• blad nr 11
  • 3-6-2000
  • auteur O. Bosma 
  • Redactioneel

 

Docenten hebben minder moeite met leerlingen

Leraren in het voortgezet onderwijs hadden in 1995 minder problemen met leerlingen dan in 1989. Het aantal leraren met veel of zeer veel moeilijkheden daalde van 19,1 naar 8,4 procent. Het percentage dat geen of nauwelijks problemen had, steeg van 7,4 naar 13,4. Oudere docenten hadden het in beide jaren zwaarder dan jongere.

Deze alweer vrij oude cijfers werden onlangs gepubliceerd in het onderzoeksrapport Wie staan er voor de klas?. Het rapport bevat gegevens over de ontwikkeling van de arbeidssatisfactie, geloof en waarden, politieke gezindheid en cultuurdeelname van docenten.
De tevredenheid met het werk nam in zes jaar toe. ŒOntevreden¹ daalde van 31 naar twintig procent, Œtevreden¹ steeg van 33 naar ruim 42 procent. De ervaren werkdruk steeg desondanks ook. Voor bijna de helft van de docenten is het werk (zeer) zwaar, dat was veertig procent. De discrepantie tussen stijgende werkdruk en grotere arbeidssatisfactie werd ook vastgesteld in een onderzoek dat twee jaar geleden in opdracht van de AOb werd gedaan door de Universiteit van Amsterdam.
De normen en waarden van leraren worden door de onderzoekers vertrouwenwekkend¹ genoemd: liefde voor de natuur, gezinswaarden, innerlijke harmonie, medemenselijkheid scoren hoog; hedonisme en materialisme laag. Er is een samenhang met politieke voorkeur: de aanhang van de VVD is relatief materialistisch, de gezinswaarden zijn minder in trek naarmate de leraar linkser stemt. Evenals in enquêtes onder AOb-leden is de aanhang voor links onder docenten veel groter dan gemiddeld (PvdA, D66 en GroenLinks bijna tweederde, landelijk 46 procent).
Bijna twee van de drie docenten is gelovig. Dat wijkt sterk af van de gemiddelde Nederlander, waar de verhoudingen omgekeerd liggen. Tweederde van de scholen is confessioneel en werft (vaak) personeel onder gelovigen, luidt hiervoor de verklaring van de onderzoekers. Het aantal gelovige docenten die het geloof belangrijk vinden, daalde echter tussen 1989 en 1995 van vijftig naar veertig procent.

Sociaal gestegen
Zoals op grond van hun hogere opleiding verwacht mag worden, is de deelname van docenten aan cultuur veel groter dan gemiddeld. Driekwart gaat wel eens naar toneel tegen een op de vijf Nederlanders. Bijna de helft bezoekt klassieke concerten, tegen een op de zeven gemiddeld. Negentig procent gaat naar musea, drie keer zoveel als gemiddeld. Tussen de docenten bestaan grote verschillen. Leraren in expressievakken zijn cultuurverslinders, leraren Nederlands en moderne talen doen ook goed mee, gymnastiekleraren scoren heel laag.
Driekwart van de docenten is, gelet op opleidingsniveau in vergelijking tot dat van hun ouders, sociaal gestegen. Volgens de onderzoekers is dat Œtamelijk uniek¹

Wie staat er voor de klas? Door Mart-Jan de Jong en Jeroen van de Kamp, uitgeverij Garant (ISBN 90-5350-932-1).

Dit bericht delen:

© 2020 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.