• blad nr 8
  • 1-9-2021
  • auteur D. van 't Erve 
  • Redactioneel

 

‘Het voelt als een warm bad’


Een gunstig rooster, intensieve begeleiding en scholing. Op scholengemeenschap Canisius in Almelo en Tubbergen krijgen alle starters drie jaar lang een inwerktraject op maat. De uitval is daardoor laag, al gooit krimp roet in het eten.

“Hallo, kom binnen”, begroet economiedocent Arnoud Marsman zijn havo-klas bij de deur. De leerlingen nemen al kletsend plaats zonder acht te slaan op de bezoeker achter in de klas. Dat er iemand meekijkt, zijn ze namelijk wel gewend. Op scholengemeenschap Canisius, met locaties in Almelo en Tubbergen, krijgen starters een inwerktraject van drie jaar waarin een vaste begeleider elke periode lessen bezoekt. Ook het opnemen van de les op video gebeurt veelvuldig, waarna er gerichte feedback op leerdoelen volgt. “Het is alsof je stage verlengd wordt”, vertelt Marsman, die een jaar geleden begon met lesgeven. “In het begin is alles nieuw, van de lokalen tot het printen, maar ik moest vooral wennen aan een hele dag lesgeven. Pas na een paar weken wist ik hoe ik de energie het beste kon verdelen. Dat je je als beginner dus volledig kunt richten op het lesgeven, vind ik heel positief.”
Goede begeleiding is essentieel om beginnende leraren te behouden. Toch schort het daar nog vaak aan, zo blijkt opnieuw uit onderzoek van het platform voor onderzoeksjournalistiek Investico onder ruim 600 jonge AOb-leden in het voortgezet onderwijs. Zeker een op de vijf docenten zegt geen enkele begeleiding te hebben gehad tijdens zijn eerste onderwijsbaan. Degenen die wel begeleiding kregen, geven die gemiddeld een 6,3. Niet zo gek dat veel beginners het snel voor gezien houden. Een op de vijf starters valt binnen een jaar uit, na vijf jaar is dat opgelopen tot 29 procent.

Omslag
De remedie is ook bekend: een meerjarig inwerktraject met ingrediënten als werkdrukvermindering, professionele ontwikkeling en begeleiding in de klas. Maatwerk is hierin het sleutelwoord, zo blijkt uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen naar het project Begeleiding Startende Leraren.
Dat sluit aan bij de visie van de geaccrediteerde opleidingsschool Part2, waarin scholengemeenschap Canisius met vijf andere vo-scholen, Hogeschool Windesheim, Universiteit Twente en Roc van Twente samenwerkt. Eigenaarschap staat in de visie centraal, net als een leven lang leren. Of je nou net van de opleiding komt of al twintig jaar voor de klas staat, iedere nieuwe docent krijgt een traject op maat aangeboden.
“In de praktijk betekent dit een revolutionaire omslag”, vertelt Martijntje Schepel, coördinator van het docentenopleidingsteam Canisius. Dit team bestaat ruim zeven jaar, telt vijf schoolopleiders en ondersteunt alle studenten, nieuwe en ervaren docenten van Canisius op pedagogisch-didactisch vlak. In navolging van het project Begeleiding Startende Leraren heeft het team een driejarig programma voor starters ontwikkeld, inclusief professionalisering van de begeleiders. “Vroeger zat de vakcoach achter in de klas en vertelde wat je wel of niet goed had gedaan. In ons partnerschap gaan we ervanuit dat je zelf als starter nadenkt over wat je wilt leren en wat je daarvoor aan feedback nodig hebt. Dat heeft consequenties voor de begeleiding.”
“We willen onze starters graag helpen, maar onze mening of tips hoeven helemaal niet te passen bij hun ontwikkeling”, vult schoolopleider Desiree Hulsman van het docentenopleidingsteam aan. Om de omschakeling naar ontwikkelingsgerichte begeleiding te maken, volgen collega’s een training tot werkplekbegeleider die het docentenopleidingsteam twee jaar zelf aanbiedt. Elk schooljaar zijn er ruim 25 werkplekbegeleiders actief. Schepel: “Het mooie is dat je als werkplekbegeleider ook kritischer wordt op je eigen onderwijspraktijk. We hopen dat het straks heel gewoon is om de frisse blik van een collega te vragen als je ergens tegenaan loopt.”

Brommer
Op het digibord staat onder ‘Reserveringsuitgaven’ een plaatje van een brommer. “Om zo’n Tomas te kopen, moet je sparen”, legt Marsman uit, waarna enkele jongens in lachen uitbarsten. “Het is Tomos hoor”, zegt Kees. “Jochem had er een.” Marsman kan er zelf ook om lachen. Hij heeft bewust voor een plattelandsschool gekozen. “Ik heb zelf ook op zo’n school gezeten, dus dat voelt vertrouwd. Een goede relatie met leerlingen maakt het werk leuk.”
Marsman heeft twee leerdoelen opgesteld: orde houden en leerlingen activeren met creatieve werkvormen. Naast feedback van de begeleider, kan hij zich inschrijven voor scholing en intervisie met een groep nieuwe docenten waarin ze casussen bespreken. “Dat je elkaar kunt helpen, is leuk en daar leer je veel van”, meent Marsman. “De tips kun je meteen toepassen en je ziet direct resultaat. Door bijvoorbeeld met een leerling bij binnenkomst een praatje te maken, vroeg ze tijdens de les geen negatieve aandacht meer.”
“Ik denk dat je nooit uitgeleerd bent”, vertelt Kim Wigger. Zij doorliep als zij-instromer de lerarenopleiding versneld en kon na haar lio-stage drie jaar geleden blijven op het Canisius. “Ik heb zelf op deze school gezeten en had het er altijd naar mijn zin. Ik geef wiskunde, maar dat had ook een ander vak kunnen zijn. Het omgaan met leerlingen vind ik het leukst.”

Uit de wind
Nieuwe docenten worden uit de wind gehouden met een gunstig rooster, minder lesuur, geen vervanging van collega’s en geen specifieke taken of mentorschap. Wigger: “Wat ik heel goed vind, is dat de begeleiding op maat is. Zo krijg je de kans je te ontwikkelen in de onderwerpen die jij belangrijk vindt. Fijn is ook dat je altijd bij iemand terecht kunt. En als de begeleider komt kijken, voelt het niet alsof je beoordeeld wordt. Meestal zegt ze dat ze er zelf ook wat van geleerd heeft.”
Midden in het schoolgebouw in Almelo bevindt zich de werkkamer van het docentenopleidingsteam. “De drempel om even binnen te komen, is daardoor laag”, legt Hulsman uit. “Een nieuwe docent heeft ruimte nodig om zijn verhaal kwijt te kunnen en soms ook een duwtje in de rug om weer verder te kunnen.”
Het team boekt goede resultaten: over het algemeen zijn de starters na drie jaar nog in dienst. Starters zijn zelf zeer te spreken over hun begeleiding en ontwikkeling, zo blijkt uit de interne audit vlak voor de zomer. ‘Het voelt als een warm bad’, gaven deelnemers aan. Voor Schepel is het geen reden om achterover te leunen. “Het zou mooi zijn als docenten zich ook na drie jaar blijven ontwikkelen en dat ze hun leerhouding niet kwijtraken. Uit de audit kwam naar voren dat docenten dit zelf ook graag willen. Daarom willen we het professionaliseringsbeleid integreren in het HRM-beleid, zodat professionalisering ook voor ervaren docenten vanzelfsprekend wordt.”
“Wat wij doen is niet heel gebruikelijk”, vervolgt de coördinator. “Op veel scholen is begeleiding nog een apart eiland. Vanuit ons team proberen we iedereen te bedienen: zo zijn we bijvoorbeeld ook sparringpartner voor collega’s die hun eerstegraads willen halen.” Hulsman: “Jezelf blijven ontwikkelen houdt je scherp en gemotiveerd tot je pensioen. Als een docent na vijf jaar uitgeblust raakt, loop je het risico dat leerlingen over dertig jaar nog steeds van diegene onderwijs krijgen. Daar wordt een kind niet gelukkig van.” “En daar leert het ook niet van”, vult locatieleider Maaike Hagedoorn aan. “Dat de focus ligt op het belang voor iedereen om zich te blijven ontwikkelen, maakt het docentenopleidingsteam betekenisvol voor de hele school. Zo kunnen we het onderwijs heel gericht naar een hoger niveau tillen. Bovendien willen mensen hierdoor graag bij ons werken en dat is niet niks in tijden van lerarentekort.”

Investering
Er is veel interesse in de aanpak van het team, dat daarom ook trainingen op andere scholen verzorgd. “Ik denk dat iedere school dit kan, maar het vergt wel een investering in tijd, geld en energie”, vertelt Hagedoorn. De vijf begeleiders van het docentenopleidingsteam hebben allen 0,2 fte, iedere werkplekbegeleider krijgt 30 taakuren en drie onderzoeksbegeleiders krijgen 80 uur per begeleider. Lang niet alles kan betaald worden uit de subsidies. Schepel: “We hadden dit niet kunnen bereiken zonder de steun van de schoolleiding.”
De uitval onder starters is teruggedrongen, maar ze behouden is alsnog een probleem doordat het aantal leerlingen daalt. Zij-instromer Kim Wigger heeft een vast contract, maar voor Arnoud Marsman zat dat er niet in. Hij heeft inmiddels een baan op een andere school gevonden. “Het is heel jammer”, zegt Hagedoorn, “maar helaas komt het vaker voor dat we docenten niet meer zekerheid kunnen bieden. In deze regio zijn alle scholen aan het krimpen, dus ik ben blij dat we hem in ieder geval wisten te behouden voor het onderwijs.”

{kader}
Samen opleiden en professionaliseren
Part2, de samenwerking tussen vijf middelbare scholen, twee opleidingsinstituten en een roc in Twente, is aangesloten bij het platform Samen Opleiden en Professionaliseren. Dit platform zet zich in om ‘een duurzame inrichting van opleiding én professionalisering voor leraren te realiseren’. De bedoeling is dat de komende jaren meer partnerschappen ontstaan die zich hierbij zullen aansluiten.
Demissionair minister Arie Slob wil bovendien eisen aan strategisch personeelsbeleid in de wet verankeren. Professionalisering van onderwijspersoneel, waaronder de begeleiding van startende leraren, zal hier onderdeel van zijn. Het ministerie van Onderwijs heeft een voorstel in voorbereiding dat naar verwachting per 1 augustus 2022 in werking zal treden. Het kabinet heeft 88 miljoen euro beschikbaar gesteld voor schoolbesturen om het strategisch personeelsbeleid nu al te kunnen versterken.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.