• blad nr 5
  • 1-5-2021
  • auteur J. Herfst 
  • Opinie

 

Steun docent is onmisbaar bij groepsopdrachten

De samenwerking in groepjes in het basis- en voortgezet onderwijs kan veel beter, schrijft ambulant begeleider Juliske Herfst. Docenten hebben meer tijd nodig om groepsopdrachten beter te begeleiden en leerlingen moeten hulp durven vragen.
Als ik mijn leerlingen of eigen kinderen kritiek hoor leveren op leerkrachten of docenten, dan neem ik die vaak met een korreltje zout. ‘Het was totaal niet op tijd opgegeven en toch wil ze dat we morgen een SO maken’, roepen leerlingen soms. Ook veel gehoord: ‘De toets was veel te moeilijk. De vragen waren heel anders dan de opgaven in het boek.’
De kans dat een kind een eerdere aankondiging van de schriftelijke overhoring over het hoofd heeft gezien, acht ik reëel. Ik verwacht ook dat de docent in de les heeft besproken hoe de opgaven er in de toets zullen uit komen te zien. Zo niet, dan gebeurt dat bij sterk tegenvallende resultaten de volgende keer vast alsnog. Daarnaast bied je leerlingen hulp aan bij het plannen of organiseren.

Frustratie
Wat mij wel serieus frustreert is de begeleiding van de onvermijdelijke groepsopdrachten en ik ben niet de enige, zo maak ik op uit verhalen van leerlingen, collega’s en ouders. Regelmatig hebben hedendaagse scholieren samenwerkingssopdrachten, in sommige trimesters voor praktisch elk vak. De opdrachten worden gegeven om opgedane kennis in praktijk te brengen en tegelijkertijd belangrijke samenwerkingsvaardigheden te leren. Bij het goed samenwerken gaat het echter vaak mis. Er zijn docenten die dit proces goed begeleiden. Veel vaker hoor ik dat er weinig tijd is voor begeleiding van het samenwerkingsproces en dat om hulp vragen zelfs wordt afgestraft met een lagere beoordeling.

Boos
Wat zie ik gebeuren? Kinderen die in hun eentje of met zijn tweeën de kar trekken en al het werk doen voor een groepje van vier leerlingen. Leerlingen die matig werk inleveren, want ze hebben zelf aan een zesje genoeg, geen rekening houdend met Lisa, die een 8 nodig heeft. Online vergaderingen tussen twee meiden die proberen te verzinnen hoe ze groepsgenoten kunnen overhalen toch eens iets te gaan doen, zonder ze boos te maken.
Hulp vragen aan de docent? Ze kijken wel uit, dat kost ze een punt aftrek. Ook half ingeleverde opdrachten zie ik voorbij komen. Deelopdrachten a, b en e zijn af. Het groepje heeft tot 23.55 uur gewacht op de twee leerlingen die c en d moesten maken. Vanwege de deadline van 0.00 uur wordt het dan toch maar ingeleverd, zonder deze onderdelen. Met als ongewenst bijeffect dat Lisanne pas na twaalf uur ’s nachts haar laptop uitzet en de volgende dag moe opstaat. Tygo die wel wil, maar niet weet waar hij moet beginnen en bang is om de groepsapp te openen. Zijn groepsgenoten zijn vast boos op hem. Hij had allang zijn deel moeten sturen. En mijn leerlingen, met een beperking, zijn lang niet altijd spontaan welkom in een groepje, omdat samenwerken toch al zo ingewikkeld is.

Rotgevoel
Er zijn docenten die leerlingen oprecht helpen en het proces positief beïnvloeden. Maar de situaties, waarbij moeizame samenwerking zorgde voor een lager cijfer, ongewenste hoeveelheden werk voor sommigen en een rotgevoel bij anderen hebben helaas de overhand in de verhalen die ik zelf zie en hoor.
Deze manier van begeleiden en beoordelen van samenwerking kan op termijn een ongewenst effect hebben. Gaat Lisanne straks in haar werk ook tot 23.55 uur door, omdat haar collega de deadline niet respecteert? Voelt Tygo zich bij zijn eerste baan wel veilig om zijn leidinggevende hulp te vragen, als hij een opdracht ingewikkeld vindt, maar wel goed wil afronden?

Moed
Voor de toekomst is het proces van een groepsopdracht op school belangrijker dan het resultaat. Daarom moeten leerlingen om hulp durven en kunnen vragen. Het getuigt van inzicht als een groepje ziet dat het samenwerkingsproces niet loopt. Het vraagt moed om een medeleerling aan te spreken op zijn rol en zelf aanspreekbaar te zijn op je eigen rol. De leerlingen die samenwerken, hebben hierbij hun docent ontzettend nodig.
Het om hulp vragen en je laten begeleiden bij een niet-werkend groepsproces zou beloond moeten worden. De groei van de leerlingen vraagt meer dan alleen kennis over het opgegeven onderwerp. De echte groei vraagt leren met en van elkaar.
Docenten, maar ook directies, zouden hiervoor meer oog en tijd moeten hebben, zodat de docent die een groepsopdracht geeft, ook ruim de faciliteiten heeft om het proces in de verschillende groepen te begeleiden. Is er sprake van structurele problemen, met de executieve functies bijvoorbeeld of bij faalangst, dan moeten leerlingen deskundige hulp krijgen, met bijzondere aandacht voor het functioneren in een leergroep. Niet voor niets houden leerkrachten, docenten en ouders hun kinderen voor, dat ze niet in de eerste plaats voor een cijfer leren: ‘Je gaat naar school om je voor te bereiden op je toekomst.’ Het goed leren samenwerken in groepen kan daaraan bijdragen.

Juliske Herfst is ambulant begeleider en leerkracht bij Onderwijscentrum de Twijn te Zwolle, een school voor speciaal onderwijs.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.