• blad nr 3
  • 1-3-2022
  • auteur A. Kersten 
  • Redactioneel

 

De vakbondsjaren van VVD-minister Dennis Wiersma

De nieuwe onderwijsminister Dennis Wiersma begon ooit als politiek buitenbeentje bij de LSVb en FNV Jong. Het Onderwijsblad blikt met negen toenmalige collega’s terug op zijn vakbondstijd. Profiel van een nuchtere pragmaticus die de confrontatie aandurft.

Zijn vakbondstijd was een ervaring voor het leven. Dennis Wiersma leerde er zijn vrouw kennen ze werkte als projectmedewerker op het LSVb-stafbureau met wie hij twee kinderen kreeg. Samen met zijn bestuursgenoten van de studentenbond kwam hij terecht in een turbulent verkiezingsjaar, onverwacht, door de val van het vierde kabinet-Balkenende. Vanaf mei 2011 volgden twee bewogen jaren bij FNV Jong. Wiersma bewees zich voor zijn collega’s als iemand die binnen de vergrijsde vakbeweging stevig tegen de stroom in durfde te roeien. En achteraf zou je ook kunnen zeggen: stapje voor stapje zette hij niet alleen zijn achterban, maar ook zichzelf op de kaart.
Niemand kent Dennis Wiersma nog als hij in het voorjaar van 2009 solliciteert bij de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb), hartje Utrecht. Een 23-jarige Fries, bezig aan het laatste jaar van zijn bachelor sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Begonnen op de mavo, had hij de havo en daarna de propedeuse op de lerarenopleiding geschiedenis in Zwolle afgerond.
Zijn bestuurlijke ambities zijn al vroeg merkbaar. “Ik dacht: dit is een goeie”, vertelt János Betkó, die namens het vertrekkende LSVb-bestuur in de sollicitatiecommissie zat die Wiersma voordroeg. “Hij maakte een heel geschikte indruk, was scherp, had ervaring in de medezeggenschap. Dennis had wat opmerkelijke politieke zijsporen bewandeld. Maar hij kon overtuigend uitleggen dat hij voor de belangen van studenten wilde opkomen.”
Die zijsporen verwijzen naar een kortstondige flirt met de politieke beweging van Emile Ratelband, een jeugdzonde in 2003 die in krantenstukken nog steeds smakelijk wordt opgediend. Wiersma was toen zestien en stond op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen. Daarvoor was hij even lid van de jongerenbeweging van Pim Fortuyn. Op zijn twintigste zou hij overstappen naar de VVD, de partij die ook zijn vader ondernemer en eigenaar van een snackbar stemde.

FNV Jong: tegenwind
Als Wiersma in de lente van 2011 bij het jongerennetwerk FNV Jong solliciteert hij is dan bezig met zijn master bestuur en beleid aan de Universiteit Utrecht gooit hij opnieuw hoge ogen. “Dat hij een stapelaar was in het onderwijs, vond ik extra voor hem pleiten: dat getuigt van doorzettingsvermogen”, vertelt Esther de Jong, toenmalig hoofd van het stafbureau en lid van de sollicitatiecommissie. Ze leert hem al snel kennen als een gedreven bestuurder, die flink op z’n strepen kan staan. “We hebben in het begin ontzettend in de clinch gelegen: ik opereerde vanuit mijn gevoel en hij kon bikkelhard zijn vanuit de ratio. Dat was soms heel lastig, maar we zijn wel elkaars kracht gaan inzien.”
Tegelijk met voorzitter Wiersma wordt Bernard Koekoek benoemd als de nieuwe vicevoorzitter. “Om kennis te maken zijn we een kop koffie gaan drinken en toen vertelde hij me dat hij VVD’er was. Alsof het iets levensbedreigends was waar ik vanaf moest weten. Zo spannend vond ik het helemaal niet. Ik zag hem niet als VVD’er, maar als iemand die net als ik wilde opkomen voor de belangen van jongeren bij de vakbond”, vertelt Koekoek.
Tijd om te acclimatiseren krijgen ze niet. Al snel zit Wiersma tot diep in de nacht bij een federatieraadsvergadering over het omstreden pensioenakkoord, dat tot een crisis binnen de FNV zou leiden. ‘Ik was netjes om tien uur op mijn werk en wilde net een voorstelrondje gaan doen. Maar toen kwam het crisisberaad en vergaderden we met de bonden van de FNV tot twee uur ‘s nachts door. Er werden pizza’s gebracht, ik zag voorzitters van bonden fel discussiëren, Agnes Jongerius was aanwezig. Opeens zat ik midden in het heetst van de strijd’, zegt hij er destijds over in een interview met de Volkskrant.
Een maand later steekt er een flinke tegenwind op die zich op Wiersma richt. Via reacties op de FNV-website en anonieme verklaringen in dagbladen uiten vakbondsgenoten hun ongenoegen: wat doet die VVD’er bij FNV Jong? “De ophef die zomer was groot, dat weet ik nog goed”, aldus Jacky Driessen, die destijds op het ondersteunende stafbureau werkte. “Dat werd wel minder, maar Dennis werd nog een hele tijd met een schuin oog aangekeken als je bij sommige bonden langsging. Hij ging er goed mee om, hij wilde met de critici in gesprek. Hij bleef rustig. Heel knap, vond ik dat.”

LSVb: atypisch
In het voorjaar van 2009 wordt het nieuwe LSVb-bestuur ingewerkt door de oude garde. Het kersverse vijftal past op het eerste oog minder bij het stereotype LSVb-plaatje van wijde broeken, lange haren, hippie-achtig. “Ik heb tijdens een inwerkweekend iedereen een van mijn oude metal-shirts cadeau gedaan”, grinnikt Betkó. Die blijken later hooguit als slaapshirt gebruikt te worden. Voorzitter Gerard Oosterwijk en vicevoorzitter Wiersma komen liever in een gestreken overhemd naar de burelen. Vooral Wiersma is in veel opzichten een opvallende LSVb’er. “Dennis had weinig met dat alternatieve en was ook geen vegetariër. Als hij kookte, hoefde je geen linksgedraaide linzensoep te verwachten”, vertelt Anne van Uden-van Dijk, destijds penningmeester.
Niet alleen uiterlijk was Wiersma een atypische LSVb’er, aldus Henno van Horssen, destijds voorzitter van het Interstedelijk Studenten Overleg, de beduidend minder activistische en wat meer liberale tegenhanger van de LSVb. “Dennis was meer van het overleg dan het actievoeren. Daarin paste hij eigenlijk veel meer bij ons dan bij de LSVb. We hadden geregeld overleg met de twee organisaties samen en dan was Dennis onze counterpart binnen de LSVb, hij vormde een verbinding.”
“Dennis was toen al het meest politiek van ons allemaal”, blikt sociaaldemocraat Oosterwijk terug. “Ik was zelf ook super politiek, maar hij ging nog een stapje verder. Dennis had al een twitter-account en was daar ontzettend actief mee. Hij luisterde vaak nog naar Met het oog op morgen voordat hij ging slapen. Die politieke affiniteit speelde ook een belangrijke rol in vergaderingen, hij was voor mij iemand met wie ik kon sparren.”
Nuchter, zakelijk-analytisch, iemand die goed kan afbakenen, het zijn kwalificaties die steeds terugkomen in gesprekken over Wiersma. Iemand die weet waar hij over vijf jaar wil zijn. “Dennis weet heel goed wat hij wil”, vertelt toenmalig collega-bestuurder Jasmijn Koets. “Daarmee onderscheidde hij zich vanaf het begin, al bij de verdeling van de portefeuilles. Terwijl de meesten van ons nog redelijk bleu nadachten over wat ons aansprak, trok hij al duidelijk onderwerpen naar zich toe: onderwijs-toegankelijkheid, medezeggenschap en ook lobbywerk en media spraken hem aan. Het intrigeerde hem toen al hoe je impact kunt hebben, hoe kom je in het nieuws? Hij dacht veel na over de tactiek: hoe kunnen we onze agenda uitgevoerd krijgen?”

FNV Jong: boegbeeld
In beeld komen gaat Dennis Wiersma gemakkelijk af, ook twee jaar later bij FNV Jong. Alleen al een duik in de krantenarchieven levert een ongekende hoeveelheid nieuwsberichten en interviews op. Hij zet zich als boegbeeld van het jongerennetwerk voortdurend af tegen het kabinet. En daarmee ook tegen zijn eigen partij, die sinds de verkiezingen van juni 2010 voor het eerst de grootste is. De economische crisis verdiept zich, de jeugdwerkloosheid loopt op en er ligt een enorm pakket aan bezuinigingen op tafel. “Dennis was heel veel in de media, ik denk dat iedere journalist in Nederland hem wel kende”, vertelt medebestuurder Koekoek. “Dennis heeft ook een enorm talent om antwoord te geven op de vraag die hij had willen krijgen, in plaats van de vraag die gesteld werd.”
Wiersma weet dat strategische media-aandacht een pressiemiddel kan zijn, ook om intern de kussens op te schudden. Naast maatschappelijke thema’s als de oplopende jeugdwerkloosheid en tijdelijke contracten, probeert FNV Jong vooral ook de ondergeschoven positie van jongeren binnen de vergrijsde vakbeweging en het pensioenwezen aan te kaarten. Een rol die de jongerenclub niet door iedereen in dank wordt afgenomen. Als jongerennetwerk is FNV Jong dan nog onderdeel van de vakcentrale. FNV-leden tot 35 jaar zijn automatisch ‘aangesloten’, maar het netwerk heeft geen leden en geen formele zeggenschap. Kritische uitspraken worden soms hoog opgenomen. “Er hing altijd een FNV-persvoorlichter om ons heen”, vertelt Driessen. “Waar ben ik nou eigenlijk voorzitter van, vroeg Dennis zich af.”
Samen met zijn collega-bestuurder en de bureaumedewerkers treft Wiersma de voorbereidingen voor een opzienbarende stap: FNV Jong wordt in juni 2012 een zelfstandige vakbond drie jaar later zal de bond alsnog opgaan in de nieuwe vakbeweging. Tegelijkertijd ziet Wiersma het belang van een breed vakbondsfront en trekt hij samen op met cnv Jongeren. Ze komen veel in het nieuws met initiatieven zoals het Pensioenlab, waarmee ze de inspraak van jongeren bij pensioenfondsen willen vergroten.
Aan tafel bij ambtelijke overleggen of op bezoek bij ministers en Kamerleden voelt Wiersma zich tijdens zijn vakbondsjaren als een vis in het water. “Dennis doet het heel goed als je hem op een podium zet, of als hij moet overleggen met invloedrijke bestuurders en politici”, vertelt Driessen. “Hij was in die tijd wat minder op z’n gemak als we jongeren gingen spreken op een school in Amsterdam-West of op een beurs met leden. Dan leek hij soms een beetje onzeker.”

LSVb: confrontatie
Zijn bestuursgenoten bij de LSVb leren Wiersma gaandeweg kennen als een bestuurder met gevoel voor politiek pragmatisme. De studentenvakbond wordt in 2009 en 2010 geconfronteerd met de dreigende invoering van een leenstelsel, die mede vanwege de enorme bezuinigingen en politieke verhoudingen onvermijdelijk lijkt. Binnenskamers wordt ermee geworsteld. Moet je onvoorwaardelijk vasthouden aan de basisbeurs, omdat de achterban dat van je verwacht? “De LSVb heeft een historie van actievoeren. Dennis en ik probeerden dat te challengen: wat is nu de beste strategie, wat is het meest realistisch? Als een zaak op een gegeven moment verloren is, kun je dan niet beter proberen om mee te praten over wat dan wel? Zo probeerden we hier en daar een beetje te prikken”, vertelt Koets.
Na de plotselinge val van het kabinet-Balkenende IV in februari 2010 verandert dat. Er staan opeens vervroegde verkiezingen voor de deur en dat biedt nieuwe kansen om de druk op de Haagse politiek op te voeren. In de aanloop naar een grote studentenmanifestatie op het Amsterdamse Museumplein op 21 mei drie weken voor de verkiezingen krijgen ze duizenden studenten op de been richt de strijd zich weer helemaal op het behoud van de basisbeurs.
Gerard Oosterwijk is dan geen voorzitter meer. Eind maart blijkt dat hij onverwacht is opgestapt. ‘Verschil van mening’, is het enige dat kranten optekenen, niemand wil er dan iets over kwijt. De activistische Oosterwijk is in de maanden en weken voor de breuk meer en meer voor de muziek gaan uitlopen, betrokken bij acties die niet zijn afgestemd met de rest van het bestuur. Er wordt binnenskamers geregeld over gesproken om iedereen bij elkaar te houden. Geleidelijk neemt de spanning toe: van alle kanten wordt aan de studentenvakbond getrokken, de nog jonge bestuursleden maken lange dagen. Uiteindelijk komt het tot een confrontatie. Wiersma dwingt zijn collega’s te kiezen: ‘Het is Gerard of ik.’
“Dennis speelde het hard, dat moet je ook kunnen in de politiek. We hebben elkaar er later nog eens over gesproken. Ook over de impact die het had op mij, maar ook op hem. We hebben er allebei van geleerd”, blik Oosterwijk terug. Hij steekt de hand in eigen boezem. “Ik zag het niet aankomen, ik had niet door dat ik te hard ging. We werkten allemaal 60 uur per week, er was veel druk, we waren allemaal jong en vrij onervaren. Het was achteraf een les: als je de rest niet mee hebt, dan heb je een probleem.”
Koets: “Dennis heeft een onvermijdelijke situatie op scherp gezet. Daarmee forceerde hij een doorbraak. We vonden het allemaal heel heftig. Tegelijkertijd was het denk ik wel nodig. Soms moet je de confrontatie aangaan om iets te veranderen. Dat liet Dennis zien.”

Epiloog: carrièrepad
Er is één vraag die altijd weer terugkomt. Hoe rijmt Dennis Wiersma de strijdpunten in zijn vakbondsjaren met zijn lidmaatschap van de VVD, een partij die op belangrijke onderwerpen heel anders tegen de wereld aankijkt?
“Dennis heeft zich altijd loyaal opgesteld aan de kant van de organisaties waar hij in dienst was”, vertelt Wilco Bos, tot december 2009 vrijwillig beleids- en lobbymedewerker op het LSVb-bureau. “Dat was geen gespeelde bevlogenheid. Ik denk dat hij hoort bij een groep jonge, sociaal meer bewogen VVD’ers, meer aan de liberale kant dan de rechts-conservatieve.”
Na een aantal jaren bij pensioenuitvoerder pggm kwam Wiersma in 2017 naar de Tweede Kamer. Aan hem kleeft niet de smet van het vorige VVD-kabinet hij was alleen even inval-staatssecretaris op Sociale Zaken, een opstapje naar zijn huidige baan. Met de plannen uit het coalitieakkoord heeft hij de ruimte en het geld om te investeren in het onderwijs, heel anders dan de crisisgeest tijdens zijn vakbondsjaren.
Zelf heeft de nieuwe minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs niet zoveel op met links/rechts-denken. “Dennis heeft zich altijd aan die hokjes onttrokken”, zegt Jasmijn Koets, die met Wiersma bevriend is gebleven. “Dat vind ik verfrissend. Hij zoekt naar onderwerpen waarop hij een verschil kan maken en hij loopt nergens voor weg. Wie bedenkt nou zo’n carrièrepad? Hij doet het gewoon.”

{kader}
Beknopt cv Auke Dennis Wiersma (Franeker, 19 februari 1986)
1998-2002 Mavo, rsg Simon Vestdijk
2002-2004 Havo, csg Anna Maria van Schurman
2004-2005 Lerarenopleiding geschiedenis Hogeschool Windesheim
2005-2009 Sociologie, Rijksuniversiteit Groningen
2009-2010 Vicevoorzitter LSVb
2010-2012 Master bestuur en beleid, Universiteit Utrecht
2011-2013 Voorzitter FNV Jong
2013-2017 Programmamanager PGGM
Maart 2017-september 2021 Lid Tweede Kamer
Augustus 2021-januari 2022 Staatssecretaris Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Januari 2022-heden Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs

Dit bericht delen:

© 2022 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.