• blad nr 1
  • 1-1-2022
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

 

‘Zet zij-instromers niet meteen alleen voor de klas’

Tekst Marijke Nijboer

Zij-instromers staan in de rij voor de Haagse P.H. Schreuderschool. Hoezo is een school voor speciaal basisonderwijs in een probleemwijk zo populair? Zij-instromers worden er intensief begeleid.

De leerlingen van groep 4/5 maken in drietallen een ‘woordtrap’. Zij-instromer Sarah Koedam legt uit dat ze woorden die aan de muur hangen, moeten rangschikken. Zo’n trap gaat bijvoorbeeld van sneeuwwit via lichtgrijs en donkergrijs naar pikzwart. De kinderen knippen en plakken kleurige stroken tot een trap en schrijven de woorden erbij. Sarah loopt door de klas, helpt groepjes op weg en beantwoordt vragen.
“Ik zag dat je probeerde om rustig te praten”, zegt haar duo en begeleider Inez van Vlijmen later. “De kinderen luisterden echt. Ik merkte ook dat je de tijd in de gaten hield. Volgens mij vond je de planning een beetje spannend. Ik zou zeggen: Durf de regie te nemen. Als een onderdeel meer tijd nodig heeft, is dat helemaal niet erg.” En ze heeft nog een praktische tip: “Toen je naar het volgende onderdeel van de les wilde overstappen, zei je: Zullen we dat gaan doen? Dan geef je ze een keuze, dat is verwarrend. Je kunt beter zeggen: We gaan dit doen.”
Koedam is al de negende zij-instromer die wordt opgeleid op de P.H. Schreuderschool. Als er op de school voor speciaal basisonderwijs in Den Haag een opleidingsplek vrijkomt, kan de school kiezen uit vijf tot tien gegadigden. Dat is bijzonder, als je bedenkt dat basisscholen, zeker in de grote steden, moeite hebben om personeel te trekken. Hoe kan het dat deze sbo-school midden in de Haagse Schilderswijk in trek is? Heel simpel, zegt directeur Judith Reijnen: “Wij begeleiden zij-instromers goed en dat gaat als een lopend vuurtje rond. Ze worden intensief begeleid door hun duo en hebben daarnaast gesprekken met een andere collega die als coach regelmatig een les filmt en met hen nabespreekt. Pas na een half jaar staan ze zelfstandig voor de klas.”
Zo gaat het lang niet overal. Op veel scholen laat de begeleiding van zij-instromers te wensen over, meldde de inspectie van het onderwijs in september vorig jaar. Veel overstappers uit andere beroepen vinden dat ze te veel aan hun lot worden overgelaten. Ze staan bovendien vaak al snel in hun eentje voor de klas. Hierdoor ontmoedigd verlaten sommigen al spoedig weer het onderwijs. Doodzonde, vindt Reijnen. “Je moet mensen niet meteen voor de klas zetten. Ze moeten eerst het vak leren. We hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid om dit goed aan te pakken. Onderwijskwaliteit begint bij goed opgeleide mensen.”

Diepgang
“In 2015 kon ik voor twee groepen geen leerkracht vinden. We kregen weinig reacties op onze vacatures.” Het deed directeur Reijnen besluiten om te investeren in zij-instromers. Van Vlijmen, nu juf van groep 4/5, was de eerste. Zij werkte al parttime op de school als logopedist. Ze vertelt: “Ik miste de diepgang met kinderen. Ik wilde eigenlijk al eerder het onderwijs in. Mijn ouders hebben allebei op een school in deze wijk gewerkt en vertelden altijd mooie verhalen.” Ze werd zij-instromer en kreeg begeleiding van een zeer ervaren leerkracht. “Willemijn was echt een kanjer, van haar heb ik heel veel geleerd.” Reijnen zag dat die intensieve begeleiding werkte. “Willemijn heeft, kort voor haar pensioen, met ziel en zaligheid Inez en nog een andere zij-instromer opgeleid. En dat werden uitstekende leerkrachten.”
Van Vlijmen staat nu voor het derde jaar zelfstandig voor de klas. Sarah Koedam is de eerste zij-instromer die zij, sinds dit schooljaar, zelf begeleidt. Samen draaien zij groep 4/5, waarbij Koedam steeds een beetje meer verantwoordelijkheid krijgt. Koedam, een psycholoog, was ambulant begeleider binnen het speciaal onderwijs in een andere regio. Het werken op een sbo-school bevalt haar: “Dit onderwijs is echt op de leerling gericht en het is leuk om te zoeken naar de juiste aanpak.”
Ze vindt dat ze voldoende ondersteuning krijgt. “Inez herkent wat ik doormaak en stelt me gerust. Het komt vanzelf, zegt ze dan. Ik geef zelf ook aan als ik hulp nodig heb. En ik kan altijd bij iemand binnenlopen. Er is hier zoveel kennis en kunde in huis. Er zijn meer zij-instromers en het is fijn om je ervaringen onderling te bespreken.” Na de meivakantie gaat ze twee dagen per week zelfstandig lesgeven.
De zij-instromers op deze school hebben diverse achtergronden. Er zijn twee voormalige logopedisten bij, twee psychologen, iemand met hbo pedagogiek en met hbo communicatie. Een ander werkte op de afdeling personeelszaken van KLM. “Er zitten mensen bij die zagen hoe deze school werkt en in het team wilden”, vertelt Reijnen. “Eén van onze zij-instromers had de drive om iets te betekenen in deze wijk.” De school heeft ook een zij-instromende onderwijsassistent. Reijnen: “Hij was leerkracht in Syrië en werkte hier bij de Primark, zwaar onder zijn niveau. Hij krijgt naast zijn opleiding tot onderwijsassistent taaltraining en natuurlijk coachen we hem.”
Gezien het huidige lerarentekort, zegt de directeur, moet je inventief zijn. “We moeten het potentieel op verschillende manieren aanspreken. We hebben de havisten die van de pabo komen hard nodig, maar ook deze mensen.” Een voordeel van zij-instromers is volgens haar dat je meer invloed kunt hebben op hun vorming. “Wij zorgen natuurlijk dat ze didactisch goed onderlegd zijn en weten hoe een goede les in elkaar steekt, maar versterken ook hun pedagogisch tact. Zo krijg je een goede opleiding. Als je het hier kan, kan je het overal.”

Levenservaring
Vaak zijn zij-instromers wat oudere, kritische mensen die zich willen blijven ontwikkelen. Die voegen volgens Reijnen echt wat toe. “Ze hebben veel werk- en levenservaring. Het zijn aanpakkers die vaak vijf dagen willen werken en meestal ook niet meer de leeftijd hebben om zwanger te worden”. Zo wilde Mithra Nouri (55) graag zij-instromer worden. “Ze vroeg of ik dat nog de moeite vond. Wat denk je? Twee jaar opleiden, en daarna heb ik hopelijk nog tien jaar plezier van haar.” Nouri staat in de gang een kopietje te maken. Ze werkt hier nu drie jaar. Bevalt het? Ja, zegt ze, “ik zit hier echt op mijn plek. Maar nu ga ik weer gauw terug naar mijn klas.” Reijnen knikt trots: “Goed he?”
Toch gaat niet alles van een leien dakje. De zij-instromers die door de school zijn opgeleid, komen in principe in de formatie terecht. Maar een paar van deze mensen vertrokken na de opleiding naar een ander schoolbestuur. Eentje werd zelfs actief weggelokt. “Ze tekenen geen contract, dus ze kunnen weg”, zegt Reijnen. “Dat is zuur wanneer je zoveel in iemand hebt geïnvesteerd.” Van de negen zij-instromers zijn er vijf gebleven. Minder dan gehoopt, maar even goed heeft de P.H. Schreuderschool dankzij hen geen vacatures.
Een ander knelpunt is dat Reijnen geld moet bijleggen voor de intensieve begeleiding van zij-instromers. “Ik krijg het financieel niet rond en daar heb ik gesprekken over met mijn bestuur. De begeleider en de zij-instromer staan dubbel voor de groep. Dat is duur, maar deze mensen hebben nu eenmaal goede voorbeelden nodig en het is leerzaam voor ze om samen lessen voor te bereiden. Ik betaal dit nu vanuit mijn reserves.”
Een zij-instroomtraject is best zwaar, ervoer Van Vlijmen. “Ik ging één middag en avond naar school en stond drie dagen voor de klas. Aanvankelijk werkte ik daarnaast ook nog als logopedist, maar daar ben ik na verloop van tijd mee gestopt.” Ze is echter blij met haar keuze. “Ik merkte al snel dat ik het meeste plezier haal uit het voor de klas staan. Op een sbo-school help je de kinderen om kleine stapjes te zetten. Sommige kinderen zijn snel boos, anderen teruggetrokken. Je ziet hoe ze opbloeien in de groep. Ze leren dat je mag falen en dat je daarvan leert. Het werken op een school als deze is meer een uitdaging en daarom extra leuk.”

Dit bericht delen:

© 2022 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.