• blad nr 9
  • 1-10-2021
  • auteur L.. van Sadelhoff 
  • Redactioneel

 

Scholier Nour El Ghezaoui runt twee bijlesscholen

Nour El Ghezaoui is 17, zit zelf nog op school, en runt twee bijlesscholen in het Utrechtse Kanaleneiland en in Zeist. Vooral scholen verwijzen kinderen naar haar door. “Ouders die niet veel geld hebben, of niet zelf naar school zijn gegaan, zien het nut er niet echt van in.”


Het koffietentje in Utrecht waar Nour (17) wilde afspreken, is gesloten. “Kunnen we dan een drankje meenemen?” vraagt ze de vrouw achter de bar. Die knikt bevestigend. Nour grijnst.
“Gelukkig. Ik snak naar cola aan het eind van zo’n dag.” Aan het eind van ‘zo’n dag’ heeft Nour een paar basisschoolkinderen bijles gegeven. Aardrijkskunde, biologie, Engels, rekenen, taal - Nour helpt ze bij alles, want, zo vindt ze: “Iedereen heeft het recht om slim te zijn. En iedereen verdient een duwtje de goede kant op.” Een duwtje dat volgens haar te vaak vanuit huis of school niet gegeven wordt.
Nour groeide op in Kanaleneiland, Utrecht, ook wel bekend als een achterstandswijk, maar noem die term niet, ze houdt er niet van als plekken zo in een hokje gedrukt worden. “Alsof kinderen die hier zijn geboren per definitie met een achterstand beginnen. Dat wéét je van tevoren helemaal niet, toch?”

Volwassen
Ze klinkt volwassen voor haar leeftijd. “Dat komt”, zegt ze, “omdat ik wel al wat heb meegemaakt”. Nour groeide op in deze wijk, grotendeels alleen met haar broertje, zusje en moeder. Haar vader zat in Spanje in de gevangenis. “Voor hasjsmokkel. Hij is gepakt bij de grens. Daar ga ik niet geheimzinnig over doen. Iedereen maakt fouten. Ik ben heel lang heel boos geweest, toen hij na vijf jaar celstraf bij ons terugkwam, zei ik: ‘Jij bent mijn vader niet. Nu heb ik hem vergeven. Ik ben ouder. Ik oordeel niet meer zo.”
Dat niet-oordelen neemt ze mee haar lessen in. In het begin kwam ze veel bij kinderen thuis, vaak bij armere gezinnen. Ze wijst naar de flats die om haar heen staan. Ze torenen hoog
boven de wijk uit, er hangt beddengoed over de rand van de balkons te drogen. “Ik vroeg in het begin 7,50 voor de hele les. Dat was net mijn buskaartje, heen en weer terug.” Ze lacht. “Ik ben niet heel commercieel. Nu nog steeds niet.” Ze heeft haar bedrijfje dan wel geprofessionaliseerd, met veertig leerlingen, twee gehuurde bijleslocaties, een paar stagiaires, enkele vrijwilligers en zelfs ook al betaalde krachten: ze
blijft korting geven aan kinderen van wie ze weet dat de ouders het niet breed hebben. “En ‘het niet breed hebben’ kan ook betekenen dat er wel genoeg geld is, maar dat het kind niet genoeg sturing vanuit huis krijgt. Of geen breed sociaal leven heeft.”

Schulpje
Waar kinderen vooral mee zitten die bij haar komen? “Onzekerheid’, zegt Nour. “Ik haal de druk eraf. Je ziet ze soms twijfelend een antwoord geven dat gewoon hartstikke goed is. Ik zeg dan drie keer: heel goed. En als het fout is, zeg ik niet drie keer ‘dat is fout’, maar: ‘laten we het nog een keer proberen’. Ik heb zo veel kinderen die net niet lekker meekomen, net niet zo snel zijn als hun klasgenootjes, en je ziet ze gewoon zo in hun schulpje kruipen.”
Nour doet het voor. Ze maakt zich klein, duikt in elkaar. “Ik denk dat onzekerheid voor kinderen funest is. Er zijn echt veel juffen en meesters die een kind klassikaal een vraag
stellen en na een halve minuut nadenktijd al zeggen: ‘Wie weet het antwoord wél?’ Dan blaas je zo’n kind compleet omver.”
Het zijn vooral scholen die een kind naar Nour doorverwijzen. “Ouders die niet veel geld hebben, of niet zelf naar school zijn gegaan, zien het nut of belang er niet echt van in”,
vertelt ze. Dan, zacht: “Of je hebt juist ouders die zeggen: ‘Mijn kind moet naar dat of dat niveau’. En dan zit zo’n meisje of jongetje erbij van: eh… oké….”
We moeten af van dat onderscheid: een hoog niveau is slim en een laag niveau niet, vindt Nour. Zelf zegt ze altijd tegen kinderen dat ze boekslim zijn, of handslim. Handig. Ze gaat soms tegen ouders in. Dan vraagt ze het kind: ‘En wat wil jíj?’ Ze kan er niet zo goed tegen: ouders en leerkrachten die over de kinderen praten in plaats van met hen. Vooral
als ouders in Nours woorden ‘de discriminatiekaart trekken’. “Laatst had ik een jongetje dat naar de taalschool moest, omdat hij volgens de leerkracht een achterstand had. Die ouders zeiden: ‘Dit doen ze alleen maar omdat hij Marokkaans is.’ Dus ik zei: ‘Laat dat uw kind maar komen, dan kijk ik naar wat zijn niveau is.’ Binnen tien minuten had ik door: dit kind heeft echt een achterstand.’ Nour blijft altijd eerlijk. Ze legde uit dat de taalschool geen slechte optie was. “Ik denk dan: geef zo’n kind rust. En dus weer: zekerheid. Het helpt dan wel dat ik zelf ook Marokkaans ben. Dan nemen ze misschien net iets meer van me aan.”

Vertrouwen
Je kunt leerlingen pas zekerheid geven als ze je vertrouwen, als docent en als mens, zegt Nour. “Ik doe dat door over mezelf te vertellen. Ze zien dat ik me open, en dan doen ze al snel hetzelfde. En de een minder dan de ander, dat is oké. Want dat is het ook: het ene kind is het andere niet. Als een kind druk is, is het niet per se meteen een probleemkind. En als een kind rustig is, dan is het niet meteen lui of moe. Er is altijd een tussenweg. Er is niet alleen maar een goed en een fout.”
Ander voorbeeld: een kind dat altijd wiskundeles skipt om te kunnen werken, zodat er geld in het laadje komt voor eten voor zijn moeder en twee zussen en broer. Nour kent zulke
voorbeelden van haar eigen wijk. “Dan kun je denken als docent: dat kind skipt mijn lessen, dat mag niet. Maar ik zou zo’n leerling op een ander moment les geven, even het huiswerk doorspreken.” Nour is even stil. Slok cola. Dan: “Ik denk… Als docenten meer naar leerlingen luisteren, dat ze dan dichter bij elkaar komen. En dat zou mooi zijn, toch?”

{streamers}
‘Ik denk dat onzekerheid voor kinderen funest is’’

{fotobijschrift}
Scholier Nour El Ghezaoui heeft haar bijlesbedrijfje geprofessionaliseerd, met veertig leerlingen, twee gehuurde bijleslocaties en zelfs betaalde krachten. “Ik ben niet heel commercieel. Nu nog steeds niet.”

Dit bericht delen:

© 2022 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.