• blad nr 6
  • 1-6-2021
  • auteur R. Hassink 
  • Redactioneel

 

Advocaat Stefan Sagel over gevaarlijke onderwerpen

De AOb vecht arbeidsrechtelijke zaken voor zijn leden soms uit tot aan de Hoge Raad. Stefan Sagel, advocaat en hoogleraar arbeidsrecht, beslechtte voor de bond al menig cassatiezaak in zijn voordeel.

Een docent die geen vakantieverlof mag opnemen omdat haar zwangerschapsverlof in de vakantieperiode viel, een werknemer die geen transitievergoeding van haar werkgever krijgt na urenverlies ten gevolge van ziekte en een leraar die een half jaar voor het bereiken van de aow-leeftijd ontslagen wordt en niet de volledige transitievergoeding krijgt.
Het zijn stuk voor stuk rechtszaken die de AOb de afgelopen jaren voor zijn leden uitvocht tot aan de Hoge Raad, nadat de bond aanvankelijk bij rechtbank en gerechtshof niet in het gelijk werd gesteld. Bij deze zogenoemde cassatiezaken, waarbij de bond namens een lid in beroep gaat, wordt steevast Stefan Sagel ingeschakeld.
Sagel, werkzaam bij advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam, heeft een indrukwekkende track record. Zo wist hij al deze zaken in winst om te zetten. “Ons kantoor is onder meer gespecialiseerd in arbeidsrecht en meestal worden we ingeschakeld door grote bedrijven. Daarnaast doen we voor vakbonden al decennialang de cassatiezaken bij de Hoge Raad, omdat we vinden dat ook het werknemersbelang gediend moet worden.” Sagel vindt het vaak heel interessante, principiële zaken die volgens hem zonder een vakbond niet zo snel bij de Hoge Raad terecht zouden komen. “Je moet bedenken dat zo’n langdurende juridische procedure tienduizenden euro’s kost. Een individuele werknemer kan dat niet zo snel opbrengen, maar een vakbond wel. Zeker als het gaat om een principieel oordeel waarvan uiteindelijk ook het collectief profiteert.”
Volgens Sagel bewijst dit tegelijk het belang van het lidmaatschap van een vakbond. “Belangenbehartiging is extreem belangrijk. Samen sta je veel sterker dan alleen. Dat blijkt bij de cassatiezaken die ik namens de AOb doe, maar ook in de wat minder principiële, maar beslist niet minder belangrijke zaken, bij rechtbanken en gerechtshoven. Daar worden leden vaak vertegenwoordigd door advocaten van de vakbond ook uitstekende advocaten.”

#metoo
Voor de komende jaren verwacht Sagel meer rechtszaken met een #metoo-link. Complexe materie, vindt hij. Als voorbeeld noemt hij een zaak waarbij een docent van de Toneelschool in Maastricht (Zuyd Hogeschool) in 2017 ontslagen werd vanwege seksueel grensoverschrijdend gedrag. De docent in kwestie had een studente onder meer een ‘bil-tik’ gegeven. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde in januari dit jaar dat het gedrag van de docent niet ernstig verwijtbaar is en dat de hogeschool 80 duizend euro transitievergoeding moet betalen. De hogeschool gaat daar tegen in cassatie omdat ze het principieel onjuist vindt dat een docent als ‘beloning’ een ontslagvergoeding meekrijgt. Sagel: “Aan dit soort rechtszaken zitten twee kanten. Enerzijds geldt dat als vaststaat dat leraren zich grensoverschrijdend gedragen zoals in deze zaak, dat ze dan hard gestraft moeten worden. Van leerlingen en studenten blijf je af als docent, er is geen ruimte voor grijs. De uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geeft op dat punt een heel verkeerd signaal. Bovendien is er verdeeldheid in de rechtspraak, sommige rechters zijn streng, anderen niet.”
Anderzijds is het volgens Sagel ook een gevaarlijk onderwerp. “Zo’n beschuldiging is snel gedaan en hoeft ook niet altijd waar te zijn. Ik heb zelf ook weleens een docent bijgestaan bij de Hoge Raad die werd beticht van seksuele intimidatie van een leerling. Hij ontkende in alle toonaarden en vroeg de rechter om de mogelijkheid om zijn onschuld te bewijzen. Die kans had hij niet gekregen van het Hof en de Hoge Raad heeft toen beslist dat dat wel moest. Maar wat ik hiermee wil zeggen is dat na zo’n beschuldiging gedegen en zorgvuldig onderzoek gedaan moet worden. Als echter na zo’n onderzoek komt vast te staan dat de verdachte schuldig is, dan is wat mij betreft een zware sanctie op zijn plaats. Een ontslagvergoeding zoals in het geval in Maastricht past dan niet.”

Opbloeien
Sagel steekt zijn enthousiasme over zijn werk voor de onderwijsbond niet onder stoelen of banken. Onderwijs ligt hem dan ook na aan het hart, zo zegt hij. “Mijn ouders gaven les aan de universiteit en alle vier mijn grootouders werkten in het onderwijs, de meesten in het primair onderwijs. Alhoewel ik niet meteen na de middelbare school voor het onderwijs heb gekozen, heb ik dat inmiddels wel.”
Sagel doelt op zijn functie als hoogleraar arbeidsrecht bij de Universiteit Leiden waar hij in 2013 promoveerde met een proefschrift over ontslag op staande voet. Sindsdien geeft hij één dag per week onderwijs aan masterstudenten arbeidsrecht. “Voor deze master selecteren we niet. Aanvankelijk vond ik dat jammer omdat je daardoor niet met alleen maar topstudenten werkt, maar inmiddels ben ik daar van teruggekomen. Ik merk dat ik het heel uitdagend vind om studenten die tot dan toe vrij marginaal hebben gepresteerd tijdens hun opleiding te prikkelen voor arbeidsrecht. Het is zo mooi om te zien hoe sommigen dan ineens opbloeien en gegrepen worden door het vak.”
De hoogleraar merkt dat studenten het heel interessant vinden om verhalen uit de beroepspraktijk te horen. “En dat begrijp ik ook. Rechten is natuurlijk een wetenschappelijke opleiding, en misschien ga ik nu iets zeggen waarmee ik sommige collega’s voor de schenen schop, maar het is toch ook een vak dat leeft bij de gratie van de praktijk. Recht is een ordeningsmechanisme dat voor de praktijk van groot belang is.”
Zijn ene werkdag aan de universiteit zou hij niet snel weer inruilen voor een dag extra bij zijn advocatenkantoor. “Het is zo mooi als je een verschil kan maken in het leven van een leerling of student. Het maatschappelijke belang van het onderwijs is enorm en het is schrijnend dat dat niet meer gewaardeerd wordt. Mijn jongste zoon zit bijvoorbeeld in groep 8 van de basisschool. Als ik in het weekend met de hond langs zijn school loop, zie ik daar regelmatig leerkrachten aan het werk. En als ik hoor hoe de leerkrachten daar hun stinkende best doen om in coronatijd alles draaiende te houden met online lessen, dan kan ik daar alleen maar respect voor opbrengen. En dat voor een gemiddeld salaris, terwijl sommige ouders dan ook nog mekkeren dat de school veel te lang dicht was. Als maatschappij zouden we veel meer erkenning en waardering moeten opbrengen voor deze beroepsgroep.”

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.