• blad nr 8
  • 1-9-2021
  • auteur J. Poortvliet 
  • Redactioneel

 

Vijf vacatures, geen enkele sollicitant


Een remedial teacher voor de klas, een stagiair met een eigen groep: de nood loopt op. Alleen landelijk langetermijnbeleid kan de schade van het lerarentekort beperken, analyseert het Onderwijsblad. Nu maar hopen dat D66-leider Sigrid Kaag haar poot stijf houdt aan de formatietafel.

Een uitgerekt elastiekje dat op knappen staat, zo omschrijft Mariël Jurgens de formatie op haar school. Vlak voor de zomervakantie trekt ze aan de bel bij de Onderwijsblad-redactie. Haar Godelindeschool kreeg nul sollicitanten op vijf fulltime vacatures. De school telt meer dan zeshonderd leerlingen en staat in Naarden. “Dat is geen grote stad. En wij zijn geen achterstandsschool. De spoeling was al eerder dun, maar helemaal niemand… daar ben ik echt van geschrokken.”
Jurgens vat het in allerijl opgezette noodplan samen: “Er gaat een remedial teacher voor de klas. Een lio-stagiair krijgt een groep we gaan haar daarbij zo goed mogelijk begeleiden natuurlijk. Er is een gepensioneerde leerkracht die langer doorwerkt. En één van de aanvankelijk zes nieuwe kleuterklassen is wegbezuinigd. Niet omdat er geen geld is, maar omdat er geen leraren zijn. Op die manier kunnen we een vierdaagse schoolweek net voorkomen.”
Het zijn lapmiddelen. Tijdelijke oplossingen die de druk op bevoegde leraren verder verhogen. Op sociale media reageert onderwijspersoneel op de vraag of hun team compleet is dit schooljaar. In de antwoorden regent het onvervulde fte’s. Annemiek Wirsching werkt op een vso-school in Zaandam met een ‘noodscenario bezettingsplaatje’. De school mist 1,4 fulltime leerkrachten. Waardoor niet elke groep een leerkracht heeft en sommige praktische vakken niet worden gegeven.
Bovenal, schrijft Wirsching: ‘Leerlingen krijgen niet de aandacht die ze nodig hebben. Al werken wij natuurlijk heel hard om de kinderen er zo min mogelijk last van te laten hebben. Het blijft wel onderwijs.’ Ze plaatst er knipoog bij, en de cynische opmerking: ‘Op naar het nieuwe schooljaar!’

Vaag
Vlak voor de zomer brengt het ministerie van Onderwijs (OCW) cijfers naar buiten over de tekorten in de vijf grote steden. Den Haag heeft in februari dit jaar als alle semi-oplossingen voor het vervangen van bevoegd personeel worden meegerekend al gemiddeld 15 procent te weinig leraren. Dat is evenveel als in Almere. Amsterdam en Rotterdam komen uit op 13 procent. Utrecht op 5.
Demissionair onderwijsminister Arie Slob ‘verbreedt’ de uitvraag, zo schrijft hij aan de Tweede Kamer, naar buiten de zogeheten G5. Resultaten verwacht hij binnenkort.
De laatste keer dat Slob zijn ‘regionale aanpak’ tegen het lerarentekort toelichtte, klonk het vooral heel vaag. Onderverdeeld in 57 regio’s zijn ‘veel activiteiten’ in gang gezet, schrijft hij in december vorig jaar. 240 maar liefst, aldus de bijgevoegde monitor. Het resultaat van al die activiteiten is dat de lokale samenwerking tussen schoolbesturen, scholen en lerarenopleidingen is ‘versterkt’, dat ‘succesfactoren gespecificeerd’ zijn en dat ‘concrete plannen’ en een ‘gemeenschappelijk doel’ helpen om concurrentie te verminderen. 160 geplande activiteiten om tekorten terug te dringen of te voorkomen 40 procent van het totaal konden nog niet doorgaan. Dit waren vooral de activiteiten waarbij ‘de betrokkenheid van leerkrachten/docenten noodzakelijk was’.

Ratatouille
Slobs ministerie gaat intussen met de billen bloot. Dankzij de verplichting aan alle departementen om geregeld eigen werk door te lichten mochten ResearchNed en SEO Economisch onderzoek al het lerarenbeleid tussen 2003 en 2020 tegen het licht houden. Twintig subsidies, investeringen en regelingen zijn gecheckt op ‘doelmatigheid en doeltreffendheid’. Hebben ze extra leraren aangetrokken, of meer leraren kunnen behouden voor het vak?
Daar kunnen de onderzoekers weinig zinnigs over zeggen, luidt de pijnlijke conclusie. Ze spreken van een op zich ‘aannemelijke’ maar ook ‘zeer diverse’ beleidsmix waarvan afzonderlijke maatregelen ‘vaak wel (min of meer) evidence based’ zijn. Maar ze missen samenhang en konden in de stapels documenten geen ‘expliciete onderbouwing’ vinden voor de verdeling van het geld over alle verschillende maatregelen.
De ratatouille ontstaat volgens geïnterviewde OCW-beleidsambtenaren doordat ‘belangen, lobby’s en percepties van de meest in het oog springende misstanden in het onderwijs (zoals lesuitval) vaak de bovenhand hebben’. Ze noemen het lerarenbeleid een ‘mammoettanker’ die OCW probeert bij te sturen met ‘vaak relatief kleine bedragen, in vergelijking tot de lumpsum’.
Intussen schuift Slob deze hete aardappel vast vooruit. Een groep experts mag een advies schrijven op basis van de in juni gepubliceerde Strategische evaluatie lerarenbeleid primair en voortgezet onderwijs 2013-2020, die niet alleen Slobs bewindsperiode omvat. ‘Het is aan het nieuwe kabinet om met de resultaten en aanbevelingen van de evaluatie aan de slag te gaan’, aldus de demissionair minister.

Kansengelijkheid
Te linken aan beleid of niet: de pabo is afgelopen jaren gegroeid. Maar zeker niet genoeg, blijkt uit de laatste Trendrapportage arbeidsmarkt leraren po, vo en mbo. Wijzigt het beleid of wijzigen de omstandigheden niet, dan blijft het lerarentekort tot aan 2030 exponentieel stijgen. Een term die we inmiddels bijna allemaal begrijpen. De stijging komt bovenop de huidige situatie, benadrukken de onderzoekers.
Wat meespeelt is dat het Centraal Bureau voor de Statistiek verwacht dat het aantal kinderen in Nederland weer gaat groeien. Ook de massale pensionering van leraren, die door het verhogen van de pensioenleeftijd een paar jaar werd uitgesteld, vindt nu toch echt plaats. Daarnaast is de economie een belangrijke en onzekere factor bij het voorspellen. In de rapportage van 2020 viel het voorspelde tekort lager uit dan het jaar ervoor. Deels door de stormachtige toename van het aantal zij-instromers, maar vooral ook door het eind 2020 nog geldende ‘neutrale’ economische scenario, schrijven de rapporteurs. Nu de economie sneller dan verwacht opbloeit, wordt voor de klas gaan weer minder populair dan banen in de marktsector.
Nieuwsberichten over scholen die hun formatie niet of nauwelijks rond krijgen doen inmiddels denken aan de zomer van twee jaar geleden. In de tweede helft van 2019 leken massale noodsignalen uit het onderwijs politiek Den Haag eindelijk in beweging te krijgen. Maar een paar maanden later kwam corona en overschaduwde alles. Nou ja, alles behalve kansenongelijkheid. Dat onderwerp won aan aandacht door de lockdowns en de Human-documentaireserie Klassen. En werd vervolgens dankbaar voer voor debat.
Rond de verkiezingen dit jaar jaagt onder meer Johannes Visser, onderwijsjournalist voor De Correspondent, een discussie aan over of onderwijs wel de gelijkmaker kan zijn. In maart schrijft hij: ‘De droom dat kansen en misschien zelfs uitkomsten ooit voor iedereen helemaal gelijk zullen worden, wordt daarmee de dekmantel van een onrechtvaardige samenleving.’
Ook oud-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff van de VVD stelt in juli in dagblad NRC dat onderwijs niet ‘zorgt voor volledig gelijke kansen’. En: ‘Lang hebben we alle ongemakken over ongelijkheid afgekocht met de roep om meer geld naar het onderwijs.’ Je kunt je afvragen hoe lang Dijkhoff heeft gepuzzeld op deze zin. Want met een ‘roep om’ valt weinig te kopen. In ieder geval niet in het tijdperk Rutte.

Kanariepietjes
Maar de crux zit hem in de woorden ‘helemaal gelijk’ en ‘volledig’. Iedereen begrijpt dat wanneer onderwijs een super geoliede emancipatiemotor zou zijn, nog steeds allerlei andere zaken iemands kansen in het leven beïnvloeden. Het gaat erom dat de motor hapert.
Inmiddels alweer vijf jaar geleden constateert de Onderwijsinspectie voor het eerst dat het bij gelijke intelligentie voor zowel de schoolkeuze als schoolloopbaan steeds bepalender wordt uit welk gezin iemand komt. Sterker nog, op de plekken waar ‘the great equalizer’zoals Dijkhoff het onderwijs omschrijft het hardst nodig is, valt de motor als eerste stil.
De Haagse onderwijswethouder Hilbert Bredemeijer deelt zijn doemscenario voor de achterstandswijken in juli met het AD: ‘Het schrijnende tekort aan leerkrachten zal straks leiden tot situaties waarin we scholen moeten gaan sluiten.’ Leerkrachten moeten daarnaast volgens Bredemeijer dealen met complexe grootstedelijke problemen: ‘Dat heeft zoveel impact op leraren, dat ze vaak toch kiezen voor een rustiger werkomgeving.’
Jurgens, leerkracht aan de Godelindeschool, noemt scholen met een uitdagende leerlingpopulatie ‘de kanariepietjes in de kolenmijn’. De trendrapporteurs van OCW geven haar gelijk. Zij schrijven dat personeel gaat bewegen, vooral tussen nabijgelegen regio’s, wat grote verschillen in de tekorten voor een deel opheft. Erik Meester, docent pedagogische wetenschappen aan de Radboud Universiteit, zegt op LinkedIn: ‘Het wordt komende jaren nog veel en veel erger. Treurig, want dit gaat de opkomst van dure privéscholen enorm stimuleren en met name onze meest kwetsbare kinderen benadelen. Een nationale ramp.’

Verkiezingsbeloftes
Eind vorige maand kondigde minister Slob aan dat onderwijspersoneel op achterstandsscholen de komende twee jaar gemiddeld 8 procent extra loon krijgen. Deze tijdelijke loonsverhoging moet het werken op deze scholen aantrekkelijker maken. Maar de vakbonden en de werkgeversorganisaties zien problemen. “Er is een enorm lerarentekort en als je op de ene school beter gaat belonen trek je leraren weg van een andere school voor wie dan niemand in de plaats komt. Terwijl de kinderen op die andere school ook recht hebben op onderwijs”, zegt AOb-bestuurder Thijs Roovers. Amsterdam is nu de enige stad waar een bonus aan leerkrachten op achterstandsscholen wordt gegeven. Schoolbestuurders uit de aangrenzende Zaanstreek weten zich geen raad. Hun leraren trekken naar de hoofdstad voor ‘een baan die meer geld oplevert’, schrijft het Noordhollands Dagblad eind juni.
Er zit kortom maar één ding op. Alle ballen op D66-leider Sigrid Kaag, in die andere formatie die ook nog niet zo lekker loopt. D66 is de enige winnende partij die iets in de melk te brokkelen heeft bij het vormen van een nieuwe regering en fors wil investeren in onderwijs. Het is hopen dat Kaag haar verkiezingsbeloftes waarmaakt. Of zoals ze aangaf in een interview met het Onderwijsblad eerder dit jaar: ‘D66 wil zich echt inzetten om voor eens en altijd te veranderen dat onderwijs wordt gezien als uitgavenpost.’

Lees ook ‘NPO vergroot lerarentekort’ elders in dit nummer.

{tabel}
Niet alleen slecht nieuws: de pabo groeit
Instroomcijfers
2017 2018 2019 2020
Pabo voltijd 3766 4013 4128 5411
Pabo deeltijd en duaal
(vaak zij-instromers) 548 741 1073 1438
Zij-instromers in het beroep*
(zij gaan direct en gesubsidieerd voor de klas) 71 355 853 785
Totaal 4385 5109 6054 7634
Bron: dashboard Vereniging Hogescholen en DUO
* Het aantal goedgekeurde aanvragen voor de subsidie zij-instroom in het beroep

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.