• blad nr 8
  • 1-9-2021
  • auteur A. van Voorthuijsen 
  • Redactioneel

 

Het professioneel statuut als breekijzer

Op scholen waar een professioneel statuut is afgesproken, ligt hij vaak onderin de kast. Toch is op die scholen het zelfbewustzijn van leraren toegenomen.

Drie jaar na invoering van de Wet beroep leraar, waar het professioneel statuut een onderdeel van is, blijkt meer dan de helft van de scholen (nog) geen statuut te hebben. Is dat erg?
Op het Stedelijk Dalton Lyceum in Dordrecht ligt het professioneel statuut ‘ergens in een kast te verstoffen’, erkent Niki Reintjens, teamleider bovenbouw en docent wiskunde. Toch noemt zij het ‘een waardevol document’. Reintjens was drie jaar geleden mr-lid en actief bij de totstandkoming van het professioneel statuut op de Dordtse scholengemeenschap. “De manier waarop we het bespraken met iedereen leidde tot grote betrokkenheid bij het personeel en goede gesprekken. Hoe willen wij het als docenten, daar ging het om. We vonden een rode draad, we hebben vier kernwaardes geformuleerd en affiches met die teksten (wees niet bang om te doen, durf te vragen, pak jouw ruimte, toon lef) hangen nog steeds her en der in de gebouwen. Het bracht destijds wel iets teweeg, mensen durfden de vrijheid te nemen om te praten over wat zij anders wilden en dat heeft bijgedragen aan een ommezwaai.”
Wat er concreet is veranderd, vindt ze moeilijk aan te geven. Reintjens: “De manier waarop we als personeel met elkaar en de directie communiceren is veranderd. We zijn in de tussentijd ook van een volledig mannelijke naar een volledig vrouwelijke directie gegaan. Destijds kwam ook wel naar voren dat er behoefte was aan een ander soort management.” Ze vindt dat in elk geval op de locatie waar zij werkt het zelfbewustzijn is toegenomen. “Als er nu wordt geklaagd zeggen mensen eerder tegen elkaar: Oké, maar wat gaan we er dan aan doen? We zijn actiever geworden. Er oppert altijd wel iemand: Misschien moeten we hier met de directie over gaan praten. Niemand is hier bang dat hij niet wordt gehoord.”
Hoe komt het statuut dan toch onderin die kast terecht? “Door corona zijn onze jaarlijkse daltondagen niet doorgegaan, waar het statuut op de agenda stond. Nu zijn we weer druk met de NPO-gelden. In het onderwijs moet altijd van alles en het moet ook snel. Het professioneel statuut heeft het afgelopen jaar deze wedstrijd om aandacht verloren en is naar de achtergrond verdwenen. In een ideale wereld zou ik zeggen dat het niet erg is, omdat de waarden van het statuut ingebed zijn bij iedereen, zodat wij allemaal onze eigen grenzen kennen en dat die worden gewaarborgd, maar de praktijk wijst natuurlijk uit dat dit op de ene locatie makkelijker gaat dan op een andere.” Maar, zegt Reintjens: “Als er weer daltondagen komen, wil ik het professioneel statuut zeker weer agenderen.”

Onvrede
De totstandkoming van het professioneel statuut op scholengemeenschap De Breul in Zeist verliep aanvankelijk niet zo soepel, zegt Anne de Ruiter, mr-lid en docent aardrijkskunde. “Moeten we nu hier weer mee aan de slag, dat was wel een beetje de sfeer.” Uiteindelijk regelde een kleine groep een enquête onder alle docenten. “Waar wil je zeggenschap over en wat moet er anders, daar ging het om. De respons was erg hoog, het was al wel bekend dat er veel onvrede was, mensen vonden dat ze over te weinig mee mochten beslissen.” De initiatiefgroep organiseerde daarna nog een aantal gesprekken en de weerslag daarvan kwam in een rapport. De Ruiter: “Veertig pagina’s dik en veel te detaillistisch. Dat ging vooral over vergadermoment. Welk overleg is wanneer en wie is er dan bij betrokken en wie beslist wat. De schoolleiding herkende zich er wel in, maar het was een giga document en onwerkbaar.”
Vanuit de schoolleiding werd inmiddels samen gewerkt met een extern organisatieadviesbureau, uit de behoefte aan meer professionaliteit en herstel van vertrouwen na een moeizame periode met een interim-schoolleider. “We hebben met die adviseurs overlegd en toen bleek de kern op één A4’tje te passen. Het is nu een leidraad om het professionele gesprek met elkaar te voeren. Het draait om vertrouwen, elkaar bevragen, luisteren naar elkaar. Ik vind het een mooi document.”
En heeft het iets teweeg gebracht? Eerlijk gezegd twijfelt De Ruiter daarover. “Het is ook de tijdgeest. De schoolleiding loopt eigenlijk een parallel traject. Het gaat bij de VO-raad ook over thema’s als gedeeld leiderschap, de professionele docent en zeggenschap van onderaf. Ook zonder dat professionele statuut zouden we nu op hetzelfde punt staan, denk ik.” Toch ziet ze wel winst. “Door het professioneel statuut zijn wij ons meer bewust van de rechten en plichten die je als docent hebt.” Desondanks constateert ze dat er nog steeds af en toe beslissingen worden genomen zonder het team te betrekken. “Een echte cultuurverandering kost natuurlijk tijd. Maar we kunnen tegen de schoolleiding wel zeggen: Practice what you preach. Als jij wilt dat we profs zijn, dan moet je ook onze ruimte respecteren. Soms wordt een beslissing dan teruggedraaid.”
Bovendien: het is altijd goed om het onderling te hebben over hoe je met elkaar omgaat op school en te reflecteren. Anne de Ruiter: “Als zaken op een school al jaren hetzelfde verlopen, kan het gesprek over het professioneel statuut een breekijzer zijn. Het belangrijkste dat ik er zelf aan over houd: ga altijd het gesprek aan. Stap af van vooronderstellingen en kort-door-de-bocht-redenaties. Voer een professioneel dialoog met elkaar.”

Op de vingers tikken
Ook het Adelbert College in Wassenaar heeft een professioneel statuut, maar het is geen erg ‘levend’ document, erkent mr-voorzitter Jean Merlet. “We hebben een standaard tekst gebruikt van de VO-raad. Onze autonomie als docent is goed geregeld zowel op leraar- als op sectieniveau. Er zijn kaders, maar hoe je daar vorm aan geeft, is aan de docent zelf. Als sectie hebben wij ook veel zeggenschap over leermiddelen en methodes en de manier waarop we onderling overleggen en zaken regelen. Wij proberen elkaar iets te gunnen. Maar soms is het roostertechnisch handig om af te wijken van wat iemand graag wil en dan overleggen we dat als professionals onder elkaar. Onze autonomie en professionele ruimte is gewaarborgd, maar het is goed om het ook op papier te hebben staan, want het is niet op alle scholen zo goed geregeld. Ik vind dat de inspectie scholen op de vingers moet tikken als ze nog geen professioneel statuut hebben. Natuurlijk hebben docenten het altijd druk met wat echt moet zoals lessen voorbereiden, lesgeven, nakijken en verplichte vergaderingen. Maar reflecteren, je ontwikkelen als docent, sectie en team en de school als geheel verbeteren, dat verdwijnt steeds meer naar de achtergrond. Ik vind dat zorgwekkend.”

Dichttimmeren
Het ZuidWest college in Den Haag was in 2018 één van de eerste scholen met een professioneel statuut. Zo’n document hoort erbij in een professionele organisatie, vindt Quincy Angelista, mr-lid en docent lichamelijke oefening. “Maar eerlijk gezegd gebruiken we het niet. Er is hier een open sfeer, we hebben helemaal niet de behoefte om alles dicht te timmeren en op papier te zetten. Als er frictie is, zeggen we dat tegen elkaar en lossen we het samen op. Hier geldt niet het recht van de sterkste. Eén van onze gedragsankers is: we zijn warm en loyaal naar elkaar. We zijn professionals, krijgen zaken echt wel voor elkaar en de beslissingen worden hier zeker niet alleen vanuit het management genomen, het meeste komt voor uit de vaksecties. In ons professioneel statuut zijn de rechten en plichten over en weer vastgelegd. Het is een handleiding die wij hier eigenlijk niet nodig hebben. Maar we kunnen erop terugvallen als het nodig is.”

{kader}
De leraar ‘in control’
Het professioneel statuut maakt deel uit van de Wet beroep leraar, die sinds 1 augustus 2018 van kracht is. Docenten moeten het statuut zelf opstellen en regelen daarin hun professionele ruimte: wat hebben zij nodig voor het geven van goed onderwijs en wie beslist waarover?
Er kunnen dus afspraken in staan over wie de leermiddelen kiest, wie bepaalt wanneer en hoe er wordt getoetst en hoe docenten de leerlingendossiers bij willen houden. Leraren leggen in dit document zowel in teamverband als individueel vast hoe het onderwijs op hun school in de praktijk vorm krijgt. Door als docent zelf meer ‘in control’ te zijn vermindert de werkdruk, is één van de ideeën achter het statuut.
Het lerarenregister, dat ook een onderdeel was van diezelfde wet, werd dit voorjaar afgeschaft. In dit register zouden leraren hun diploma’s en bijscholing gaan bijhouden, om te laten zien dat ze voldoen aan de eisen voor het beroep van leraar. Het register oogstte van meet af aan veel kritiek en is nu geschrapt. Het professioneel statuut blijft wel verplicht, maar uit recent onderzoek van de Onderwijsinspectie (Staat van het Onderwijs, 2021) blijkt dat 55 procent van de scholen nog geen statuut heeft.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.