• blad nr 5
  • 1-5-2021
  • auteur M. van Nieuwstadt 
  • Redactioneel

 

‘We moeten scholen en leerkrachten beschermen’

Het onderwijs brengt niet genoeg leerlingen de basisvaardigheden bij die ze de rest van hun leven nodig hebben. “We zijn niet goed bezig”, zegt inspecteur-generaal Alida Oppers van de Onderwijsinspectie.

Sinds haar aantreden als inspecteur-generaal, op 1 september vorig jaar, was Oppers nog maar een handjevol keren fysiek aanwezig op het Utrechtse kantoor van de Onderwijsinspectie. “Ik ben vertrouwd geraakt met de organisatie via beeldschermen”, zegt ze, een dag voor de publicatie van de Staat van het Onderwijs, het jaarlijkse rapport waarin de inspectie de balans opmaakt over het hele onderwijs. “Het is een genot om op kantoor te zijn.”

Wat is er veranderd bij de inspectie sinds uw aantreden?
“Ik heb de boodschap overgebracht dat we ons moeten focussen op de dingen die echt belangrijk zijn. Wij moeten prioriteit geven aan de basisvaardigheden. Taal, rekenen, schrijven, sociale competenties. Dat geldt voor het onderwijs, maar ook voor ons als inspectie. Scholen en instellingen worden voortdurend van alle kanten bevraagd. Besteed meer aandacht aan duurzaamheid, aan een gezonde leefstijl, aan veilig verkeer. Allemaal best nuttig, maar als de optelsom ertoe leidt dat we de focus verliezen, dan zijn we niet goed bezig. Hier ligt een opdracht voor de politiek, voor de overheid, maar ook voor de schoolleiding en besturen. Iedereen is nodig om scholen en leerkrachten te beschermen tegen overvraging.”

Wat je meet en vastlegt in leerlingvolgsystemen krijgt automatisch de aandacht. U pleit voor heldere doelstellingen op het vlak van persoonsvorming en burgerschap. Zo stelt de inspectie zelf toch ook nieuwe eisen aan het onderwijs, buiten de basisvaardigheden om?
“Dat is niet de bedoeling. Scholen hoeven het niet te meten omdat de inspectie het wil, maar ze moeten wel bepalen vanuit welke visie ze onderwijs aanbieden en daarover een dialoog voeren met ouders.”

De inspectierapporten hebben al jarenlang een bezorgde ondertoon. Gaat het almaar verder bergafwaarts met ons onderwijs?
“Er is sprake van crisismanagement op een aantal scholen en daarom valt het ons zwaar deze feiten weer op tafel te leggen. We weten dat iedereen er zwaar aan heeft moeten trekken in deze tijd. We proberen in ons rapport ook te laten doorklinken dat we de problemen kunnen oplossen.”

In de vorige ‘Staat’ toonde de inspectie zich voorzichtig positief over de vermindering van de kansenongelijkheid. Heeft corona die verbetering afgekapt?
“Er is in de afgelopen vijf, zes jaar veel gebeurd om de kansenongelijkheid te bestrijden. De negatieve trend was tot stilstand gebracht. Dat is een grote verdienste van het onderwijs. Dit jaar hebben we gezien hoe broos die verbetering is. Door corona zijn de verschillen tussen leerlingen met een uiteenlopende achtergrond opnieuw uitvergroot.
Onze cijfers laten zien dat kinderen uit lagere sociaaleconomische milieus door de crisis een anderhalf keer grotere achterstand hebben opgelopen dan meer bevoorrechte kinderen. Daar kwam vorig jaar het probleem van de eindtoets nog bovenop.”

Met het eenmalig afschaffen van de eindtoets daalde het percentage kinderen dat een havo/vwo-advies kreeg van 48,6 naar 45,4 procent in het afgelopen jaar. Kinderen met een hoge toetsscore kregen niet de kans om leraren te bewegen tot een herziening van het schooladvies. Vooral leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond en leerlingen met lager opgeleide ouders waren daarvan de dupe. Dit jaar is er wel weer een eindtoets in het primair onderwijs.

De inspectie heeft de laatste jaren meermaals alarm geslagen. Toch lukt het nog altijd niet om de streefcijfers voor basisvaardigheden te halen. Wordt er niet naar u geluisterd?
“We zien helaas dat de negatieve trend zich voortzet en door corona wordt uitvergroot. Dat we toch hoopvol zijn, komt doordat iedereen inmiddels doordrongen is van het belang en de omvang van dit probleem. We moeten nu niet alleen kijken naar de achterstanden die door corona zijn opgelopen, maar ook naar het onderliggende probleem. Het onderwijs heeft een renovatie nodig en niet alleen een reparatie.”

Wat bedoelt u concreet met die metafoor?
“We willen ermee aangeven dat het hele systeem moeten verbeteren. Er is niet één maatregel die het verschil zal maken. In onze ogen begint de oplossing in de klas met een betere toerusting van leraren. Zo laten onze onderzoeken zien dat leraren soms de didactische vaardigheden missen om een vak goed te onderwijzen. Dat kan beter door leraren bij te scholen. Bijvoorbeeld over de manier waarop je een leerproces specifiek in kaart brengt in leerlijnen en hoe je daarmee stap voor stap naar doelen toewerkt.”

Het niveau van basisvaardigheden was in het primair onderwijs tussen 2015 en 2019 grofweg stabiel. Zo dramatisch is het verval dus nu ook weer niet?
“Op sommige onderdelen zijn die basisvaardigheden inderdaad stabiel, maar op een veel te laag niveau. Met rekenen haalt maar 30 procent van de kinderen het fundamentele niveau, terwijl 65 procent volgens ons haalbaar is. Dat betekent dat er jaarlijks voor 50 duizend kinderen niet uit wordt gehaald wat er inzit. Onvoldoende ontwikkeling van basisvaardigheden zit mensen de rest van hun leven dwars. In Nederland hebben 2 miljoen mensen last van hun laaggeletterdheid. Dat mogen we niet accepteren.”

U geeft aan dat er veel geld beschikbaar komt, maar het Nationaal Programma Onderwijs is eenmalig en om voor geld in aanmerking te komen is veel papier- en regelwerk nodig. Dat strookt toch niet met de structurele verbeteringen waar u voor pleit?
“Het enorme bedrag dat nu beschikbaar komt, biedt kansen om dingen beter te doen. Je kunt het geld gebruiken om leerkrachten bij te scholen of werk uit handen te nemen. Als er op school voldoende conciërges aanwezig zijn en andere onderwijsassistenten, kunnen leerkrachten zich focussen op hun kerntaken.”

Salarissen in het primair onderwijs blijven ver achter op de doelstellingen. In plaats van de beoogde 40 procent krijgt nog altijd maar 28,1 procent van de leraren betaald in schaal L11, vergelijkbaar met de oude LB-schaal. Wat zijn daarvan de consequenties?
“Het gaat er niet om dat die getalletjes gehaald worden. Het toepassen van hogere salarisschalen hangt samen met functiedifferentiatie, het creëren van loopbaanmogelijkheden en het strategisch personeelsbeleid dat scholen zouden moeten voeren. Als leerkrachten op hun school door hun specialisme en kennis van toegevoegde waarde zijn voor het rekenonderwijs, dan mag je daar ook naar betalen. Zo hebben mensen een extra reden om het verschil te willen maken.”

{streamer}
‘We proberen te laten doorklinken dat we de problemen kunnen oplossen’

{fotobijschrift}
Alida Oppers trad op 1 september vorig jaar aan als inspecteur-generaal van de Onderwijsinspectie: “Onvoldoende ontwikkeling van basisvaardigheden zit mensen de rest van hun leven dwars.”

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.