zijn we erin geslaagd om familieleden te contacteren.”