• blad nr 5
  • 1-5-2021
  • auteur C. van der Veer 
  • Opinie

 

Evaluatie onderwijskwaliteit hoort thuis bij docent

Studenttevredenheid en managementcontrole zijn in digitale enquêtes steeds belangrijker geworden. Dat is zorgelijk, schrijft hbo-docent Coba van der Veer. Docenten moeten de regie voeren over de evaluatie van hun onderwijs, om hun leskwaliteit te verbeteren.

Als docent in het mbo hield ik aan het begin van mijn carrière continue de vinger aan de pols. Ik vroeg mijn studenten wat ze hadden geleerd, checkte of ze de kennis en vaardigheden konden toepassen in de stagepraktijk en ik hield bij of ze door de lessen en mijn uitleg de toets goed hadden afgerond.
Ik wilde studenten zo goed mogelijk laten leren. Het ging hier niet om aparte evaluatierondes. Als docent was ik voortdurend bezig met het bewaken van de onderwijskwaliteit, door studenten te zien en te horen, tijdens de lessen en na de toets. Als het goed ging, was ik tevreden. Zo niet, dan paste ik mijn lessen aan naar aanleiding van de feedback.

Lerarenopleiding
Na het mbo ging ik aan de slag als docent Nederlands op een pabo. Evalueren en verbeteren van lessen en didactiek zijn daar nog veel belangrijker. Juist op een lerarenopleiding is het motto practice what you preach. Bij een vak als studieloopbaanbegeleiding werden we gestimuleerd om zelf een formulier uit te delen, met vragen over mij als docent en het vak. De studenten vulden dit in, dat mocht anoniem, en daarna bekeek ik de feedback, de tips en de tops, en verbeterde ik waar mogelijk.
Complimenten verzamelde ik om op een later moment te bespreken in een ontwikkelgesprek met mijn leidinggevende. Daarnaast evalueerde de opleiding zelf steekproefsgewijs een vak overzichtelijk op papier. Kwaliteit werd dus gemonitord vanuit de docent en vanuit de opleiding.

Stroomversnelling
De ontwikkelingen zijn daarna in een stroomversnelling gekomen. Vanuit de organisatie werd gestimuleerd om te gaan werken met digitale enquêtes want in de hele golf van digitalisering gingen ook de enquêtes mee. De toepassing van de zogenoemde PDCA-cyclus (Plan-Do-Check-Act) als managementtool in het onderwijs maakte evalueren nadrukkelijk de taak van het management. Ik maakte zelf de passende vragen bij mijn vak, per gegeven module, om zo goed mogelijk te evalueren en ik kon zelf de tevredenheid en kritiekpunten aflezen. Nog steeds had ik het gevoel dat ik zelf verantwoordelijk was voor de kwaliteit van het onderwijsproces. Het hielp me scherp te blijven.

Evaluatiemoeheid
Het grote nadeel was dat studenten zoveel enquêtes in hun mailbox kregen dat er evaluatiemoeheid optrad; na elke module volgde een evaluatie. Om dit te reguleren werd afname en de verantwoordelijkheid voor de evaluaties bij het management gelegd. De evaluatievragen werden algemener van aard en uniform zodat ze meer aansloten bij alle vakken. Er werd minder gevraagd naar vakspecifieke kenmerken. Als docent ontving ik de resultaten. De overgang van het lesgeven in losse modules naar meer geïntegreerde vakken waarbinnen verschillende docenten samenwerkten, zorgde voor meer afstand tussen vak en docent.

Blok
De laatste jaren zijn de evaluaties verbreed: een hele jaarlaag studenten wordt nu bevraagd op hun ervaringen in een blok. De evaluatie is vanuit het management meer gericht op studenttevredenheid, wellicht met een schuin oog op de landelijke ranglijsten. Soms vult maar een handjevol studenten een evaluatie in. Dat maakt ze minder waardevol.
Studenten tijdens de les de ruimte geven om de evaluatie in te vullen, zorgt al voor meer bruikbare gegevens. Ze zijn best bereid om dit serieus te doen, maar kun je het ze kwalijk nemen dat het beeld vertroebelt als je achteraf een blok van tien weken moet evalueren, met een reeks aan docenten? Studenten verzuchten regelmatig: welke docent heeft dit vak ook alweer gegeven? Of: hoe heet ze ook alweer die blonde docent, met die boblijn?

Accreditatie
Evaluaties zijn tegenwoordig vooral een controle-instrument om het onderwijs te verantwoorden. Met het oog op bijvoorbeeld een accreditatie is dit begrijpelijk. Maar ik vraag me af wat deze blokevaluaties concreet opleveren voor mij als docent. De feedback die binnenkomt, is beperkt en algemeen. Ik lees wat de studenten in algemene zin waarderen en ik zie in de opmerkingen dat ze toets pittig vonden, maar het geeft mij als individuele docent niet zoveel aanknopingspunten om ‘mijn’ onderwijs te verbeteren.
Ik vind dat dit evaluatiecircus mij deels de mogelijkheden uit handen neemt om specifiek mijn vak en lessen te evalueren. De verantwoordelijkheid voor het evalueren is naar het management verschoven en gericht op studenttevredenheid in plaats van het verbeteren van de didactische kwaliteit.
Het wordt hoog tijd om onderscheid te maken tussen evaluaties die bedoeld zijn voor het management en evaluaties met het oog op het primaire proces. Alles op één hoop geeft afvlakking, is niet doelgericht en het blijft onduidelijk wie er wat doet met de uitkomsten. Kortom: leg de inhoudelijke evaluatie terug bij de docent.

Coba van der Veer is lerarenopleider en bestuurslid van de sectorraad hbo van de AOb

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.