• blad nr 8
  • 1-9-2021
  • auteur M. Lange 
  • Redactioneel

 

‘Een docent wil zijn leerlingen zíén’

Als eerste mbo kondigde het Rotterdamse Albeda aan om ook dit nieuwe schooljaar online les te geven. Het stuitte op weerstand. “Maar als je goed zelfstandig kunt werken, is online les juist fijn”, zegt Nikita Gouw van de studentenraad.

Frans Pieter Trouborst is zestien jaar rekendocent op het Albeda Startcollege, niveau mbo-1. Zijn studenten hebben ergens de boot gemist en geen diploma behaald. Nu worden ze in één jaar opgeleid en begeleid naar werk of mbo-2. Niet de makkelijkste groep, zegt de rekendocent, maar hij vindt het lesgeven aan deze studenten heerlijk. “Ze hebben het hart op de tong en zeggen het meteen als iets ze niet aanstaat. Uiteindelijk willen ze het liefst, zoals wij allemaal, serieus genomen worden.”
Trouborst is ook voorzitter van de ondernemingsraad van het Albeda. In die functie denkt hij mee over de toekomst van het onderwijs. Het Albeda is een groot mbo met zo’n 22 duizend studenten verspreid over 25 locaties in de regio Rotterdam.
Voor de zomervakantie haalde de school de krant met het voornemen om ook dit schooljaar online les te geven, oftewel onderwijs op afstand. Het riep meteen weerstand op. ‘Je kon erop wachten’, schreef onderwijscolumnist Aleid Truijens in de Volkskrant van 28 juni. ‘Dat onderwijsbestuurders de corona-ellende zouden aangrijpen. Dat ze “een kans” zouden zien en het ijzer gretig zouden smeden. Steevast ruiken bestuurders van grote mbo-instellingen elke mogelijkheid om eerdere mislukte vernieuwingen vrijwel altijd meer digitaal en zelfstandig werken en minder fysieke lessen er via een achterdeur weer door te drukken.’
“Denk jij dat we onze leerlingen weer naar huis sturen”, vraagt Trouborst. “Natuurlijk niet.” Maar al te goed herinnert hij zich de blije gezichten van leerlingen die na een lange coronaperiode weer hun klaslokaal kwamen binnen wandelen. “Ik maakte wel meteen grappen. Hee, iedereen aanwezig? Want dat was niet vaak gebeurd.”
Het lesrooster van de studenten van het Startcollege met zo’n 1100 studenten, verschilt dit schooljaar niet veel van pre-corona schooljaren. Eerder hadden ze twee dagen stage en drie dagen fysiek les, dit schooljaar hebben ze eveneens twee dagen stage en twee à drie dagen fysiek les. “Deze groep willen we zoveel mogelijk op school hebben vanwege de begeleiding die ze nodig hebben.”
Op niveaus 2 tot met 4 van het mbo is er meer ruimte in het lesrooster voor digitale uren. “Voor corona waren we al bezig met toegankelijkheid van onderwijs en digitalisering”, zegt Trouborst. Tijdens corona hebben docenten volgens hem ervaren wat wel en niet werkt. “Deze kennis delen we heel actief met elkaar. Daarom maken we ook niet voor alle niveaus en alle studenten één format. De docententeams kijken gericht naar wat werkt voor hun niveau en richting.” Wat betreft het rekenvak is Trouborst helder. Het is het best om twee uur per week fysiek les te geven. “In het klaslokaal heb ik allerlei hulpmiddelen om dingen uit te leggen.” Op afstand kan hij wel goed een werkuur begeleiden waarin studenten opdrachten maken en vragen kunnen stellen.

Vrijheid
Het komt er bij Albeda op neer dat dit schooljaar alle studenten twee à drie dagen fysiek les hebben en dat ze twee dagen stage hebben of leren op afstand. Is dat een goede zaak of zorgelijk, zoals columnist Truijens stelt?
Het zou Jeroen Janssen, onderwijswetenschapper van de Universiteit Utrecht en gespecialiseerd in onderwijstechnologie, niet verbazen als bijna alle onderwijsinstellingen nu bezig zijn met het
continueren of uitbouwen van wat er is geleerd van de coronatijd. “Lesgeven op afstand is onder druk
ontstaan, maar er zitten goede kanten aan”, zegt hij. Tegelijkertijd betekent dat volgens hem helemaal niet per se dat er spectaculaire veranderingen plaatsvinden. “Tijdens corona was de uitzonderlijke situatie dat we maanden alleen maar onderwijs op afstand hadden. Dat was een gemis.”
Maar onderwijs op afstand in combinatie met fysieke lessen met interactie, kan volgens hem goed werken. Zoals flipping the classroom, legt hij uit. De student bekijkt thuis op voorbereiding van de les een video in de vorm van een hoorcollege en gaat daarna, in een fysieke les, verder in op de inhoud, vaak in een werkgroep, dus in een kleine groep onder begeleiding van een docent.
Het vraagt wel meer van de student, want hij moet leren om zelf te plannen, zegt Janssen. Wanneer ga je die lesvideo bekijken? In het uur dat het ingeroosterd staat of pas ’s avonds? “Leerlingen die meer hulp nodig hebben bij het reguleren van hun leerproces, moet je misschien meer ondersteunen bij online onderwijs. Andere studenten zijn juist gebaat bij meer vrijheid.”
Les op afstand betekent bij het Albeda niet vanzelfsprekend thuis achter de computer zitten. Het digitale uurtje kun je ook in de aula of in een werkruimte op school volgen. “Van de coronatijd weten we dat niet iedereen thuis les kan volgen”, zegt Trouborst. “De meest kwetsbare studenten hebben we toen zodra het kon naar school gehaald.” Ook docenten kunnen op school in een lokaal of werkruimte digitaal lesgeven.

Aandacht
Een van de studenten die het fijn vindt om thuis les te kunnen volgen, is Nikita Gouw, voorzitter van de studentenraad van het Albeda en net afgestudeerd in de richting juridische dienstverlening. “Bij vakken als Nederlands of rekenen hebben we regelmatig een uurtje waar je zelfstandig opdrachten moet maken. Dat kan ook echt prima thuis. Als je een vraag hebt, kun je inbellen naar de docent. De docent kan zelfs heel gericht een-op-een aandacht geven.”
Sommige studenten komen van ver en zijn een paar uur onderweg voor twee uurtjes zelfstandig werken op school, aldus Gouw. Zij is blij dat er voor deze studenten meer flexibiliteit is. Ook studenten die zich in een rumoerig klaslokaal lastig kunnen concentreren, kunnen die rust wel vinden als ze zelf een werkplek kunnen opzoeken. Het Albeda heeft nu al veel werkruimtes waar leerlingen kunnen zitten met hun computer en krijgt er binnenkort nog meer.
Onderzoeker Jeroen Janssen denkt dat deze nieuwe onderwijsmengvorm, waarbij les op afstand wordt gecombineerd met fysieke lessen, erom vraagt dat er geïnvesteerd wordt in bijscholing van docenten. “Online lesgeven vraagt iets anders van een docent, dat moet niet onderschat worden.”

Telewerken
Op de vacaturesite van Albeda staat ervaring of kennis van het geven van online lessen meestal niet als eis vermeld. Wel af en toe. Een van de functie-eisen voor een docent Nederlands, rekenen en burgerschap luidt: ‘digitaal zeer vaardig’. Voor het ROC Midden-Nederland, gevestigd in Utrecht en omgeving, geldt hetzelfde. Een enkele keer wordt digitale vaardigheid als functie-eis opgenomen, zoals in een vacature voor een docent Duits: ‘Ervaring met afstandsleren vinden we een sterke pre’.
Johan Spronk is bestuursvoorzitter van ROC Midden-Nederland en studeerde in 1996 af op blended onderwijs, dat toen nog ‘teleleren’ heette. Op zijn roc met ruim 18 duizend studenten is leren op afstand ook dit schooljaar terug te zien in het lesrooster. Vragenuurtjes of zelfstandige werkuren, bijvoorbeeld, zoals ook tijdens corona gebeurde. “Video’s en digitale lessen zullen altijd een aanvulling zijn op fysieke lessen”, benadrukt hij.
Ook hier, net als op het Albeda, besluiten de docententeams welke lessen geschikt zijn om online te geven. “Docenten zijn de professionals met anderhalf jaar ervaring in lesgeven op afstand.” Daarnaast ziet hij ook dat de didactiek die daarbij hoort om verdere professionalisering vraagt. “Welke werkvormen passen online? Welk lesmateriaal moet ontworpen en ontwikkeld worden?”
Spronk en Trouborst zeggen allebei dat voor alle mbo’s geldt dat volledig online les nooit de bedoeling zal zijn. “Sociale integratie is nodig omdat onze studenten in de beroepen waar ze terechtkomen juist moeten samenwerken”, zegt Spronk. En daarbij, zeggen beiden, is de intrinsieke motivatie van de docent niet om achter het scherm te zitten. “Een docent wil zijn leerlingen zien, ruiken en voelen.”

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.