• blad nr 11
  • 3-6-2000
  • auteur D. van 't Erve 
  • Dossier

 

Overplaatsen

Het spreekt voor zich dat als een werkgever een werknemer wil overplaatsen naar een andere afdeling, hij daar een goede reden voor moet hebben. Daarbij moet een werkgever altijd voldoende objectief over de situatie kunnen oordelen.
Dat was niet het geval met O., leerkracht op een basisschool, voor onbepaalde tijd in dienst. Vlak voor kerst vorig jaar laat het bestuur weten hem te willen overplaatsen naar een school in een andere plaats. De reden hiervoor is niet meteen duidelijk. Als bezwaren niet helpen, besluit O. samen met de juridische dienst van de AOb de zaak voor te leggen aan de commissie van beroep.
In de raamovereenkomst, waarin de centrale afspraken zijn vastgelegd voor het primair onderwijs, staat een regeling voor onvrijwillige overplaatsing vermeld. Een belangrijk element is dat als de werkgever iemand wil overplaatsen, hij dat in overleg met de werknemer moet doen. Tijdens dit overleg moet bekeken worden onder welke voorwaarden de overplaatsing zal gebeuren. Ook wanneer er geen overeenstemming wordt bereikt, mag de werkgever toch tot overplaatsing overgaan. Het besluit moet hij dan wel goed onderbouwen.
De commissie van beroep vindt de onderbouwing in het geval van O. volstrekt onvoldoende. ŒEnige concrete onderbouwing wordt niet gegeven, hetgeen op zijn minst van een zorgvuldig bestuur verwacht had mogen worden¹, aldus de commissie. Ook is niet gebleken dat het bestuur in het overleg duidelijk heeft kunnen maken waarom de leerkracht moet worden overgeplaatst. Pas tijdens de mondelinge behandeling van de zaak, komt de ware aap uit de mouw. Drie van de veertien teamleden legden schriftelijk vast niet meer met O. samen te willen werken. Ter plekke verklaart ook de directie van de school niet meer met de leerkracht door één deur te kunnen.
Volgens de commissie betekent dit dat de directieleden persoonlijk betrokken zijn bij een conflict met de leerkracht. Het is dan zeer de vraag of zij het overleg als bedoeld in de raamovereenkomst wel konden voeren. De commissie concludeert dat de directie onvoldoende afstand heeft kunnen houden om goed te oordelen over de overplaatsing. De commissie acht het beroep van O. gegrond.

Dit bericht delen:

© 2020 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.