• blad nr 8
  • 1-9-2021
  • auteur L.. van Sadelhoff 
  • Redactioneel

 

Ongewenst kinderloos en altijd omringd door kinderen

Eén op de tien stellen in Nederland is ongewenst kinderloos. In het onderwijs werken dus aardig wat mensen met kinderen, terwijl ze die zelf niet kunnen krijgen. “Dat is pijnlijk en troostend tegelijkertijd.”

Het was de avond voordat sinterklaas op school werd gevierd. Carla Beukers (inmiddels 50) was op haar basisschool in Soest met een klein groepje ouders bezig haar lokaal te versieren, toen één van de moeders riep: Hé, Carla, waarom heb jij geen kinderen? Het zou goed bij je passen!
Het was een logische vraag aan iemand zoals Carla, die toen al tien jaar vol enthousiasme in het onderwijs werkte, maar het was ook een pijnlijke vraag aan iemand zoals Carla, die toen al tien jaar een kind probeerde te krijgen. Tevergeefs. “Ik was blij dat ik met mijn rug naar die moeder toe stond”, vertelt Carla. “Er was ook een collega bij, die kende mijn verhaal, dus die had het meteen door en functioneerde als bliksemafleider. Kon ik even drie keer slikken. Ze komen niet heel vaak voor, maar dat zijn wel de momenten dat ik besef: als ik een kantoorbaan had gehad, waren er minder vaak confronterende momenten geweest.”
“Voor sommigen is werken in het onderwijs of de kinderopvang juist heel mooi, ondanks dat ze geen kinderen kunnen krijgen”, zegt Marjolein Grömminger, woordvoerder van Freya, een organisatie voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen. “Die denken: als ik niet van mijn eigen kinderen kan genieten, dan maar van de leerlingen in mijn klaslokaal of de studenten in de collegezaal.” Maar het kan volgens Grömminger ook behoorlijk pijnlijk zijn om elke keer kinderen te zien, of: ouders met kinderen te zien. “Ik ken docenten en mensen uit de kinderopvang die zichzelf herhaaldelijk hebben afgevraagd: wil ik dit werk nog wel, met elke dag kinderen om me heen?”

Onbeholpen
Twee op de tien stellen in Nederland is kinderloos, ongeveer de helft daarvan had dit liever anders gezien. Daarnaast zijn er ook alleenstaande vrouwen of mannen die bij gebrek aan een relatie geen gezin hebben gesticht. Carla heeft het uiteindelijk van haar 24ste tot haar 42ste geprobeerd, met tussenpozen, in verschillende relaties en zelfs een tijdje alleen, met behulp van een donor. Haar onvruchtbaarheid was niet te verklaren. Ze is twee keer zwanger geweest, twee keer resulteerde dat in een miskraam. Ze schreef er een boek over, De hoop voorbij, met ervaringsverhalen van andere ‘wensouders’.
“Vroeger zei ik altijd: Ik wil moeder en juf worden. Juf was ik in elk geval, maar na die tweede miskraam besefte ik: moeder zal ik nooit meer worden.” Ze belandde een tijd thuis, haar directeur gaf haar alle ruimte en ze krabbelde daarna weer op. In al die jaren was Carla heel open naar haar collega’s toe. “Je kan het ook niet doen zonder je collega’s en de schoolleiding in te lichten, daarvoor ben je echt te vaak afwezig op de meest gekke tijdstippen. Voor een echo, een terugplaatsing, een punctie. Maar het hielp me ook om dingen te delen, dat betekende dat ik erover kon praten, dat mijn gevoel er mocht zijn en dat mensen er rekening mee konden houden.”
Aan de ouders vertelde ze het niet. Ook bewust. Carla wilde niet als ‘die kinderloze juf’ bekendstaan, werk en privé mocht in dezen gescheiden blijven. Bovendien wilde ze zichzelf ook een beetje wapenen tegen vervelende opmerkingen. Denk aan: De zus van mijn tante was ook tien jaar kinderloos en toen werd ze toch zwanger. Of: Och, maar je zou zó’n leuke moeder zijn. “Vast lief bedoeld, maar daar kon ik echt helemaal niets mee.”
Dat soort opmerkingen is een vervelend gevolg van ongewenst kinderloos voor de klas staan, zegt Simone Sinjorgo. Als psychotherapeut helpt ze mensen met vruchtbaarheidsproblemen en schreef ze de boeken Onvervulde kinderwens verborgen lichamelijke impact en En dan neem je toch een hond?. “Zeker als ouders teleurgesteld zijn over iets wat er met hun kind op school is gebeurd, of ze zijn ergens door geraakt, dan kan er nog weleens een opmerking uit komen die pijn doet. Zoals: ‘Wat weet jíj er nou van?’ Die ouder doelt daarbij misschien wel helemaal niet op de kinderloosheid van de docent, maar meer van ‘wat weet jij nou van mijn gevoel, mijn gezinssituatie, mijn kind’. Maar als je dan net in een vruchtbaarheidstraject zit, kan die opmerking hard binnenkomen. Dan kun je denken: die ouder doelt op het feit dat ik geen vader of moeder ben.”

Pleegmoeder
“De buiken van zwangere moeders die hun kind naar school komen brengen, vond ik het confronterendst”, zegt Carla. Net als zwangerschapsaankondingen van collega’s. Al hielp het wel dat al haar collega’s ‘fantastisch’ met haar verlies omgingen. “Elke keer als iemand zwanger was, werd het mij voor de vergadering al verteld. Zodat ik het even een plekje kon geven. En soms dachten mensen er niet aan hoor. Dan zat ik in de pauze weer tussen de baby- of kinderverhalen. Maar als ik het dan even niet meer trok, ging ik een rondje lopen buiten, of mijn klaslokaal op orde maken. En dan stak er altijd wel even een collega het hoofd om de hoek: Hé, alles oké?”
Erkenning voor je verdriet maakt het draaglijker, zegt Mandy Prins (44), basisschooljuf in Rotterdam en ongewenst kinderloos. “Maar daarvoor moet je het wel opengooien en vertellen wat er aan de hand is. Alleen dan kunnen mensen er rekening mee houden. Ik hield mijn collega’s in het begin overal van op de hoogte. Elke prik deelde ik.” Mandy heeft na jaren van proberen afscheid moeten nemen van haar diep gekoesterde kinderwens. Met kinderen werken heeft ze nooit confronterend gevonden. “Ik heb meer dan vierhonderd kinderen in mijn klas gehad”, zegt ze niet zonder trots. En ze zitten allemaal in haar hart, daar is het groot genoeg voor. “Ik zag ze binnenkomen, groeien, uitvliegen.”
Maar ze zag sommigen ook struggelen. “Ik heb een tijd op een basisschool in Rotterdam-Zuid gewerkt, waar ik veel gezinnen zag waar het wat minder fijn thuis was. Ik heb echt ouders meegemaakt die dan zwanger waren van kind nummer zes, terwijl er al vijf uit huis waren geplaatst. Dan dacht ik wel: en ik wil zó graag en het is mij niet gegeven. Ik bleef niet in dat gevoel hangen, maar het schoot wel even door mijn hoofd.”
En ja, dan is er soms wel een kind dat ze het liefst mee naar huis wil nemen. Mandy lacht. Het had niet veel gescheeld of ze was pleegmoeder geworden van een meisje in haar klas. “Haar thuissituatie was slecht, schrijnend slecht, ze moest daar weg. Ik floepte er tijdens een overleg met jeugdzorg uit: Ze mag wel bij mij komen wonen. Plek en liefde zat. Daar hebben we serieus naar gekeken, we gingen een traject in. Uiteindelijk kon ze terecht bij een familielid, gelukkig maar, want dat is natuurlijk het beste voor zo’n kind. En ik zag het niet als een oplossing voor mijn kinderloosheid, maar als een oplossing voor dat meisje.”

Rouw
Geen kinderen kunnen krijgen, veroorzaakt een levenslang rouwproces, zegt therapeut Sinjorgo. “Docenten zijn heel goed in dingen uitschakelen en zich focussen op hun werk, want er is altijd afleiding genoeg. Ik zie veel mannen en vrouwen die het dan jaren later ineens heel moeilijk krijgen, zelfs instorten, door een heel kleine trigger. Dat kan een lunch zijn met collega’s, een oudergesprek, vrienden of vriendinnen die opa en oma worden. Of dat je dan na de groep 8-musical de aula staat op te ruimen en denkt: Ja, leuk, al die trotse ouders, maar ik ga dit niet meemaken.”
Praat erover, adviseert Sinjorgo, ook als het al langer geleden is dat je de hoop op een kindje opgaf. “Neem in elk geval één collega in vertrouwen. Anders wordt het heel eenzaam. Schaam je niet dat dat verdriet er ook na tien jaar nog is. Dat is normaal.”
En dan is het aan collega’s om te luisteren. “Stel vragen, vul niets in, zeg niet: Dat zal wel moeilijk voor je zijn. Dat geldt ook zeker voor een manager. Zeg: Hé luister, ik weet er niet veel van, maar hoe kan ik je steunen? Wil je dat ik het team inlicht, wil je vaste een-op-eenmomenten of kom je aanwaaien als je er behoefte aan hebt?” En dat is dan niet alleen fijn in de eerste paar jaar, maar ook daarna, benadrukt Sinjorgo.
Mandy merkt dat aandacht voor verdriet kan verslappen. Begrijp haar niet verkeerd: er hoeft niet altijd te worden gedacht aan haar kinderloosheid. Maar als jongere collega’s met vruchtbaarheidsproblemen van tevoren worden ingelicht bij een zwangerschapsaankondiging en Mandy die aankondiging net als de rest van haar collega’s tijdens die vergadering krijgt, dan steekt dat. “Maar die steken wennen ook wel. Ze halen me niet meer onderuit.”

Leegte
Het is de kunst, denkt Mandy, om het verdriet niet aan het werk te koppelen. “Het is soms lastig om alleen thuis te komen, maar dat komt niet omdat ik met kinderen werk. Als ik een kantoorbaan had gehad, had ik dat verdriet ook gehad.”
Wel vindt ze het soms lastig als ouders haar vragen of ze zelf kinderen heeft nadat ze de ouders van opvoedkundige adviezen heeft voorzien. “Ik krijg dan toch het gevoel dat ze denken dat ik weinig recht van spreken heb. Terwijl geen enkele ouder me dat ooit verweten heeft hoor het is meer mijn gevoel.”
Dat ziet Sinjorgo bij meer docenten: dat ze oprecht gaan twijfelen of ze hun vak nog wel kunnen uitoefenen als ze zelf geen kinderen hebben. “Ik wijs ze dan op het feit dat er ook dijken van docenten zijn die geen kinderen hebben. Je moet vertrouwen op je ervaring, je professie, je liefde voor het vak. Zelf kinderen hebben, is geen vereiste om een steengoede en fijne docent te kunnen worden.’
Die professionele rol in je achterhoofd houden is belangrijk, zegt Carla. Bij ouderavonden zit ze niet in het lokaal als kinderloze vrouw, maar als een juf die het beste met haar leerlingen voor heeft. “Ik denk niet dat ik een andere docent was geweest als ik wel kinderen had gehad”, zegt Mandy. “Ik heb het altijd heel erg leuk gevonden om met kinderen te werken.”

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.