• blad nr 9
  • 1-10-2021
  • auteur D. van 't Erve 
  • Redactioneel

 

De gelukkige leraar

Op scholen waar geluk op de agenda staat, werken leraren en leerlingen met meer plezier en energie, zijn ze minder vaak ziek en presteren ze beter. “Geluk zou op elke school prioriteit moeten krijgen.”

In een sector met het hoogste percentage burn-out zou je verwachten dat het geluk onder leraren ver te zoeken is. Toch blijkt dat niet uit onderzoek, weet ‘geluksprofessor’ Ruut Veenhoven, emeritus hoogleraar aan de Erasmus Universiteit. Hij houdt zich al sinds de jaren zestig bezig met het onderwerp geluk en stond aan de basis van de World Database of Happiness waarin alle onderzoeken hierover zijn samengebracht. “Een leraar scoort op geluk een 7,2 en dat is even hoog als de score van de gemiddelde werkende Nederlander”, vertelt hij. “Die is over het algemeen gelukkig en heeft plezier in het werk.”
Of je je gelukkig voelt, hangt af van de mate waarin je behoeften vervuld worden. Hierin zijn autonomie en keuzevrijheid belangrijk, volgens Veenhoven. “Nederlandse leraren zijn bijvoorbeeld 1,5 punt gelukkiger dan Franse. Dat komt omdat Frankrijk een zeer hiërarchisch land is, waar veel van het leven door anderen bepaald wordt. Hoe meer vrijheid er is, hoe groter de kans is dat je een leven gaat leiden dat bij je past.”
“Het mooie is dat de manier van lesgeven in Nederland bijdraagt aan meer geluk op langere termijn”, vervolgt Veenhoven. Uit zijn eigen onderzoek blijkt dat het actief betrekken van leerlingen bij het onderwijs, hun autonomie versterkt, waardoor ze later beter in staat zijn hun eigen pad te volgen. “Dat we gelukkiger zijn dan de Fransen zit ‘m dus ook in het onderwijs en daar mogen we best trots op zijn.”

Groeien
Toch ervaren leraren zelf vaak een gebrek aan autonomie en professionele ruimte. Als zij-instromer zag Paul Baan om die reden veel leerkrachten vertrekken en zelf stopte hij al na een jaar. “Van de manier waarop er met mij als professional werd omgegaan, werd ik niet gelukkig”, vertelt hij. “Voor mijn gevoel werd ik beperkt in mijn ontwikkeling. Zo was ik als starter verplicht om naar een studiedag over persoonlijk leiderschap te gaan, terwijl ik zelf jarenlang die training heb gegeven.”
Als directeur had Baan zijn IT-bedrijf zien groeien van 17 tot 350 man vanaf het moment dat ze gingen sturen op geluk, onder andere door de autonomie te versterken. Ze deden mee aan het onderzoek Great place to work, waarin bedrijven op allerlei aspecten van werkgeluk met elkaar worden vergeleken. “Ons doel was elk jaar in de top-3 te komen en dat werkte heel goed.”
Nadat hij als zij-instromer in het onderwijs gestopt was, besloot hij volgens dezelfde aanpak Klassewerkplek op te zetten om leraren te behouden. Scholen die meedoen aan dit jaarlijkse onderzoek en uitblinken in hun bijdrage aan het werkgeluk van leraren, krijgen het predicaat Klassewerkplek en worden in het zonnetje gezet. Dit moet positief werkgeverschap in het onderwijs stimuleren en de uitstroom van leraren tegengaan: wie wil er immers niet werken op een school waar alle leraren gelukkig zijn? Hij struinde in de database van Veenhoven naar aspecten die bijdragen aan het werkgeluk van leraren en filterde er zes: schoolleider, salaris, werkdruk, impact van het vak, collegialiteit en sfeer onderling. Baan: “Over de hele linie zien we dat salaris en werkdruk minder voorspellend voor het geluk van de leerkracht zijn dan de rol van de schoolleider en de groeimogelijkheden. Op een school waar de schoolleider niet directief is en de leerkrachten als individu goed kent, en weet wat ze kunnen, willen en hoe ze dat kunnen bereiken, daar floreren de professionals.”

Balans
Dat constateert ook leerkracht Maike Douglas (juf Maike). Zij beschrijft in haar boek ‘De gelukkige leraar’ praktische tips en lessen over hoe je voor je vak en jezelf als leraar kunt opkomen (zie ook het kader ‘Vijf tips voor meer werkgeluk’). “Leerkrachten zijn het meest gelukkig met een ijzersterke directeur die achter hen staat en ruimte biedt voor het gesprek over wat goed onderwijs is en wat dit in de praktijk betekent. Er moet ruimte en tijd zijn om bij elkaar in de klas te kijken, om te mogen doen waar je talent ligt en om elkaar te inspireren met wat goed gaat, in plaats van dat de focus ligt op wat niet goed gaat.”
Daarbij gaat het volgens haar om een balans tussen autonomie en ondersteuning. Douglas: “Mensen helemaal loslaten zodat ze hun eigen gang gaan, werkt ook niet. Dan mis je de gezamenlijkheid en de doorgaande lijn. Goed onderwijs vraagt dus om duidelijke afspraken en een open en veilig klimaat waarin je je gesteund voelt om nieuwe dingen uit te proberen en waarin je kunt leren van elkaar.”

Strandstoelen
De Leonardo da Vincischool in Amsterdam lijkt aan dit ideaalbeeld te voldoen. Schoolleider Audrey Verschuren stelt duidelijke kaders en verzint steeds iets nieuws om haar team te verrassen. Zo vergaderden ze in strandstoelen op het schoolplein, kregen ze lettersokken met Sinterklaas of chique handzeepjes in coronatijd. “Een klein gebaar maakt veel verschil”, vertelt Verschuren. “Het team voelt zich erdoor gewaardeerd en dat betaalt zichzelf uit.”
De school maakte onder haar bevlogen leiding in vijf jaar tijd een omslag van werkdruk naar werkgeluk. Vorig jaar deed de school voor het eerst mee aan Klassewerkplek en belandde prompt op de tweede plek in de top-10 van scholen met het hoogste werkgeluk. Verschuren, die inmiddels bij de onderwijsinspectie werkt: “Mijn voornaamste klus was om de processen zo in te richten dat mensen gewoon hun werk kunnen doen en niet belast worden met allerlei onzin. Als schoolleider hou ik veel buiten de deur zodat we ons kunnen focussen op onze kerntaak.”
Zij bepaalt ‘het speelveld’: de ruimte waarbinnen leraren zelf beslissingen mogen nemen. Hierin is transparantie volgens haar een voorwaarde, bijvoorbeeld over financieringsstromen. “Ik vind het belangrijk dat leerkrachten goed op de hoogte zijn, want dat leidt tot begrip voor bepaalde keuzes en meer betrokkenheid. Door bijvoorbeeld de formatie te bespreken, zagen ze dat we te weinig leerlingen hadden en te veel ambulant personeel. Rond de 1 oktobertelling komt geregeld de vraag voorbij op hoeveel leerlingen we zitten.”
Om goed over je vak na te kunnen denken, is tijd nodig. Die is ze letterlijk gaan creëren door de onderwijstijd per week met een uur op te schroeven, waardoor het team maar liefst tien studiedagen per jaar kan inplannen. In plaats van energieslurpende vergaderingen na schooltijd is er een keer per week een vergaderlunch van maximaal een uur voor de lopende zaken. “We mogen geen tijd verkwisten, dus we bereiden alles goed voor”, vertelt ze. “Er is hier nooit een studiedag waarop ze denken: wat doe ik hier eigenlijk? Als een programma voor de onderbouw niet interessant is, dan maken we twee programma’s. Met externe trainers gaan we om de tafel om te bespreken wat we willen leren en alle fluff zoals energizers uit hun programma te halen.”
De interventie die volgens de leraren het meeste werkgeluk heeft opgeleverd is het anders organiseren van werkgroepen. “Tijdens een studiedag over werktijd kwamen we erachter dat we veel te veel taken hadden en te veel verschillende. Daardoor had je voortdurend het gevoel dat je alles maar half doet en niets lukt”, vertelt leerkracht Sabine Kuiper. Iedereen zit nu nog maar in één werkgroep of is coördinator. “Nu past het beter, al lopen we hier heus nog wel eens totaal gestrest rond hoor.”
“Maar het is wel heel fijn dat je dan altijd even bij iemand terecht kan. De sfeer is heel familiair, je kunt hier gewoon jezelf zijn”, vult collega Merle de Heer aan. “De vrijheid en vertrouwen die ik hier krijg, vind ik heel fijn. Dan wil je er ook echt iets moois van maken. Maar als het even niet zo lekker gaat, is dat ook oké.” Kuiper: “Als je dan met een probleem bij Audrey komt, zegt ze altijd voor de grap: ‘Let maar op, hier ga je sterker uitkomen.’ Die humor is ook heel belangrijk.”

Ken u zelf
Geluk stijgt boven alles uit en zou dus op elke school prioriteit moeten krijgen, meent hoogleraar Ruut Veenhoven. “Geluk is besmettelijk. Als leraren gelukkig zijn, straalt dat af op leerlingen, met alle positieve effecten van dien. We moeten echter niet alleen naar de werkgever wijzen, want we kunnen zelf ook veel doen aan ons geluk.”
Het Oudgriekse opschrift op de tempel in Delphi gaf daarvoor al de sleutel: Ken u zelf. Een bewezen effectief instrument daarvoor is de Gelukswijzer (www.gelukswijzer.nl), die Veenhoven mede ontwikkelde en waarin je kunt bijhouden wat je doet en hoe je je daarover voelt. Door de uitkomsten te vergelijken met die van andere leraren, weet je waar je staat. “Als blijkt dat die veel hoger scoren dan is het kennelijk mogelijk om meer plezier van je werk te hebben. Dat betekent dat je moet uitzoeken waar je voldoening uithaalt: wie ben ik, wat kan ik en wat wil ik. Pas als je dat weet kun je betere keuzes maken”, legt hij uit. “De kunst van gelukkig zijn, is het vinden van een levenswijze die bij je past. Daar kom je vaak pas achter door dingen uit te proberen, dat geldt voor relaties, maar ook voor je werk. De paar schrammen die je daarbij oploopt, zijn de moeite dik waard.”


Op 27 november viert de AOb zijn 25-jarig bestaan in Zwolle met het festival Een Klasse Apart. Paul Baan (Klassewerkplek) en Maike Douglas (juf Maike) staan ook op het programma met de workshop ‘Gelukkig voor de klas’. Zie voor meer informatie en aanmelding: www.aob.nl.

{streamers}
‘We kwamen erachter dat we veel te veel taken hadden en te veel verschillende’
‘Als leraren gelukkig zijn, straalt dat af op leerlingen’

{Kader}
Vijf tips voor meer werkgeluk
1. Weet waar jij voor staat
Waar ben je goed in, waar word je blij van, hoe zou je het liefst lesgeven en wat heb jij daarvoor nodig?
2. Ken je rechten en plichten
Alleen als je op de hoogte bent van wat er speelt en wat er wel en niet mogelijk is, kun je meepraten.
3. Kom op voor jezelf
Een kwestie van gewoon doen. Ga oefenen (desnoods eerst voor de spiegel): geef je mening, zeg nee of vraag om wat je nodig hebt. Een professional die zich laat horen, wordt als serieuze gesprekspartner gezien.
4.Werk samen
Onderwijs maak je samen, en samen sta je sterk, dus zoek de collectiviteit. Zoek mensen die hetzelfde denken en breng samen de discussie op gang.
5. Stop met wat niet werkt
Wat jij belangrijk vindt, moet wel passen bij de visie van de school. Is dat niet het geval en het lukt je niet om dat te veranderen, zoek dan een school die beter bij je past.

Bron: ‘De gelukkige leraar’, Maike Douglas-Westland, ISBN:9789493209305, Uitgeverij Pica.

Dit bericht delen:

© 2022 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.