• blad nr 1
  • 1-1-2022
  • auteur J. Poortvliet 
  • Redactioneel

 

Knokken voor een fatsoenlijk salaris

Onderwijsassistenten noemen hun salaris ‘een schijntje’. Ze vinden het verschil met ander onderwijspersoneel te groot. In de kinderopvang kunnen ze met hun opleiding ook aan de slag en honderden euro’s per maand meer verdienen.

Angelique Engelmann, onderwijsassistent in het voortgezet onderwijs, jaagt de discussie in het voorjaar van 2021 aan op Facebook. Ze zet het salaris van een onderwijsassistent naast dat van een kopieerhulp annex theeschenker op een gemeentehuis. Het startsalaris voor een onderwijsassistent is bruto 1753 euro per maand* (schaal 4, cao primair onderwijs 2021). Dat is maar een paar tientjes meer dan het minimumloon in Nederland. Een facilitair medewerker bij een gemeente verdient grofweg 150 euro per maand meer. Engelmann schrijft: ‘Elke school vindt de kinderen het belangrijkste en elke school wil de beste mensen. Tot het over betalen gaat. Dan kun je beter koffie rond gaan brengen.’
Vaker nog vergelijken onderwijsassistenten hun loonstrook met die van pedagogisch medewerkers (pm’ers) in de kinderopvang. Beiden komen grofweg van dezelfde opleiding: mbo pedagogisch werk niveau 4. Kies je de richting onderwijsassistent dan start je met zo’n 1750 euro per maand voor een fulltime werkweek. In tien jaar tijd loopt dat bedrag maximaal op naar bijna 2500 euro. Neem je de afslag naar kinderopvang dan is het start-maandsalaris ongeveer 2150 euro en groei je in twaalf jaar tijd door naar meer dan 2900 euro. Dat scheelt meer dan 400 euro per maand.
Belangrijke kanttekening: het onderwijs kent betere secundaire arbeidsvoorwaarden. Denk aan een dertiende maand, meer vakantiedagen en een hogere pensioenbijdrage door je werkgever. Daartegenover staat dan weer dat fulltime werken in de kinderopvang 36 uur per week is en in het onderwijs 40 uur.
Een vaak genoemde rechtvaardiging voor het salarisverschil is dat je als pm’er eindverantwoordelijk bent voor een groep kinderen. Als onderwijsassistent ben je dat niet. Althans, officieel niet. In de praktijk is het schering en inslag dat assistenten leraren vervangen. Steeds vaker gebeurt dat voor langere periodes. Er wordt ook expliciet op geworven.

Praten als Brugman
Susanne Manders heeft zoals wel meer onderwijsassistenten in beide sectoren gewerkt en vindt het verschil niet uit te leggen. “Ik wil mijn oud-collega’s in de kinderopvang absoluut niet tekortdoen, maar persoonlijk vind ik dat er in het onderwijs meer van mij wordt verwacht. Op school ben ik pedagogisch, maar ook onderwijsinhoudelijk en didactisch bezig. En groepsverantwoordelijkheid? Die draag ik ook, maar dan over de subgroepjes waar ik mee werk. En wanneer ik inval voor een leerkracht natuurlijk helemaal.”
Inmiddels heeft Manders een vaste aanstelling voor 34 uur in de week. Ze noemt haar huidige salaris ‘redelijk’ (onderwijsassistent C, schaal 6). “Ik woon in een huurwoning en kan huursubsidie aanvragen. Maar ik heb geen ruimte om te sparen bijvoorbeeld. Zelfstandig een huis kopen -zonder een partner- is niet mogelijk. Eigenlijk is mijn inkomen een aanvulling op wat mijn vriend verdient in de bouw. Dat voelt niet goed.”
Manders heeft moeten praten als Brugman om uiteindelijk in schaal 6 te komen (zie ook het nieuwsbericht op pagina …). “Ik ben begonnen in schaal 4 en heb het onderwerp afgelopen jaren zo’n vijf keer aangekaart.” Met wisselend succes. “Het is naar om telkens het deksel op je neus te krijgen. Er wordt gedaan alsof je een gekke vraag stelt.” Manders leverde een pakket met bewijsmateriaal aan. Door de verzamelde feedback van collega’s en een logboek aan uitgevoerde taken ging haar werkgever overstag en betaalt haar nu als onderwijsassistent type C.
Ook Angelique Engelmann zit in schaal 6, maar dan van de cao voortgezet onderwijs. Ze vindt haar salaris niet corresponderen met haar taken en de flexibiliteit die van haar wordt verwacht. Bovendien komt de dagelijkse praktijk volgens Engelmann niet overeen met hoe ondersteuners op papier werken. “Het is echt niet zo dat er een docent boven je staat.”
Engelmann is mentor van een halve klas, ze vervangt ad hoc collega-docenten bij uitval en geeft zelf les, binnen het leergebied ‘wereld’. Ze maakt deze lessen in haar eigen tijd. “Andere werkzaamheden blijven hierdoor liggen. Ik heb geen opslagfactor, zoals docenten. Zij geven een vast aantal lessen in de week en krijgen daarnaast tijd voor voorbereiding.”
Waar ze als oud-mbo’er aanvankelijk opkeek tegen docenten is dat inmiddels veranderd. “Vroeger had ik hbo’ers high and mighty zitten. Dan dacht ik wow: een docent. Maar inmiddels weet ik: zij zijn echt niet veel wijzer dan ik. Je wordt in de loop der jaren pedagogisch steeds sterker. Even een uur invallen bij wiskunde, ik draai er m’n hand er niet meer voor om.”

Lachertje
Ook in het voortgezet onderwijs is Engelmanns ervaring dat ondersteuners maar moeizaam vooruitkomen in de loonschalen. “Vaak wordt gezegd: Je doet al wel een paar dingetjes ‘op schaal 7’, maar net niet genoeg. Zo word je laag gehouden.” Op haar vorige school werd haar een bonus aangeboden voor het geven van mentor- en mens en maatschappijlessen. Dat bedrag weigerde ze. Engelmann: “Het was een extraatje uit een pot voor uitzonderlijke prestaties. In mijn geval vond ik het geen uitzonderlijke prestatie. En je onthoudt iemand anders dat bedrag.”
Ze stopte er daarom mee, om het lesgeven op haar huidige school weer op te pakken. Waarom? Engelmann: “Eigenlijk zou ik ook hier moeten zeggen: Ik doe het niet meer. Ik krijg er geen extra tijd voor en ik word er niet beter door betaald. Maar het zijn de krenten in de pap. De uitdaging van het werken met een voor mij nieuw niveau kinderen.”
Je rugzakje vullen met nieuwe ervaringen, noemt onderwijsassistent en pm’er Hannie van Hoof dat. “Het zit hem niet altijd in loon, maar ook in de kans om te leren en te groeien.” Van Hoof werkte 25 jaar uitsluitend in de kinderopvang, tot de basisschool in hetzelfde kindcentrum een onderwijsassistent zocht. Van Hoof: “Ik was op zoek naar een nieuwe uitdaging. En het heeft veel meerwaarde voor beide organisaties te werken. Ik kan een brug slaan tussen school en kinderopvang.”
Van Hoof werkt nu 20 uur per week op de bso en 16 uur als onderwijsassistent op de kleutergroepen. Ze vindt haar salaris als onderwijsassistent in schaal 4 ‘echt een schijntje’. Al is pm’er zijn op de dagopvang in haar ervaring wel zwaarder werk dan dat van een onderwijsassistent. “Op school is wat ik doe altijd gebaseerd op het programma dat de leerkracht maakt. In de kinderopvang bepaal je als pm’er wat er gebeurt. Jij doet de behandelprogramma’s, het vve-stuk, de gesprekken met ouders. Je bent echt eindverantwoordelijk en zorgt ervoor dat kinderen klaar zijn om naar de basisschool te gaan. Op school heb ik ook wel veel aan mijn hoofd, maar een hele dag op de peutergroep staan: daar kon ik echt moe van zijn.”
Omdat Van Hoof bij twee organisaties op de loonlijst staat, betaalt ze over het laagste salaris -haar onderwijssalaris- extra loonheffing. “Wat ik overhoud aan m’n werk op school is daardoor helemaal een lachertje. Maar ik heb hier heel bewust voor gekozen, omdat ik leergierig ben en omdat ik mijn rugzak wil vullen. Ik heb nu al zoveel didactische ervaring opgedaan.”

Ondergeschikt
Engelmann, uit het voortgezet onderwijs, vindt dat ondersteuners te vaak op die ‘zachte’ waardering zitten. “We moeten knokken voor ons salaris, daar ben ik misschien meer op gebrand dan sommige collega’s. Scholen dan wel besturen zijn stelselmatig bezig om de beroepsgroep minder te waarderen en tegelijkertijd de taken aan het verzwaren. Dat klopt niet.” Oop’ers voelen zich vaak ondergeschikt aan de rest, merkt ze. “Ze zijn blij dat ze met kinderen mogen werken. Of ze zeggen: Ik krijg ook een chocoladeletter met Sinterklaas. Maar ik denk dan: joh, zorg dat je een beter salaris krijgt, dan kun je elke maand chocoladeletters kopen. Het is ook je pensioen hč. Je doet niks verkeerd als je je best doet voor je salaris.”

Dit bericht delen:

© 2022 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.