• blad nr 5
  • 1-5-2021
  • auteur K. Hagen 
  • Redactioneel

 

Vast in de verkeerde loonschaal

Door de pandemie staan onderwijsassistenten vaker alleen voor de klas. Ook worden ze ingezet voor handelingsplannen, oudergesprekken en extra hygiënemaatregelen die nodig zijn door corona. Functieomschrijving en salaris sluiten daar niet altijd op aan.

Bijna 60 procent van de onderwijs- en leraarondersteuners voert werkzaamheden uit die niet passen in hun eigenlijke takenpakket. Ondersteuners gaan voor de klas staan als een schoolbestuur door een zieke docent met de handen in het haar zit. Door de coronapandemie en het lerarentekort komt dit vaker voor.
Het is één van de conclusies uit een recent rapport van het Arbeidsmarktplatform Primair Onderwijs, een samenwerkingsorganisatie van bonden en werkgevers. Volgens de onderzoekers is een duidelijke visie nodig op de inzet van ondersteuners buiten het functieprofiel.
Voor het onderzoek zette het Arbeidsmarktplatform een online enquête uit waaraan 360 ondersteuners deelnamen. Ook werkgevers deelden hun ervaringen: 570 bestuurders, directeuren of hrm-verantwoordelijken vulden de vragenlijst in.
“Er zijn niet veel onderzoeken gedaan naar onderwijsondersteuners, terwijl er wel veel veranderingen met bijvoorbeeld de functies hebben plaatsgevonden”, zegt onderzoeker Devorah van den Berg van het Arbeidsmarktplatform. “Meer kennis over duurzame inzet is gewenst. Hopelijk draagt dit onderzoek ertoe bij om deze groep medewerkers zo goed mogelijk in te zetten op de scholen.”

Feiten
Medewerkers en schoolbesturen zijn het niet eens over de feiten. Zo meent 57 procent van de ondersteuners vaak taken uit te voeren die helemaal niet op hun bordje horen. Opvallend is dat maar 18 procent van de werkgevers van mening is dat assistenten taken uitvoeren buiten hun functieprofiel.
Beide groepen geven aan dat assistenten vooral in noodgevallen voor de klas worden gezet als er geen bevoegde leraar voorhanden is. Dit is sinds corona en vanwege lerarentekorten vaker nodig. Meestal gaat het om vervanging van een leraar die kort ziek is. Toch geeft een deel van de assistenten aan dat het niet alleen om incidentele vervangingen gaat. Zij draaien meerdere dagen per week, structureel, zelfstandig een klas. In één van de zeven persoonlijke interviews die aan de enquêtes zijn toegevoegd, zegt een onderwijsassistent: ‘Ik ben vierdejaars pabostudent. Wegens uitval van een collega ben ik dit schooljaar gestart met lesgeven voor drie dagen per week. Ik vind het leuk om te doen, omdat ik naast mijn werk ook een pabo-opleiding volg. Wel is het zo dat dit vaak ook de goedkoopste oplossing is, omdat ik hier niks extra’s voor krijg.’
Van de ondervraagde werkgevers geeft een vijfde aan dat onderwijsassistenten zelfstandig voor de klas worden gezet. Dit mag eigenlijk alleen in geval van nood en voor korte tijd.
Scholen zetten assistenten ook in voor administratie- en conciërgewerkzaamheden, schoonmaak om aan de hygiënemaatregelen van het RIVN te voldoen, oudergesprekken, toetsen analyseren en alle werk dat hoort bij het opstellen van handelingsplannen.
Een grote meerderheid van de assistenten, 85 procent, meent dat het werk door corona niet blijven veranderd is. Een derde van de bestuurders verwacht wel dat assistenten in de toekomst andere vaardigheden nodig hebben, vooral digitaal zodat ze leraren meer ondersteuning kunnen geven bij lessen op afstand. Meer kennis over leerlijnen, het geven van instructie en communicatievaardigheden zijn andere gebieden waar kennis nodig is, denken de werkgevers.

Tevreden
De groep ondersteuners in het primair onderwijs is de afgelopen jaren toegenomen. Volgens de jongste cijfers van DUO, de Dienst uitvoering onderwijs van het ministerie, beslaat de groep nu 17 procent van het personeel. Over het algemeen zijn de onderwijsondersteuners wel tevreden met hun takenpakket. Acht op de tien assistenten geeft dit in de enquête aan.
Minder blij zijn ze met de financiële waardering. ‘Ze worden over het algemeen niet gecompenseerd wanneer zij een leraar vervangen’, zo staat in het rapport. ‘Dit willen zij wel graag.’ Eén van de aanbevelingen van de onderzoekers is dat hier meer aandacht voor moet komen.
Volgens Van den Berg kunnen scholen nog beter nadenken over de manier waarop ze ondersteuners inzetten. Ze worden nu vooral gebruikt om leraren te ontlasten, werk dat wordt betaald uit de werkdrukmiddelen. Het roept volgens de onderzoeker de vraag op in hoeverre de inzet structureel is en of er voldoende wordt nagedacht over de toegevoegde waarde van assistenten. Van den Berg: “Je merkt dat sommige scholen een visie hebben op de inzet van assistenten, maar dit is niet bij alle scholen het geval.”

Schaal 4
In de jongste cao primair onderwijs is een afspraak gemaakt over de vaak verouderde functiebeschrijvingen van ondersteuners. De bedoeling daarvan was, dat ondersteuners sneller doorstromen naar hogere salarisschalen, omdat er nieuwe functies bijkomen met salarisschaal 5 en 6. Veel ondersteuners zitten ‘vast’ in schaal 4. Volgens de AOb-onderhandelaars die destijds de cao afsloten, doen veel assistenten al werk zoals dat beschreven staat in hogere salarisschalen. Zij kunnen dus doorstromen, maar gebeurt dat ook?

Functiegebouw
Ook hier verschillen bestuurders en ondersteuners van mening. Schoolbesturen moesten het functiegebouw vernieuwen. Bijna 29 procent van de onderwijs- en leraarondersteuners zegt dat op hun school de functiebeschrijvingen zijn herzien. Van de bestuurders geeft 60 procent aan dit gedaan te hebben.
Een op de vijf ondersteuners is ontevreden of zeer ontevreden over de nieuwe functieomschrijving en de mate waarin die aansluit bij de dagelijkse praktijk. Onvrede heerst ook over de nieuwe functie-indeling, de onderbouwing daarvan en het salaris.
Onderzoeker Van den Berg is het opgevallen dat veel ondersteuners niet op de hoogte zijn van de mogelijkheden. “Soms zijn er wel loopbaanmogelijkheden, maar weten ze het niet. Op de ene school is dit beter uitgekristalliseerd dan op de andere.”
Ondersteuners moeten het gesprek aangaan over hun toekomst, vindt Van den Berg. “In veel organisaties heb je wel gesprekken over loopbanen, maar die kijken altijd terug. Het zou meer over de toekomstverwachting moeten gaan.” De gesprekken over persoonlijke ontwikkeling zouden een structurele plek moeten krijgen binnen de scholen. Hier ligt een taak voor leidinggevenden .


{kader}

Zet je in voor ondersteuners
Wil jij ook actief worden, je ideeën delen of meedenken over onderwerpen die jou als ondersteuner aangaan? Meld je dan aan voor de aparte AOb-groep, speciaal gericht op ondersteuners. Kijk op AOb.nl > Over de AOb > AOb-groepen en afdelingen

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.