• blad nr 8
  • 1-9-2021
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

 

‘Leraren zijn het goud van het onderwijs’

Pak het lerarentekort, de hoge werkdruk en de volle klassen aan, adviseert de Sociaal-Economische Raad. “Het onderwijs kan niet zonder leraren”, zegt SER-kroonlid Steven van Eijck. “Ondersteun die dan ook.”

De plek waar je wieg staat, is nog steeds bepalend voor de kansen die je krijgt in je leven. Dat schrijft de Sociaal-Economische Raad (SER) in juni in het advies Gelijke kansen in het onderwijs. Structureel investeren in kansengelijkheid voor iedereen. Het onderwijs is een belangrijk middel om hier verandering in te brengen, maar speelt nog niet de rol van grote gelijkmaker.
Dat komt onder andere doordat de randvoorwaarden niet op orde zijn. En daar moet dus iets aan gebeuren, adviseert de SER. ‘Pak het lerarentekort aan. Zorg voor kleinere klassen, meer salaris, minder werkdruk, meer tijd voor voorbereiding en voor de inzet van onderwijsassistenten.’
Ook zou moeten worden geďnvesteerd in de ontwikkeling en kwaliteit van leraren en schoolleiders. En het moment van selecteren in basis- en voortgezet onderwijs moet worden verlaat voor de jongeren die dat nodig hebben.

Klinkt goed, die aanbevelingen. We hebben ze ook al vaker gehoord.
Steven van Eijck: “Er zitten een boel open deuren in, als je dat bedoelt. Want onze adviezen zijn niet nieuw. En een boel instanties van de Onderwijsraad tot en met de inspectie van het Onderwijs komen tot dezelfde conclusies. Het bijzondere is dat die adviezen nog steeds niet worden uitgevoerd. We weten allemaal wat er zou moeten gebeuren om onderwijsachterstanden aan te pakken. Waarom doen we het dan niet?”

En we doen het wel nu de SER het zegt?
“De SER is de vereniging van de sociale partners van de werkgevers en de werknemers, dus van leraren en schoolbesturen. Hoeveel meer draagvlak wil je hebben?”

Wat is de belangrijkste aanbeveling in jullie lijstje?
“De belangrijkste gedachte is dat je ongelijk moet investeren om gelijke kansen te bewerkstelligen. Je hoeft niet alle klassen te verkleinen, alle ouders te ondersteunen, alle docenten te scholen in het herkennen en aanpakken van achterstanden. Je moet het doen op scholen waar dat nodig is.”

Jullie bevelen ook aan om kinderen later voor een bepaald onderwijstype te selecteren dan nu. Komt daar de middenschool weer om de hoek kijken?
“Latere schoolselectie vermindert ongelijkheid van kansen, zo blijkt uit onderzoek. Maar een van de verschillen met het idee van de middenschool is dat wij geen algemene, brede brugklas met een specifieke lengte adviseren. En dat een vroege keuze ook moet kunnen, als een kind hierbij gebaat is. Maar in veel gevallen geeft een jaar extra onderwijs de mogelijkheid om de kansenongelijkheid recht te trekken.”

En die latere selectie á la middenschool gaat wel slagen omdat de SER het zegt?
“Omdat het moment daar is. Het coronajaar heeft als een vergrootglas gewerkt: leerlingen die al in een lastige situatie zaten bijvoorbeeld doordat hun ouders geen Nederlands spreken hebben het alleen maar moeilijker gekregen. Laten we nu die onderwijsachterstanden eens goed aanpakken.”

Onderwijs heeft nog niet de rol van de ‘grote gelijkmaker’, schrijft de SER. Mag je dat eigenlijk wel verwachten?
“Als het onderwijs dat niet doet wie dan wel? De school is de plek waar leerlingen elkaar ontmoeten, waar ze met elkaar processen doormaken. De school is de plaats waar je je talenten maximaal ontplooit. Dan moet je dus op het onderwijs focussen om het verschil te maken.”

En wat is de rol van de docent?
“Wij hebben bijeenkomsten georganiseerd waarbij ook leerlingen en oud-leerlingen aanwezig waren. Zij vertellen vaak over docenten die zagen welke talenten de leerling in huis had over een leraar die de leerling het licht liet zien. Dat is de rol van de docent: de docent is het goud van het onderwijs.”

Hoe ondersteunen we die docent? Er wordt bijvoorbeeld gesproken over een hoger salaris voor lesgeven op achterstandsscholen.
“Dat kan, maar dat is een zaak van de scholen zelf. Bij ‘investeren in kwaliteit’ denken we meer aan nascholing, voor degenen die daar behoefte aan hebben. Als leraren vinden dat ze scholing kunnen gebruiken in het herkennen en aanpakken van kansenongelijkheid, moet je daarin investeren. Zodat de mensen weer kunnen genieten van hun vak.”

In kleinere klassen. Met een hoger salaris en minder werkdruk.
“Ja, maar dan wel op de plek waar het echt nodig is. Het geld uit het Nationaal Programma Onderwijs is hard nodig om de opgelopen achterstanden en ongelijkheid in kansen in te halen. Maar geef dat nu niet aan scholen die al perfect draaien met hun leerlingen. Nogmaals: je moet het geld ongelijk verdelen om gelijke kansen te bewerkstelligen. En ook na afloop van het NPO moet kansengelijkheid in het onderwijs structureel worden bestreden. En dat moet structureel worden gefinancierd.”

Nog een laatste woord?
“Als mensen één ding meenemen uit ons advies, laat het dan die integrale aanpak zijn. Focus niet op alleen het lerarentekort of verkleining van de klassen. Zet het geld zo in dat alle kinderen en jongeren hun talenten maximaal kunnen ontplooien. Dat kost geld, maar dat verdien je later tien keer terug en de maatschappij knapt er nog van op ook. Dat is toch een no-brainer?”

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.