• blad nr 5
  • 1-5-2021
  • auteur J. Aarts 
  • Raad en daad

 

Werkgever mag nevenwerk niet zo maar verbieden

Cao’s in het onderwijs verbieden nevenwerkzaamheden, ook onbetaald, indien deze strijdig zijn met de belangen van de werkgever. Die bepaling kent zijn grenzen.
Docent Thierry was al jaren actief lid van de lokale tennisvereniging en werkzaam in een van de commissies daarvan. De tennisclub was gehuisvest op een mooi vrij liggend terrein. Zo mooi blijkbaar, dat het bestuur van zijn niet zo heel ver van de tennisbanen gelegen school, die dringend om een gymnastieklokaal verlegen zat, er zijn ogen op had laten vallen.
Het sprak voor zich dat Thierry het plan aankaartte bij het bestuur van zijn tennisvereniging dat er zelf inmiddels vanuit de gemeente al over had vernomen. Besloten werd over de kwestie een informatiebijeenkomst te beleggen waarvoor alle leden zouden worden uitgenodigd. Thierry was handig met de techniek en nam die voor zijn rekening.
De opkomst bleek hoog en er werd natuurlijk flink gediscussieerd over de wensen van de school en wat daar dan voor de tennisvereniging tegenover zou staan. Het realiseren van het plan zou erop neerkomen dat de tennisvereniging moest verhuizen.
Tot zijn verbazing werd Thierry twee dagen na de bijeenkomst op zijn school uitgenodigd voor overleg met zijn directeur. Die bleek er grote moeite mee te hebben dat Thierry een bijdrage had geleverd aan het realiseren van de vergadering. Sterker: de directeur meende dat hier ging om onbetaalde nevenwerkzaamheden die redelijkerwijze in strijd waren met de belangen van de instelling (cao po artikel 11.3) en dat Thierry dat niet mocht doen. Volgens hem was algemeen bekend dat Thierry werkzaam was op de school die graag op het terrein van de tennisclub wilde bouwen. Bovendien was de directeur van mening dat er door de activiteiten van Thierry onduidelijkheid zou kunnen ontstaan over de positie van de school bij het overleg met andere betrokkenen. Thierry zag dat heel anders en bij een volgende bijeenkomst over de kwestie was hij vanzelfsprekend weer aanwezig.
Al snel bleek dat dit niet in goede aarde was gevallen bij de directeur die hem in een gesprek liet weten dat hij een grens had overschreden en dat hij voornemens was hem voor zijn optreden te berispen.
Dat was reden voor Thierry om de juridische dienst van de AOb te raadplegen. De juridische dienst vond dat de directeur niet in redelijkheid had mogen komen tot het opleggen van een berisping en besloot de zaak aan de commissie van beroep voor te leggen.
De commissie van beroep kwam tot een voor Thierry gunstige uitspraak. Ze oordeelde dat het recht op vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging een groot goed zijn, die beide niet zomaar beperkt mogen worden. Het was uit de stukken onvoldoende gebleken dat er werkelijk problemen waren met het optreden van Thierry en dat de belangen van de werkgever geschaad waren. Daarom werd het beroep van Thierry gegrond verklaard.

Deze rubriek is gebaseerd op ervaringen uit de praktijk van AOb-juristen

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.