• blad nr 9
  • 1-10-2021
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

 

Hoe afkomst uitkomst beďnvloedt

Zijn kandidaten met een niet-westerse achtergrond in het nadeel bij de toelatingstoets voor de pabo? Nee, niet bij het maken van de toets zelf, zeggen onderzoekers. Maar misschien wel bij de voorbereiding op die toets.

Is er bij de toelatingstoetsen voor de pabo sprake van een ‘westerse vooringenomenheid’? Oftewel: hebben autochtone Nederlandse studenten, door het onderwerp of het taalgebruik in de toetsen, een voordeel ten opzichte van studenten met een niet-westerse achtergrond? Dat is de grote vraag waarover onderzoekers van de Fontys lerarenopleiding Tilburg zich bogen, in opdracht van het ministerie van Onderwijs.
De toelatingstoetsen voor de pabo (voor de vakken aardrijkskunde, geschiedenis en natuur & techniek) zijn in 2015 ingevoerd. De toetsen moeten garanderen dat aspirant-studenten op deze terreinen voldoende bagage hebben om aan de pabo te beginnen.
Aan de ene kant zijn de toetsen een succes, omdat de uitval in het eerste jaar van de pabo is gedaald. Aan de andere kant blijken studenten met een niet-westerse achtergrond vaker voor de toetsen te zakken. Het slagingspercentage van kandidaten met minstens één ouder uit een niet-westers land ligt grofweg 20 procent lager dan dat van kandidaten met westerse ouders.
Wat veroorzaakt dat grotere aantal gezakten, was de vraag waarover de onderzoekers zich bogen. Ligt het aan de toetsvragen? Het antwoord daarop is heel duidelijk ‘nee’, zo concludeert het rapport De pabo toelatingstoetsen getoetst van de Fontys lerarenopleiding Tilburg. “Je kunt het effect niet verklaren doordat er opgaven zijn die iets anders toetsen dan de kennis die er volgens de minister getoetst moet worden”, zegt onderzoeker Anne Kerkhoff van Fontys. “De vragen zijn opgesteld door Cito en dat is vakkundig gebeurd.”
Maar daarmee is de kous nog niet af. Want bij de voorbereiding op de toetsen zouden studenten met een niet-westerse achtergrond wel degelijk in het nadeel kunnen zijn, vermoeden de onderzoekers. Hard bewijs is er nog niet, in onderzoeksjargon gaat het om ‘onderbouwde hypotheses die nader onderzoek vergen’. Maar er is reden genoeg om met wat extra belangstelling naar de voorbereiding te kijken.
Dat begint bij de hoeveelheid stof. Per vakgebied gaat het volgens de onderzoekers om een forse hoeveelheid leerstof. Waar veel studenten zich in eerste plaats met zelfstudie doorheen moeten werken. Goed, er is commercieel voorbereidingsmateriaal beschikbaar, maar dat kost geld. Er is ook veel gratis studiemateriaal beschikbaar, ‘maar de aspirant-studenten zullen dan nog steeds op eigen kracht hun weg moeten vinden in al die adviezen, materialen en cursussen’, zeggen de onderzoekers.
Uiteraard worden er op verschillende plekken ook lessen en colleges gegeven als voorbereiding op de toelatingstoetsen. Bijvoorbeeld in het mbo. ‘Maar het aantal contacturen is heel beperkt in verhouding tot de hoeveelheid stof’, schrijven de onderzoekers. ‘En zelfs het keuzedeel ter voorbereiding op de pabo, dat veel mbo-instellingen aanbieden, is in dat opzicht beperkt.’

Voorkennis
Een ander potentieel knelpunt in de voorbereiding is het leesvaardigheidsniveau. Het niveau dat een kandidaat nodig heeft om zich zelfstandig door het voorbereidingsmateriaal heen te werken, overstijgt het leesniveau van havo-4 en het vmbo, zegt het onderzoek.
Het probleem daarbij is niet dat er in het studiemateriaal te moeilijke woorden of te ingewikkelde zinnen gebruikt worden, zegt Kerkhoff. Het probleem is dat leesniveau altijd gekoppeld is aan voorkennis. En die voorkennis missen de kandidaten, omdat ze al een aantal jaren geen les hebben gehad in de vakken die getoetst worden. “Ik vind zelf bijvoorbeeld teksten over relativiteitstheorie erg moeilijk. Niet omdat ik de woorden niet begrijp of de zinnen te lang zijn, maar omdat ik er te weinig van af weet.”
Een remedie voor dat gebrek aan voorkennis is uiteraard om die dan toe te voegen in de teksten. Maar dan worden die weer lang. Heel erg lang, zelfs. Kerkhoff: “Het is verschrikkelijk veel stof. Bij bijvoorbeeld het vak geschiedenis gaat het van de bandkeramiekers tot Annie M.G. Schmidt. En dat in een handreiking van dertig pagina’s. Het zou ook in een handboek van driehonderd pagina’s kunnen - en zelfs dan blijft het compact.”
Door de hoge dichtheid van het voorbereidende materiaal is het heel erg moeilijk daar structuur in aan te brengen. Het ontbreekt aan een ‘narratief’,?zeggen de onderzoekers. De studenten gebruiken andere woorden, zo meldt het rapport: zij noemen het voorbereidende materiaal ‘los zand’.
Natuurlijk zijn deze knelpunten bij de voorbereiding op de pabo-toetsen in het nadeel van alle aspirant-studenten. Maar het kan, stellen de onderzoekers, dat de nadelen net iets harder aantikken bij studenten met een niet-westerse achtergrond. ‘Bijvoorbeeld door verschillen in de voorkennis die zij van huis uit mee krijgen en door gebrek aan een sociaal netwerk dat hen bij de voorbereiding op de toets kan ondersteunen.’
Dus wat nu? Welke mogelijke oplossingen zijn er om toch meer kandidaten met een niet-westerse achtergrond de pabo binnen te krijgen? Stoppen met de hele instroomtoets, is één van de mogelijkheden, maar misschien niet de beste. “Ik kan me best voorstellen dat pabo’s willen selecteren”, zegt Kerkhoff. “Het curriculum is overvol, dus dan snap ik dat je kennis vooraf gaat eisen. Andere studies doen dat ook. Als je medicijnen wilt studeren, is er niemand die zich afvraagt waarom je een voldoende voor biologie moet hebben.”
Wel zou er eens gekeken kunnen worden naar de vorm van de toelatingstoetsen. Die zijn nu namelijk multiple choice. Kerkhoff: “Dat lokt geen erg rijke manier van leren uit. De meeste aspirant-studenten stampen in relatief korte tijd een grote hoeveelheid feiten in hun hoofd. Maar zijn het meeste daarvan zijn ze na een paar dagen alweer vergeten.”
“De toetsen moesten in 2015 snel ingevoerd worden”, zegt Arie Vonk, die als projectleider van de toelatingstoetsen vanuit de Vereniging Hogescholen betrokken is bij het onderzoek. “En als je meer dan 15 duizend toetsen per jaar moet afnemen, dan is multiple choice de meest efficiënte aanpak.”
Maar de tijd is rijp om deze aanpak eens tegen het licht te houden, vindt ook Vonk. Want het denken over toetsen heeft sinds 2015 niet stilgestaan. “Er wordt nu in het onderwijs steeds meer gesproken over ontwikkelingsgericht, formatief toetsen. Die beweging wordt ook langzaam zichtbaar bij de toelatingstoets voor de pabo.”
Er wordt volgens Vonk gedacht over manieren om mbo’ers die het keuzedeel ter voorbereiding op de pabo volgen, drempelloos te laten doorstromen in de pabo. Bijvoorbeeld door een portfolio op te bouwen, waarin stage-opdrachten, presentaties, verslagen van colleges en de uitslag van een kennistoets opgenomen kunnen worden.
Onderzoeker Kerkhoff loopt wel warm voor dit soort initiatieven. “We gaan van ‘selecteren aan de poort’ naar ‘voor de poort leren wat je nodig hebt om succesvol te zijn’. Als je wat met onderwijs hebt, word je daar blij van.”

{streamer}
Studenten met een niet-westerse achtergrond zakken vaker voor de toelatingstoetsen

Dit bericht delen:

© 2022 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.