• blad nr 4
  • 1-4-2022
  • auteur M. Lucassen 
  • Redactioneel

 

Ondoorzichtig taakbeleid verhoogt werkdruk

Met de nieuwe cao-afspraak is de werkdruk in het hbo nog lang niet terug op aanvaardbaar niveau. Voor 1 april zouden er ‘realistische taakopdrachten’ liggen via de medezeggenschap, maar dat proces is nog amper op gang.

“Het is een bloody shame dat we niet in staat zijn hier sturing op te geven”, zegt Manolis Mavromatis, lid van de medezeggenschapsraad van de Haagse Hogeschool. “Jaar in, jaar uit geeft de helft van onze medewerkers aan dat ze last hebben van werkdruk, hoge werkdruk of te hoge werkdruk. Je ziet het aan collega’s met een opgejaagd gevoel en de Sunday blues: o jee, de week komt er weer aan.”
Als zij-instromer met twintig jaar ervaring in het bedrijfsleven weet Mavromatis dat het ook anders kan. In de commissie Personeel & Organisatie van de hogeschoolraad en in de faculteitsraad Management & Organisatie herhaalt hij keer op keer: “Stem middelen en werk op elkaar af. Er zijn niet meer uren dan je hebt, dus begin er niet over dat je meer uren nodig hebt. Stop met taken toevoegen, vereenvoudig het curriculum, beperk het aantal toetsen.”

Margetijd
Taakbeleid is in het hbo een zaak van de instellingen. Er zijn geen landelijke richtlijnen over het aandeel uren voor de klas binnen de aanstelling, de opslagfactor voor nakijkwerk en voorbereidingen, de zwaarte van mentoraat en stagebegeleiding, enzovoorts. Collectieve afspraken over taakbeleid zoals in andere sectoren vinden de hbo-werkgevers onbespreekbaar, merkte AOb-onderhandelaar en sectorbestuurder Roelf van der Ploeg. “Het probleem is dat alle uren worden ingeroosterd. Er is totaal geen marge. Plat gezegd: je hebt zelfs geen tijd om naar de wc te gaan, maar ook niet om naar het volgende lokaal te lopen. Over margetijd viel in de cao geen afspraak te maken. We kwamen niet verder dan een haakje voor de medezeggenschap om het gesprek te voeren of de huidige werkwijze nog wel realistisch is.”
Dat de werkdruk te hoog is, blijkt al jaren uit cijfers en rapporten van Zestor, het hbo-arbeidsmarktplatform. Het laatst verschenen rapport, de sectoranalyse over duurzame inzetbaarheid uit juli 2021, zet de cijfers nog eens op een rij: 29 procent van de docenten is volledig uitgeput na een werkdag, het rapportcijfer 5,8 voor de beschikbare tijd om het werk te doen, 43 procent is na een werkdag te moe om nog iets anders te doen. Opmerkelijk detail: het ziekteverzuim is in de coronaperiode licht gedaald. De onderzoekers verklaren dit uit het thuiswerken in die tijd. Wie zich niet zo lekker voelde, meldde zich misschien minder snel ziek maar werkte thuis door.
Of de cao-afspraak over realistische taakopdrachten effect heeft, is bij Zestor in onderzoek. Dat rapport verschijnt op zijn vroegst in de zomer, en voor die tijd wil de organisatie geen toelichting geven.

Lange adem
Werner Eussen, voorzitter van de vereniging van medezeggenschapsraden van hogescholen VMH, kan de uitkomst wel voorspellen: “Dit wordt een zaak van lange adem, want colleges van bestuur en hun hr-afdelingen zitten niet op zo’n transparante inventarisatie van taken en uren te wachten. Daar zal namelijk uit blijken dat er geld bij moet in het primaire proces.”
Voorbeelden genoeg waar het nu misgaat, zegt de VMH-voorzitter: “Stel, je krijgt voor begeleiding bij het afstuderen 23 uur per student. Dat betekent één tot drie keer stagebezoek, 20 weken feedback geven, de eindscriptie in concept beoordelen en de eindversie, plus de afstudeersessie bijwonen. Als je je werk serieus neemt, leg je er 7 tot 10 uur extra tijd bij. En de mensen die voor de klas staan, nemen hun werk heel serieus. Docenten willen altijd helpen, zij hebben passie voor de ontwikkeling van de student.”
De systemen om werk en taken te verdelen, zijn niet transparant voor de medezeggenschap, hoort hij uit de VMH-achterban. Wegens verschillen per instelling, opleiding of faculteit is het lastig vergelijken. “Als je een vak geeft in het eerste kwartaal en dat herhaalt in het derde kwartaal, krijg je maar één keer de voorbereidingstijd. Maar niemand heeft het geheugen om datzelfde vak zonder voorbereiding opnieuw goed te doen. Open dagen, themavergaderingen, voor je het weet steek je er eigen tijd in, zeker als parttimer. Het ministerie treft hier ook blaam, want dat verwacht steeds meer registratie en verantwoording. Dan is er beleid nodig om dat registreren mogelijk te maken, dat geld komt uit het primaire proces.”

Strijd
Mavromatis van de Haagse Hogeschool, die de strijd tegen werkdruk als zijn persoonlijke missie heeft omarmd, ziet ook een taak voor personeelsleden: “Ik heb het zelf gedaan: ja zeggen tegen te veel dingen, niet goed plannen. Zoveel adrenaline dat mijn slaapritme verstoord raakte. Ons team had een curriculum met 20 vakken en 45 toetsen voor eerstejaars, je moest rennen tussen de lokalen en dan waren er nog de herkansingen. Nu hebben we 12 toetsen in het eerste jaar, maar het blijft oppassen. Toen we bespraken dat studenten moeite hebben met gezamenlijke rapporten opstellen, stelde iemand voor ze individuele essays te laten schrijven. Ik was de enige die zei dat we voor dat nakijken geen tijd hebben.”
Ook bij deze hogeschool wacht uitvoering van de cao-afspraak op onderzoeksresultaten. Petra de Rijk, beleidsmedewerker en vicevoorzitter van de hogeschoolraad: “Begin niet over werkgeluk, zo’n omdenkwoord maakt werkdruk niet leuker. Als een collega alles geeft en dan ’s avonds niets meer kan, is de grens bereikt. We hebben het heel ingewikkeld gemaakt, zowel in het onderwijs als in de ondersteuning. Voor de mensen bij ondersteuning kan ik niets met die zin in de cao. Onze taken zijn minder tijdgebonden. Ook hier is altijd een groep die meer doet dan waarvoor men is aangenomen. Daar zit geen stop op.”
Mavromatis: “De paradox is: mensen hebben het te druk om het over werkdruk te hebben. De werkgever heeft zorgplicht en het is een managementopgave om dit te veranderen, maar analyseer eerst de taken en fte’s in je eigen team. En zorg dat je collega’s weten dat het anders kan.”
De afspraak over realistische taakopdrachten per 1 april zal op het komende studiejaar nog weinig effect hebben, denkt ook AOb-sectorbestuurder Van der Ploeg: “Er zijn benen-op-tafelsessies, maar het is nog te vroeg voor gewijzigd beleid. Als het allemaal tot niets leidt, ontstaat er meer druk om toch zaken centraal te regelen in een volgende cao.”
VMH-voorzitter Eussen ziet evenmin voorlopers, maar blijft hoopvol gestemd: “Er komt niet alleen in woorden maar ook in daden meer waardering voor de docent. Houd als medezeggenschap voet bij stuk, zorg dat je weet wat je wilt: een systeem dat docenten de tijd geeft om de taken goed uit te voeren. En instellingen die drie keer slecht scoren op werkdruk, horen een rode kaart te krijgen.”

{streamers}
‘Je moest rennen tussen de lokalen’
‘Begin niet over werkgeluk, zo’n omdenkwoord maakt werkdruk niet leuker’

Dit bericht delen:

© 2022 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.