• blad nr 3
  • 1-3-2022
  • auteur J. Poortvliet 
  • Redactioneel

 

Geen regio meer zonder lerarentekort

Nederland komt meer dan 9 duizend fulltime leraren tekort in het primair onderwijs. Dat zijn al gauw bijna 13 duizend juffen en meesters. Na jarenlang trekken zijn er eindelijk cijfers over het lerarentekort in heel Nederland.

Bijna 10 procent van de werkgelegenheid voor leraren in het primair onderwijs wordt niet ingevuld. Dat berekende het Tilburgse onderzoeksinstituut Centerdata in opdracht van het ministerie van Onderwijs. Op de peildatum 1 oktober 2021 was er een lerarentekort van rond de 9100 fulltime banen (fte’s). Omdat veel leraren in het primair onderwijs in deeltijd werken, komt de sector bijna 13 duizend juffen en meesters te kort*.
De 9100 onvervulde fte’s staan voor openstaande vacatures, maar ook voor uren die scholen op andere, ‘ongewenste’ manieren invullen. Denk aan een onderwijsassistent als leraar inzetten, klassen samenvoegen, of een nog niet bevoegde zij-instromer een groep laten draaien.
In de steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere (de G5) zijn de problemen groter dan in de rest van Nederland, schreef het Onderwijsblad al eerder. Gemiddeld komen scholen in de G5 14 procent aan leraren tekort, daarbuiten is het gemiddeld 8 procent. De verschillen tussen provincies, binnen steden en zelfs in wijken zijn groot, maar duidelijk is dat er inmiddels geen regio meer is in Nederland zonder lerarentekort.
Voormalig minister Arie Slob deelde de resultaten van het Centerdata-onderzoek in het staartje van zijn ministerschap. De AOb, politici, leraren en schoolbesturen vragen al jaren om feitelijke informatie over de tekorten. Uiteindelijk werd de minister door een motie van SP, PvdA en GroenLinks gedwongen de data te verzamelen.

Actievoeren
In de G5 zijn scholen al twee jaar verplicht mee te doen aan onderzoek naar het lerarentekort. Dat hebben de steden met elkaar afgesproken. Buiten de G5 was meedoen vrijwillig en vulde 55 procent van de scholen de spreadsheet van Centerdata in.
Eddy Erkelens, de basisschoolleraar die in 2018 de website Lerarentekortisnu.nl opzette, is niet verrast door de uitkomsten. “We wisten al dat er een tekort was en dat het erger is of lijkt te zijn in de grote steden.” Volgens Erkelens krijgen de cijfers alleen meerwaarde wanneer alle scholen verplicht worden minstens elk half jaar de gegevens te delen. Hij vraagt zich af waarom bijna de helft van de scholen niet meedeed aan het Centerdata-onderzoek. “Hadden ze er geen tijd voor, of hebben ze geen lerarentekort? Bij een belangrijk probleem als dit, wil je dat toch weten?”
Het Centerdata-onderzoek laat zien dat het lerarentekort een probleem van heel Nederland is geworden, stelt Thijs Roovers, bestuurder voor het primair onderwijs bij de AOb. “Te veel mensen hebben het vak verlaten en te weinig mensen kiezen voor dit prachtige werk. Werkdruk en een matige beloning doen mensen besluiten iets anders te gaan doen.”
“In ieder geval wordt de loonkloof met het voortgezet onderwijs na jarenlang actievoeren gedicht”, vervolgt Roovers. “We blijven hopen dat meer mensen voor dit vak gaan kiezen. Maar dan nog zal het echt een tijd duren voordat we weer genoeg collega’s hebben.”

Glazen bol
Roovers refereert aan de voorspellingen die het ministerie van Onderwijs elk jaar doet over het lerarentekort. Volgens de jongste ramingen zou het tekort over zijn piek heen moeten zijn, maar toenmalig minister Slob gaf een winstwaarschuwing. De glazen bol zou een ‘voorlopig en mogelijk te positief beeld’ schetsen, schreef hij in december aan de Tweede Kamer.
Dat komt vooral doordat het Centraal Bureau voor de Statistiek waarschijnlijk de geboortes in coronatijd te laag heeft ingeschat, aldus een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs. Het aantal pabo-studenten pakt juist hoger uit dan het ministerie eerder verwachtte. Het ministerie gaat zijn schattingen voor het lerarentekort primair onderwijs dit voorjaar updaten.

{noot}
*) In 2020 hebben 129.000 personen een functie als onderwijzer in het primair onderwijs. Samen vulden zij dat jaar 92.600 fulltime banen (fte) in. Gemiddeld werkten leraren in 2020 dus 72 procent van een fulltime dienstverband. Dat percentage is al jaren redelijk stabiel. 9100 fte’s (het tekort in 2021) zijn daardoor waarschijnlijk tegen de 13.000 personen.

{Kader 1}
Feiten over het lerarentekort

Speciaal onderwijs harder geraakt
• Het speciaal basisonderwijs (13 procent) en het (voortgezet) speciaal onderwijs (11 procent) hebben gemiddeld hogere tekorten dan het reguliere basisonderwijs (9 procent).
G5: nauwelijks meer scholen zónder lerarentekort
• In Almere, Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht (G5) heeft maar 11 procent van de vestigingen geen lerarentekort. Buiten de G5 is dat 41 procent.
13 procent van alle scholen mist directeur
• Buiten de G5 is het tekort aan schoolleiders (13 procent) hoger dan het tekort aan leraren (8 procent). In de G5 liggen deze percentages dichter bij elkaar. Landelijk komt Nederland 13 procent aan schoolleiders te kort, dat is ongeveer 1100 fte.
Zwaardere doelgroep betekent hoger tekort
• De cijfers tonen aan dat hoe complexer de leerlingenpopulatie van een school is, hoe groter de kans op een hoger tekort.
Vervangers zijn niet te vinden
• Het primair onderwijs komt 6800 fte’s aan reguliere banen tekort en 2300 fte aan vervangers voor klussen langer dan zes weken. Problemen met kortdurende vervanging zijn niet meegenomen in het Centerdata-onderzoek.

{Kader 2}
Extreem hoog
In Almere, Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Utrecht delen scholen al twee jaar elk half jaar hun openstaande vacatures en verborgen tekorten. In sommige wijken lopen de tekorten extreem hoog op.
Stad Stadsdeel Tekort aan leraren
Den Haag Laak 28 procent
Almere Almere Poort 27,9 procent
Rotterdam Feijenoord 22,1 procent
Amsterdam Noord 20,9 procent
bron Centerdata, peildatum 1 oktober 2021

Dit bericht delen:

© 2022 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.