• blad nr 2
  • 1-2-2022
  • auteur B. Ros 
  • Redactioneel

 

Tijd- en geldgebrek beknotten zij-instroom

Het aantal zij-instromers in het onderwijs groeit, maar veel te langzaam voor een serieuze impact op het lerarentekort. Opleidingen bieden te weinig maatwerk. Scholen schrikken soms terug voor de begeleidingstijd en hoge kosten.

Te weinig plekken voor zij-instromers in Amsterdam, meldde Het Parool afgelopen najaar. In de stad waar het lerarentekort het grootst is, lukt het schoolbesturen in het basisonderwijs niet om de afgesproken 180 zij-instromers geplaatst te krijgen. Dat klinkt tegenstrijdig, maar juist dat lerarentekort blijkt de angel. Want een zij-instromer vraagt begeleidingstijd. En als je team al krap of incompleet is, kun je dat er niet bij hebben.
Daarmee ontstaat een vicieuze cirkel: een oplossing voor het lerarentekort stagneert vanwege datzelfde tekort. Dat is niet uniek voor Amsterdam of het basisonderwijs. “Veel besturen staan positief tegenover zij-instromers”, vertelt Wouter van Casteren van onderzoeksbureau ResearchNed, die in opdracht van OCW onderzoek doet naar zij-instromers. “Maar hoge kosten en werkdruk zijn op veel plekken een drempel.” De kosten beperken het aantal zij-instromers dat een school kan verstouwen. Ook hij hoort dat scholen met een lerarentekort menskracht missen voor begeleiding en dat voor scholen zonder lerarentekort zij-instromers minder urgent of interessant zijn.

Geschiktheid
Hoe zat het ook alweer? Een zij-instromer is iemand die vanuit een ander beroep leraar wil worden of een leraar die van vak of onderwijssector wil veranderen. Beiden beginnen niet vanaf nul en daarom geldt voor hen een eigen opleidingsroute. Voor de toelating vindt een zogeheten geschiktheidsonderzoek plaats: is een kandidaat geschikt om zelfstandig voor de klas te staan en om binnen twee jaar een bevoegdheid halen? Bij een groen sein kan hij starten met een leerwerktraject: in dienst als leraar op een school en daarnaast onderwijs volgen aan een lerarenopleiding. Vorig jaar ging het in totaal om 1891 zij-instromers (zie kader ‘Zij-instroom komt langzaam op gang’).
Over wie precies geschikt is, lopen de meningen uiteen. Uit onderzoek van ECBO en Regioplan blijkt dat zij-instromers in het voortgezet onderwijs (vo) doorgaans direct zelfstandig lesgeven. In het basisonderwijs tellen ze vaak de eerste periode niet mee in de vastgelegde formatie en kijken ze eerst de kunst af bij een ervaren collega.
Volgens de wet moet iemand die geschikt bevonden is, direct voor de klas kunnen, maar onderzoekers van de Onderwijsinspectie hoorden veel verhalen over zij-instromers in het primair onderwijs (po) die ‘soms onvoldoende voorbereid en handelingsverlegen voor de groep staan’. Over de criteria voor geschiktheid moet snel meer helderheid komen, vinden alle partijen. De AOb is van mening dat de kwaliteit van zij-instromers echt op orde moet zijn voordat ze zelfstandig lesgeven. Met de bestaande regeling staan mensen een tijdlang onbevoegd voor de klas. Zij verdienen een zachte landing, waarbij zelfstandig lesgeven geleidelijk wordt opgebouwd. Dat is beter voor de zij-instromers en voor de onderwijskwaliteit.

Geen maatwerk
Een andere hobbel is de opleiding. Die houdt vaak weinig rekening met wat iemand al aan bagage meeneemt. Van het beloofde maatwerk komt vooralsnog weinig terecht, blijkt uit de onderzoeken. Volgens ECBO en Regioplan wegen eerder opgedane kennis en ervaring nog relatief weinig mee en verschillen vrijstellingen per opleiding.
Marcelle Hobma hoort dit soort geluiden ook. Als projectleider bij ‘Talent als docent’ ondersteunt zij leraren in de regio Groot-Amsterdam en Zuid-Kennemerland bij de overstap naar het vo. Ze wijst bovendien op een ander manco: zij-instromers staan doorgaans al een half jaar voor de klas alvorens ze beginnen aan de opleiding, die alleen in februari start. “De kans op verzuipen is juist in die eerste maanden groot”, vertelt Hobma. Daarom verzorgt Talent als docent voor de zomervakantie een korte cursus Sterke Start en terugkommiddagen in het najaar. “Zij-instromers zijn vaak expert in een vak, maar hebben pedagogisch-didactisch nog veel te leren. Op dat vlak geven we ze alvast wat bagage mee over contact maken met de groep en lesorganisatie. Eigenlijk zouden de lerarenopleidingen zoiets moeten doen, maar dat gebeurt nog bijna nergens.”
Zij-instromers schuiven vaak aan bij bestaande colleges die niet op hen, maar op jongeren zijn afgestemd. “Ze moeten zich eerst maandenlang zelf staande zien te houden en daarna krijgen ze een soort Jip en Janneke-lessen. Ze voelen zich niet altijd serieus genomen.”
Het is geen onwil of inflexibiliteit bij de lerarenopleidingen, stelt Hobma. Maar ze zijn wettelijk met handen en voeten gebonden en kunnen niet zomaar nieuwe opleidingsstromen inrichten. “Dat is niet alleen een bron van ergernis, maar ook een gemiste kans.”

Hoge kosten
De overheid subsidieert schoolbesturen per zij-instromer met 20.000 euro. Best een mooie zak met geld, dus hoezo hoge kosten voor scholen? Van Casteren rekent het voor: 2.500 euro gaat op aan het geschiktheidsonderzoek en zo’n 15.000 euro gaat naar de lerarenopleiding. De subsidie verlaagt dus vooral de drempel voor de zij-instromers: ze kunnen zonder kosten en met een salaris vanaf dag één de overstap maken.
Voor deelnemende scholen is het een ander verhaal. Ze betalen misschien een deel van de begeleidingsuren uit de subsidie, maar studieverlof en aanstellingen boven de reguliere formatie komen voor eigen rekening. Gemiddeld zijn basisscholen 58.000 euro per zij-instromer kwijt, berekende Van Casteren. Het gemiddelde zegt eigenlijk niet zoveel, benadrukt hij, omdat de arrangementen per school zo enorm verschillen.
Sommige scholen hebben veel minder kosten. Voor andere scholen, die zij-instromers inzetten bovenop de reguliere personeelsomvang, kunnen de kosten snel oplopen tot boven de 70.000 euro. “In het po en vo zijn daarover geen vaste afspraken. Vaak varieert het binnen één schoolbestuur en soms zelfs binnen één school.” Landelijke afspraken over welke faciliteiten je zij-instromers biedt, lijken hem daarom zinvol. In het mbo, dat vanouds veel zij-instromers kent, is dat al goed geregeld: iedere zij-instromer krijgt hier één dag studieverlof en een tot twee uur coaching per week.
Verder is de status van zij-instromers wat schimmig. Ze zijn geen stagiaire, want in dienst en vallend onder de cao. Tegelijkertijd krijgen ze een speciale behandeling, met extra begeleiding en studieverlof. De omgang met cao-regels wisselt bij zij-instromers nogal, is Van Casterens indruk: benutten scholen nou cao-afspraken over lesurenreductie voor starters en professionalisering of niet?
Ook binnen de lerarenopleidingen vormen ze een buitencategorie. Ze zijn formeel geen student, maar volgen contractonderwijs. Dat betekent dat ze alleen een getuigschrift krijgen, inclusief lesbevoegdheid, en geen bachelor- of masterdiploma. Het ministerie wil af van die status aparte en het liefst het zij-instromerstraject inbedden in de bekostigde deeltijdopleiding. Wat dat dan gaat betekenen voor het geschiktheidsonderzoek en of iedereen straks aan de poort wordt geselecteerd, is nog voer voor discussie. Hobma hoopt dat er snel wat gebeurt: “Veel zij-instromers zijn pareltjes voor het onderwijs, echt een aanwinst voor scholen. Laten we hen vooral met betere trajecten zien te behouden.”

{streamers}
‘Zij-instromers hebben pedagogisch-didactisch vaak nog veel te leren’
‘Zij-instromers krijgen een soort Jip en Janneke-lessen’
Gemiddeld zijn basisscholen 58.000 euro per zij-instromer kwijt

{kader}
Zij-instroom komt langzaam op gang
Na een dip in het coronajaar 2020, zat er in het afgelopen jaar weer groei in het aantal toegekende subsidieaanvragen voor zij-instromers. In 2021 zijn er 1891 aanvragen toegekend, 114 meer dan in het jaar ervoor zo blijkt uit een brief die demissionair onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob eind vorig jaar stuurden aan de Tweede Kamer.
In het afgelopen jaar gingen de meeste zij-instromers aan de slag in het mbo en primair onderwijs; beide sectoren zijn goed voor ruim 40 procent van het totaal. Het aantal van 330 zij-instromers in het voortgezet onderwijs (20 procent) was in het afgelopen jaar nog relatief beperkt, maar in deze sector zit wel de meeste groei. Het aantal zij-instromers in het primair onderwijs daalde sinds 2019 naar 767, een bescheiden aantal in verhouding tot het lerarentekort van ruim negenduizend voltijdbanen in deze sector.
Over uitval zijn geen exacte cijfers voorhanden. Geschat wordt dat dit percentage ligt op 25 tot 30, vergelijkbaar met het aantal uitvallers onder jonge startende leraren. Belangstellenden voor een overstap naar het onderwijs haken vaak al in de oriëntatiefase af. Uit onderzoek van ResearchNed blijkt dat tenminste één op de zes zij-instromers het salaris te laag vindt.

Dit bericht delen:

© 2022 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.