• blad nr 3
  • 1-3-2022
  • auteur M. Lange 
  • Redactioneel

 

De 386 wegen naar het leraarschap

Door het lerarentekort komen er steeds meer mogelijkheden om sneller een lesbevoegdheid te halen. Wat doet dit met de onderwijskwaliteit?

Een nieuwe lesmodule komt eraan, de educatieve module, gebaseerd op de educatieve minor. Studenten met een universitaire bachelor kunnen in een half jaar een uitgeklede tweedegraadsbevoegdheid halen.
“Nee”, roept lerarenopleider Wim Borghuis protesterend. “Niet weer een nieuwe module.” Borghuis staat dertig jaar voor de klas en hij is behalve lerarenopleider aan de Hogeschool Utrecht ook voorzitter van het AOb-netwerk opleiden van leraren en lid van de sectorraad hbo. “Weet je hoeveel routes er intussen al zijn om docent te worden?” Een korte stilte valt. “385 routes. Voor alle sectoren. Nu komt de educatieve module erbij. Dan komen we op 386.” Zijn grootste bezwaar? “Al die routes komen niet voort uit doordacht overheidsbeleid, maar zijn een respons op een tekort aan leraren. Het is lapwerk.”
Het kan niet anders, meent Borghuis, dat met zoveel verschillende routes de kwaliteit van het vak van docent niet is gewaarborgd. “Er is geen overzicht van alles wat er aan opleidingen, verkorte opleidingen en modules wordt aangeboden. Zonder overzicht kun je niet werken aan een standaard voor bevoegdheden. Daarbij is mijn indruk dat met al die opleidingsvarianten de lat niet naar boven wordt bijgesteld, maar meestal naar beneden, waardoor het vak van docent te grabbel wordt gegooid.”
De zorgen om de kwaliteit van het onderwijs deelt Carla Haelermans, hoogleraar onderwijseconomie aan de Universiteit Maastricht. “Het leraarschap is een enorm belangrijk beroep”, zegt zij. “Maar door het aanbieden van al die verkorte opleidingen voelt het alsof iedereen met een paar moduletjes docent kan worden.” De waardering die we als samenleving toekennen aan het beroep van docent hangt volgens haar samen met de kwaliteit. “We moeten niet het signaal willen afgeven dat iedereen dat wel even kan worden. Het is weinig realistisch, de vaardigheden van lesgeven kun je niet in een half jaar goed onder de knie krijgen.”
Onderzoeken laten al een poosje zien dat het onderwijsniveau in Nederland zakt in vergelijking met de landen om ons heen. Volgens de Onderwijsinspectie zijn de prestaties van leerlingen de afgelopen twintig jaar geleidelijk gedaald. De inspectie ziet de laatste jaren ook steeds meer leerlingen van de basisschool komen die niet goed kunnen lezen.
“Eigenlijk wil je een kwaliteitsslag maken”, zegt Haelermans. “Straks heb je wel voldoende docenten, maar zakt de kwaliteit nog verder. Dat wil je niet.” Volgens de hoogleraar moet de politiek beslissen hoe we het beroep van docent willen zien. “De leerkracht moet zich met zoveel andere taken en zaken bezighouden, maar je kunt je tijd maar één keer besteden en dat zou met onderwijzen moeten zijn. Laat leerkrachten doen waar ze goed in zijn.”

Zij-instromers
In het verstrooide landschap van 386 leerroutes om docent te worden, koos Stefan Kruithof de verkorte module van zij-instromer. Hoogleraar Haelermans meent dat zij-instromers met veel werk- en levenservaring wel een goede weg kunnen zijn naar goed docentschap. Kruithof (35) is zo’n leraar met inmiddels veel ervaring. Hij geeft tien jaar geschiedenis aan het Marnix Gymnasium in Rotterdam, een klein categoraal gymnasium. Als we hem spreken staan net enkele leerlingen bij zijn tafel om een inhaaltoets in te plannen. Hij is het onderwijs binnengekomen als huiswerkbegeleider, destijds een bijbaantje naast zijn studies wijsbegeerte en archeologie. Al vrij snel vroeg de school hem of hij zin had om maatschappijlessen te geven. En sindsdien is hij blijven hangen. Zonder bevoegdheid. Intussen zit de overkoepelende schoolorganisatie hem op de hielen. “Ik wil natuurlijk ook zelf de bevoegdheid halen, ik vind dat het papiertje in orde moet zijn, maar leuk vind ik de opleiding niet. Als ik niet een verkorte opleiding had kunnen volgen, weet ik niet of ik nu nog in het onderwijs had gezeten.”
Het zij-instroomprogramma dat Kruihof volgde hij is net klaar was helemaal op maat om in een jaar zijn tweedegraads bevoegdheid te halen. 35 studiepunten, voor een fulltime student betekent dat een half jaar studeren. Kruithof deed het naast zijn baan als geschiedenisdocent. Voordat hij vrijstelling kreeg van een groot deel van de vakken, deed hij een assessment, met video-opnames van lessen, getuigschriften van collega’s, klassenenquêtes van leerlingen, lesprogramma’s en lesbezoeken. Een eerdere lerarenopleiding had hij afgebroken om bij de landmacht te gaan werken. “In het assessment lag de lat best hoog”, zegt hij. “Dat is volgens mij een goede manier om kwaliteit van docenten te garanderen. Ik heb me in die korte opleiding op dezelfde manier moeten bewijzen als in een lange opleiding.”
Dat een degelijke vierjaarse studie misschien wel de beste weg is, ondervond Veerle Swart (26). Ze studeert voor docent omgangskunde. Ze komt uit het kappersvak, werkte in een salon, maar vond dat ze te weinig verdiende. Ze kan bovendien goed leren en ze besloot kappers te gaan opleiden. “Ik had me ingeschreven voor een korte variant, maar toen hoorde ik iemand zeggen dat je beter je bachelor kunt doen, omdat er veel scholen zijn die niemand meer aannemen met een verkort traject. Toen wilde ik het maar meteen goed doen.”
Ze vindt de studie super gezellig, ook al is het hard werken naast een baan van 32 uur als docent. Die baan kreeg ze in het derde jaar van de opleiding. “Het is wel heftig, ik heb geen minuut voor mezelf. Soms als ik op mijn werk ben, ben ik in mijn hoofd bezig met wat ik allemaal voor mijn studie moet doen en andersom.”
Of ze in dat derde jaar al klaar was om les te geven? Niet echt, zegt ze, “maar ik dacht: ik moet wel”. Door de pandemie waren de kappers gesloten, daarom gokte ze op het lesgeven. “Ik heb geluk gehad met een leuke werkplek en met goede begeleiding, ik mag ook wel eens een fout maken.” En, zegt ze: “Ik leer in vier jaar natuurlijk veel meer dan iemand die een verkorte opleiding doet. Een collega deed eerder een verkort traject en moet nu van school alsnog een tweedegraads bevoegdheid halen. Dat is dan ook een beetje dubbel op.”

Zwaar
Als een student eenmaal voor een of andere module of opleiding heeft gekozen om docent te worden, is het nog lang niet zeker of hij de opleiding ook afmaakt. Lerarenopleider Borghuis ziet dat de uitval groot is. “Studenten houden het niet vol, ze haken vaak al tijdens de opleiding af en anders vroeg in hun werk.” Studenten die goed zijn, komen vaak al via hun stage in het tweede of derde jaar aan een baan. Ze krijgen bijvoorbeeld eerst 4 uur geschiedenis erbij en dan vraagt de leidinggevende: We hebben een probleem met meneer Jansen, kun je er nog twee uur aardrijkskunde bij doen? En zou jij ook het mentoraat kunnen overnemen? “En dan staat de docent met twee benen in de praktijk en schiet de studie er bij in”, weet Borghuis. “Op een gegeven moment gaat het toch wringen, want er moet toch een diploma gehaald worden. Eerst is de leidinggevende blij omdat er een gat is gedicht en daarna wordt de leidinggevende een lastige want nu wil hij een diploma zien.”
In oktober vorig jaar bracht onderzoeksbureau Berenschot een rapport uit over de redenen van uitval van studenten. Studenten aan een tweedegraads lerarenopleiding vallen bovengemiddeld vaak uit. Het rapport meldt: ‘Hoewel de instroom van de lerarenopleidingen de afgelopen drie jaar is gestegen, lost dit niets op als studenten de opleiding vervolgens niet afmaken. Het is tijd voor de volgende stap: het vergroten van het studiesucces.’
In het rapport wordt geconcludeerd dat de lerarenopleiding door studenten wordt ervaren als relatief zwaar ten opzichte van de gemiddelde hbo-opleiding. Er wordt van studenten al vroeg een zekere mate van vakvolwassenheid en professionele rijping verwacht. Daarnaast, aldus het rapport, krijgen studenten binnen opleidingen waar tekorten heersen, tijdens hun stage geregeld al meer verantwoordelijkheid toebedeeld dan waar zij uitgaand van het reguliere opleidingstempo klaar voor zijn. Zie ook het verhaal van Veerle Swart.
Ook beleidsadviseur Marieke Jansma van de AOb ziet een groot probleem in de vele opleidingsroutes en het feit dat er zoveel routes zijn bedacht om mensen zo snel mogelijk aan een bevoegdheid te helpen. “Van de educatieve module is ook al aangetoond dat dit veel en veel te mager is en niet tot een volwaardig docentschap leidt.”
Wat lerarenopleider Wim Borghuis daar aan dwars zit, is dat veel van de nieuwe wetten, zoals die van de educatieve module, niet met docenten en de beroepsgroep zijn besproken. “Dat levert daarom ook nooit goede resultaten op.” Hij zag dat eerder met de wet op zij-instroom en wet flexibilisering. “Als docenten hebben we te veel uit handen gegeven. Er is in onderwijsbeleid een enorme kloof tussen beleidsmakers en uitvoerders.”

Dit bericht delen:

© 2022 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.