• blad nr 1
  • 1-1-2022
  • auteur M. Lange 
  • Redactioneel

 

In een veilige klas dragen leerlingen hun identiteit uit

Docent Nederlands Merlijn Borsboom wordt bij voorkeur aangesproken met hen of hun. Samen met moeder Paula Borsboom oud-docent en homoactivist ijvert Merlijn voor meer open en veilig onderwijs.

Docenten zouden leerlingen al op de eerste schooldag moeten vragen hoe ze willen worden aangesproken. Dat betogen Merlijn Borsboom en collega-docent Nienke Draaisma in een opiniestuk dat afgelopen najaar verscheen in Trouw. ‘Voor pubers is de vrijheid om te onderzoeken wie zij zijn heel belangrijk’, schrijven de auteurs. In een tijd dat jongeren op sociale media vrijelijk hun identiteit kunnen uitdragen, moeten scholen volgen. ‘De onlinewereld geeft iedereen de autonomie om zijn, haar of hun eigen identiteit te uiten. In de schoolbanken hebben leerlingen geen profielpagina, alleen hun uiterlijk op basis waarvan een docent moet bepalen hoe iemand aan te spreken.’
In een interview met het Onderwijsblad vertelt docent Merlijn Borsboom hoe hen* dat aanpakte in de tweede klas van het Stedelijk Gymnasium in Utrecht. Leerlingen kregen de opdracht een korte biografie te schrijven.
Eerst deed Borsboom dat zelf. Op het schoolbord schreef de docent behalve naam, beroep en achtergrond, op: ‘non-binair, en bij voorkeur aan te spreken met hen of hun’. “Daarna nodigde ik mijn leerlingen uit hetzelfde te doen, hun eigen biografie te maken, maar ik zei ook dat ze niks verplicht waren.”

Steun
Merlijn Borsboom krijgt steun en bijval van moeder Paula Borsboom, net gepensioneerd hbo-docent en oud-vakbondslid. Samen ijveren ze voor een opener en veiliger onderwijs. De huidige tijd doet Paula denken aan haar begintijd in het onderwijs. De voorloper van de AOb, de Abop, was in de jaren tachtig actief lid van de International Lesbian and Gay Association. Als vertegenwoordiger van de Abop nam Paula deel aan congressen van de internationale homo-organisatie en gaf zij workshops aan docenten over norm-doorbrekend onderwijs.
De paralellen tussen toen en nu zijn groot, valt haar op. “Veel docenten hadden destijds een blinde vlek voor leerlingen die worstelden met homoseksualiteit en zich ongezien en onveilig voelden op school. Ik vergelijk het met transgender personen. Ik heb lang gedacht dat ik geen transgender personen in mijn klas had. Nu weet ik dat dat niet waar is. Ik had ze wel, natuurlijk waren ze er, maar ik wist het niet.”
Volgens onderzoek van Movisie voelt 9 procent van de meisjes en 7 procent van de jongens zich ‘ook’, ‘uitsluitend’ of ‘vooral’ aangetrokken tot seksegenoten. Volgens onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau identificeert 3,9 procent van de Nederlandse bevolking zich niet eenduidig met het geslacht dat is geregistreerd bij de geboorte. In totaal geeft 0,6 procent aan problemen te hebben met het toegekende geboortegeslacht en hormoonbehandelingen of operaties te ondergaan of dat te willen doen. Van de leerlingen in het voortgezet onderwijs voelt ongeveer 0,7 procent zich anders dan het toegewezen geslacht, iets minder dan drie kinderen dus op een school van tweeduizend leerlingen.
Het zijn cijfers die elke docent moet weten, vinden Merlijn en Paula. Het betekent volgens het tweetal niet meteen dat elke docent er iets mee moet doen, maar op de hoogte zijn, is het minste. “Dan pik je de signalen op”, zegt Paula. “Dan snap je waarom iemand alleen zit, of zich gedraagt zoals diegene zich gedraagt.”

Gerustgesteld
Nadat Merlijn hun biografie aan de klas had gepresenteerd, waren sommige leerlingen bang zich te vergissen in hoe ze de docent moesten aanpreken. “Leerlingen waren bang toch zij en haar te gebruiken in plaats van hen en hun, zegt Merlijn. “Maar ik heb iedereen gerustgesteld. Ik zei dat het om het principe gaat. Dat ik blij ben mijn voorkeur te kunnen aangeven en dat ik blij ben als ik zie dat ze hun best doen.”
Het gesprek over gender was daarmee vanaf de eerste schooldag geopend. Borsboom kreeg al een leerling aan tafel die aangaf twijfels te voelen en daar graag over wilde praten. “Ik vroeg de leerling of hij/zij/hen ook naar mij toe zou zijn gekomen als we het onderwerp niet hadden besproken, en hij/zij/hen zei dat niet gedaan te hebben.”
De docent en oud-docent wensen dat alle leerlingen zich veilig voelen op school. “Als een leerling de plas moet ophouden, omdat hij, zij of hen niet weet naar welk toilet te kunnen gaan, dan is dat toch vreselijk”, zegt Merlijn. Het Stedelijk Gymnasium in Utrecht heeft inmiddels één genderneutrale wc. Het is een begin. Het creëren van genderneutrale wc’s is niet zo moeilijk, weet Merlijn. Je verwijdert de symbolen voor man en vrouw, klaar. Iedereen gaat naar hetzelfde toilet, zoals dat thuis ook gebeurt.
Veiligheid gaat verder dan het inrichten van een schoolgebouw. Als een leerling zich niet veilig voelt in de klas, wordt er in de les amper iets opgestoken. Tijdens Merlijns middelbare schooltijd werd er nog niet of nauwelijks over gender gesproken. “Ik had één docent die homo was en daarmee een voorbeeld. De term non-binair leerde ik pas kennen op mijn 22ste. Ik had het wel prettig gevonden er eerder kennis mee te maken. Dan had ik me zekerder gevoeld.”
Paula, die samenleeft met een vrouw, maakte daar in haar tijd als docent meestentijds geen geheim van. Ze vertaalde het naar oefeningen die ze gaf. “Wat ik heel bewust deed, was oefeningen maken met voorbeeldzinnen die anders waren dan in de boeken. Twee moeders die samenwonen of een vrouw die een fietsband plakt. Kleine voorbeelden, maar ze worden razendsnel opgepikt door leerlingen. Ik zette ze ermee aan het denken. Je kunt ook genderneutrale namen geven of een voorbeeldzin geven met een jongen met nagellak. Leerlingen vinden dat leuk.”
Soms wordt genderneutraliteit gezien als een mode, valt de beide Borsbooms op. Paula: “Ook daarom is het zinvol de periode van de jaren tachtig te vergelijken met nu. Sommigen waren destijds bang dat iedereen homo zou worden. Nou, dat is niet het geval.”

Lees ook ‘Jezelf zijn op school’ en ‘Lhbti+ leerlingen verdienen een veiligere schooltijd’ elders in dit nummer.

{kader}
*Menouw en mevreer
In welke voornaamwoorden iemand zich herkent, is een persoonlijke keuze. De meeste non-binaire mensen geven de voorkeur aan hen of hun, bleek uit een inventarisatie van Transgender Netwerk Nederland in 2016. Ook ‘die/diens’ werd door veel mensen op prijs gesteld. In het Engels wordt vaak they gebruikt. Sommigen vinden zowel een non-binaire als een binaire vorm prima (zoals zij of haar en hen of hun) of geven aan naar elk persoonlijk voornaamwoord te luisteren. Weer anderen zoeken naar geheel nieuwe woorden, zoals dee of dijr, zem of zeer, zhij of zhaarm en menouw of mevreer.

Dit bericht delen:

© 2022 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.