• blad nr 5
  • 1-5-2021
  • auteur R. Hassink 
  • Redactioneel

 

Religie zit professional niet in de weg

Sommige leraren leven voor hun werk in een andere geloofswereld dan privé. Hoe is dat? Een katholiek, een Jehova’s getuige en een voormalig lid van de gereformeerde kerk vertellen. “Collega’s accepteren mij, omdat ik altijd professioneel blijf.”

Ze is katholiek opgevoed, haar eigen kinderen zijn gedoopt en ze werkte na haar christelijke pabo-opleiding jarenlang op een katholieke school. En toch begint Barbara Grefte nu elke schooldag met een ‘doe’aa’, een islamitisch gebed. “Heel veel meer Arabisch spreek ik niet”, zegt de leerkracht van groep 3 van islamitische basisschool de Tulp in Hengelo. “Maar dat hoeft ook niet, want we hebben hier op school twee vakleerkrachten die godsdienst- en Koranles geven. En voor de rest wordt hier alleen maar Nederlands gesproken.”
Grefte staat nu ruim vijf jaar voor de klas bij de Tulp. In 2015 werkte ze op een openbare school waar ze haar geen vast contract konden bieden. “Ik weet nog dat een islamitische moeder mij vertelde dat haar kind na de zomer naar de Tulp zou gaan. Ze was zo enthousiast over die school dat ik een keer ben gaan kijken.” Wat Grefte zag en hoorde sprak haar aan en na een goed gesprek met de directeur werd haar een tijdelijk contract aangeboden. “Ik moet eerlijk zeggen dat ik daar wel even over moest nadenken, want er kwam toch wel wat meer bij kijken dan op een reguliere school. Niet dat ik een hoofddoek op hoefde, maar mij werd wel gevraagd om ’s zomers geen korte broek of korte mouwen te dragen. En het kruisje om mijn nek dat ooit van mijn oma is geweest, moest af. Maar dat begrijp ik ook wel weer, want die dingen passen niet bij de islam.”
Grefte heeft tot op de dag van vandaag geen moment spijt gehad van haar overstap en dat is blijkbaar wederzijds, want haar tijdelijke aanstelling werd binnen een jaar omgezet in een vast contract. “Het mooie is dat ik hier echt het verschil kan maken. Vrijwel alle kinderen komen hier binnen met een taalachterstand, maar we doen er alles aan om die achterstand in te lopen.” En dat lukt heel goed, vertelt ze. “Van de negen groep 8-leerlingen gingen er na afgelopen zomer vijf naar het vwo. Het is toch kicken als je dat samen kunt bereiken.”
Het tekent de professionaliteit van Grefte.
Ook Faisca Drent, onderwijsassistent in groep 2 bij openbare basisschool de Kubus in Almelo, staat zich voor op een professionele houding. Drent is aanhanger van de Jehova’s getuigen, een geloofsgemeenschap binnen het christendom die de Bijbel heel letterlijk neemt, die gelooft dat God de aarde weer tot een paradijs gaat maken en anderen daarvan probeert te overtuigen. Sociale omgang met niet-gelovigen wordt door Jehova’s getuigen zoveel mogelijk beperkt. Toch gedraagt Drent zich op haar werk niet anders dan haar collega’s. “Op school heb ik niet de neiging om mensen mijn geloof op te dringen. Mijn geloof is daar niet relevant, daarom doe ik er ook niets mee. En collega’s accepteren mij, omdat ze zien dat ik altijd professioneel blijf.” Maar kom je soms niet in lastige situaties terecht? “Dat valt wel mee. Wij vieren als Jehova’s geen kerst en daarom ben ik liever ook niet aanwezig bij de kerstviering op school. De schooldirectie weet dat en laat me daarin vrij. Verder doe ik zoveel mogelijk mee. Als we bijvoorbeeld op school een foute kersttruien-dag hebben, trek ik een foute wintertrui aan, zonder verwijzingen naar kerst. En met de sinterklaasviering ben ik er vaak gewoon, maar zing dan niet de liedjes mee. Als onderwijsassistent kun je dat ook makkelijker doen, voor een leerkracht zou dat anders zijn.”

Verdoemenis
Een leerkracht op een protestants-christelijke school in de biblebelt heeft met dat meedoen wel moeite. Ze moet regelmatig uit de Bijbel lezen met haar leerlingen. “Dat doe ik, ook omdat ik vind dat er mooie, wijze dingen in de Bijbel staan, maar ik laat sommige passages weg, bijvoorbeeld over gruwelijke straffen die God uitdeelt. Ik wil niet dat kinderen angst wordt ingeboezemd. Ik had bijvoorbeeld ooit een leerling in de klas die aan de antidepressiva zat, omdat hij doodsbang was voor hel en verdoemenis.”
De leerkracht vertelt op school niet dat ze dat doet en dat is ook de reden dat ze niet met naam en toenaam in het Onderwijsblad wil. “Als ze er op school achter komen, zou ik er toe gedwongen kunnen worden en dat wil ik niet.” Waarom geeft ze les op een protestants-christelijke school? “Ik ben christelijk opgevoed, ging naar een christelijke pabo en was ook lid van de gereformeerde kerk, maar ik kwam later in mijn leven in contact met andersdenkenden waardoor ik ‘wakker’ werd. Ik geloof dat er meer is tussen hemel en aarde, maar een God met al die dogma’s? Nee.”
Ze ergert zich geregeld aan collega’s en ouders die anderen de wet willen voorschrijven. “Zo hadden we ooit een nieuwe, leuke methode op het oog waar ook een tovenaar en een fee in voorkwamen. Dat mocht niet, want dat was duivels. Ik ben er toen wel tegen ingegaan, maar die strijd heb ik helaas verloren.” Ondanks de ergernissen blijft ze op de school werken, omdat er gelukkig veel meer is dan het geloof. “En ik kan nu een ‘gezonde’ invloed uitoefenen waardoor leerlingen die thuis onder grote druk staan, soms wat meer lucht krijgen.”
Sommige collega’s weten wel van haar ‘andere’ levensovertuiging. “Met hen kan ik af en toe stoom afblazen. Er zit trouwens zelfs een atheïst bij, die ooit is binnengekomen via een invalpool waardoor er nooit bij een formeel gesprek een vraag is gesteld over zijn geloofsovertuiging.”

Neutraal
Drent is weliswaar open naar haar collega’s als het om haar geloofsovertuiging gaat, maar ze wil niet dat ouders het te weten komen. “Er zijn zoveel vooroordelen over Jehova’s, daar wil ik niet mee geconfronteerd worden op school. Ik heb een neutrale werkhouding en wil graag neutraal beoordeeld worden.” Opvallend is dat ouders haar nog weleens vragen of ze moslima is. “Ik heb een donkere huidskleur, blijkbaar wordt dat geassocieerd met de islam. Het gebeurt zelfs weleens dat een moslimvader een verhaal tegen me afsteekt in het Arabisch, en er dan pas na een tijdje achter komt dat ik er niets van versta.”
Drent zou ook wel kunnen werken op een christelijke school. “De Bijbelkennis heb ik bijvoorbeeld, maar het nadeel vind ik dat je op een christelijke school moeilijker neutraal kunt blijven. Een openbare school is meer een afspiegeling van de maatschappij waarin neutraliteit meer geaccepteerd wordt.”
Met één ding heeft ze op school wel echt moeite en dat is de gedachte achter sinterklaas. “Ik heb zelf een grote hekel aan liegen en hou mijn eigen kinderen altijd voor dat ze eerlijk moeten zijn. En met sinterklaas draaien we ons in allerlei bochten om kinderen iets te laten geloven.”
Grefte kan eigenlijk niets verzinnen waar ze op de islamitische basisschool moeite mee heeft. “Integendeel, ik vind veel dingen zelfs mooier. Zo kennen moslims de ‘sadaqah’ waarbij ze naastenliefde tonen. Met school sponsoren we een waterput in Niger. Ouders zijn daar heel enthousiast over en geven dan ruimhartig.”
Na een tijdje komt ze toch met iets waar ze mee worstelt. “We gaan drie keer per jaar met Hengelo Sport zwemmen. Vanuit de school is besloten dat de jongens en meisjes in de bovenbouw gescheiden zwemmen. Zoiets past niet in de Nederlandse cultuur, vind ik. Je moet in mijn ogen leren omgaan met de verschillen tussen mannen en vrouwen. Zo is de maatschappij ook en daar bereiden we ze op voor.” En dan is er nog een ding dat in de kern heel positief is, maar een negatief gevolg heeft, en dat zijn alle lekkernijen die ze krijgt aangeboden door ouders en collega’s. “Bijvoorbeeld tijdens het ramadanfeest of gewoon tussendoor. Ik geloof dat ik in die vijf jaar wel vijf kilo ben aangekomen.”

{kader}
Kledingvoorschriften op school
Een zilveren kruisje om de nek van een leerkracht op een islamitische school of een hoofddoek op het hoofd van een leraar op een protestants-christelijke school. Mag een school met een religieuze grondslag van een leraar eisen dat hij zich houdt aan bepaalde kledingvoorschriften? Ja, in principe mag dat. In de Algemene wet gelijke behandeling is voor instellingen voor bijzonder onderwijs een uitzonderingsgrond gecreëerd. Zij mogen aan hun medewerkers functie-eisen stellen zolang die voldoende samenhang vertonen met de godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag van de school. Deze eisen mogen niet leiden tot onderscheid op grond van ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat. Dat het weleens voorkomt dat scholen deze eisen stellen, blijkt uit een uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens van oktober 2018. Daarbij ging het om een invalleerkracht die door de directeur van een protestants-christelijke school in Den Haag werd weggestuurd omdat ze - vanuit haar islamitische geloof - een hoofddoek droeg. Het om religieuze redenen dragen van een hoofddoek zou volgens het college onverenigbaar zijn met de voor medewerkers geldende verplichting om het godsdienstige gedachtegoed van de school te kennen en uit te dragen.

{fotobijschriften}
Barbara Grefte heeft haar kinderen gedoopt, maar werkt op een islamitische basisschool waar ze elke ochtend begint met een spreuk in het Arabisch die op de foto achter haar op de muur staat: ‘In de naam van Allah, de barmhartige, de genadevolle’.

Faisca Drent is Jehova’s getuigen, ze werkt als onderwijsassistent op een openbare school. “Op school heb ik niet de neiging om mensen mijn geloof op te dringen.”

{citaatjes}
‘Bij het Bijbellezen laat ik sommige passages weg’

‘Het kruisje om mijn nek dat ooit van mijn oma is geweest, moest af’

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.