• blad nr 6
  • 1-6-2021
  • auteur . Overige 
  • Opinie

 

Afhankelijkheid nekt promovendi

Tekst Paul Herfs

Oud-vertrouwenspersoon Paul Herfs maakt zich zorgen om de bijzonder afhankelijke positie van promovendi aan de Nederlandse universiteiten. De uitval is groot. Een ombudsfunctionaris kan uitkomst bieden.

Onder de Nederlandse beroepsbevolking zijn er per 1000 mensen slechts 6,6 gepromoveerd. Dit is lager dan het gemiddelde in de vijftien oorspronkelijke EU-landen (7,5 gepromoveerden per 1000) en de Scandinavische referentiegroep (12,0). Deze achterstand wordt alleen maar groter. Promovendi zijn binnen het universitaire bestel de wetenschappelijk medewerkers met de zwakste positie. Ze werken gemiddeld vijf jaar aan hun proefschriften, terwijl ze aangesteld zijn voor vier jaar. En op de vier promovendi valt uit. Meestal omdat er een slechte chemie is tussen promotor en promovendus. Ook kan een promotietraject erg lijden onder een slechte dagelijkse begeleiding. Promovendi hebben bijna altijd een tijdelijke aanstelling en zijn buitengewoon afhankelijk van hun promotoren. Die afhankelijke positie en de hoge eisen die aan de promovendus gesteld worden, zorgen ervoor dat promovendi dikwijls onder grote spanning moeten werken.
Gelukkig biedt de cao van de Nederlandse Universiteiten de mogelijkheid tot verlenging van de aanstelling als een promovendus op grond van langdurige ziekte vertraging heeft opgelopen. Helaas melden zieke promovendi dat lang niet altijd, omdat ze ervan uit gaan dat verlenging van de aanstelling toch niet zal worden gegeven. Dat komt inderdaad voor met als argument dat er geen middelen zijn om verlenging van de aanstelling te realiseren.
Ook zijn er nog steeds hoogleraren die na afloop van de vier-jaars termijn adviseren om het proefschrift af te ronden met gebruikmaking van een UWV-uitkering. Dat is aanzetting tot fraude, want iemand die een uitkering aanvraagt moet in principe beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Een promovendus die zijn proefschrift moet afronden, is niet beschikbaar voor de arbeidsmarkt.
Nagedacht moet worden hoe de gevolgen van vertraging kunnen worden aangepakt, bijvoorbeeld door het inrichten van een fonds van waaruit verlenging van aanstelling geregeld kan worden. Tijdige besluiten over verlenging zorgen voor vermindering van stress.
Ook zou het goed zijn als er een promovendi-volgsysteem ontwikkeld wordt. Lang niet alle promovendi zijn bekend bij de graduate schools. Dat heeft te maken met de verschillende aanstellingsvormen van promovendi. Promovendi met een aanstelling zijn eenvoudig vindbaar in personeelsbestanden. Maar promotiebursalen en buiten-promovendi zijn lang niet altijd vindbaar in universitaire administraties. Dat moet veranderen. Van de promovendi kan bijgehouden worden hoeveel er op schema liggen, hoeveel er vertraagd zijn (en waardoor) en hoeveel promovendi zijn afgehaakt (na hoeveel jaar). Bij voortijdig vertrek van promovendi moeten exit-gesprekken gevoerd worden, zodat het zicht op onvolkomenheden toeneemt.

Ambtsgeheim
In de gesprekken die ik voer met promovendi blijkt regelmatig dat zij erg huiverig zijn om hun problemen te bespreken met een PhD-mentor of PhD-vertrouwenspersoon uit de eigen faculteit of zelfs uit het eigen departement. Ze vermoeden dat de melding direct na hun vertrek besproken wordt met de promotor. Vandaar dat het in geval van problemen wenselijk is dat promovendi kunnen terugvallen op de ondersteuning van een onafhankelijke en onpartijdige ombudsfunctionaris. Deze kan bemiddelen bij het verbeteren van arbeidsomstandigheden, bij het verlengen van de promotietrajecten, het beslechten van conflicten tussen promotor en promovendus en het bewerkstelligen van oplossingen die tijdig, fair en humaan zijn. Het ligt veel meer voor de hand om bij bemiddeling over de precaire positie van promovendi een ombudsfunctionaris in te schakelen, dan dit over te laten aan de afdeling human resources, die veel meer als ondersteuning van het management dient. Uiteraard kan human resources wel betrokken worden bij de uitvoering van verlengingen en de voorlichting aan hoogleraren over het onjuiste beroep op UWV-uitkeringen door promovendi die hun proefschrift niet binnen de vier jaar gereed hebben. Maar voor een kwetsbare promovendus is een hr-adviseur niet de meest adequate vraagbaak.
Helaas weten veel promovendi niet van het bestaan van een vertrouwenspersoon/ombudsfunctionaris. Terwijl alle universiteiten volgens recente cao-afspraken medio 2021 moeten beschikken over zon functionaris. Leg promovendi uit dat ombudsfunctionarissen onafhankelijk, onder ambtsgeheim en op centraal niveau werken. Zij kunnen veel voor hen betekenen.

Paul Herfs werkte ruim vijftien jaar als vertrouwenspersoon voor personeel aan de Universiteit Utrecht

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.