• blad nr 5
  • 1-5-2021
  • auteur J. Poortvliet 
  • Redactioneel

 

Lerarenopleiding gaat op de schop

Onder druk van de Tweede Kamer versnelt het kabinet de flexibilisering van de lerarenopleidingen. Maatwerk is het toverwoord voor de student. Lerarenopleiders is nog te weinig gevraagd of de veranderingen haalbaar zijn.

“Collega’s hebben geen idee wat hen boven het hoofd hangt”, zegt lerarenopleider Wim Borghuis. Al snel wil hij deze opmerking nuanceren. Sinds 2016 doen in het hbo ruim twintig bekostigde en niet-bekostigde hogescholen mee aan pilots richting flexibel onderwijs. Doorgaans gebeurt dat met deeltijdopleidingen.
In nieuwsbrieven wordt de materie geregeld aangekaart, vertelt Borghuis, die werkt voor lerarenopleidingen voor het voortgezet onderwijs aan de Hogeschool Utrecht. Dat er veranderingen aankomen is dus geen geheim, maar het bijhouden van dit soort informatie schiet er met de dagelijkse coronahectiek misschien wel eens bij in.
Wat hangt lerarenopleiders boven het hoofd? In het najaar van 2020 sloten het ministerie van Onderwijs, de Vereniging Hogescholen (VH) en universiteitenvereniging VSNU een bestuursakkoord. De gemaakte afspraken zijn ingrijpend. Lerarenopleidingen hebben ‘straks’ - de VH noemt nog geen ingangsdatum - geen vastomlijnd curriculum meer. Ook niet voor voltijdstudenten die vanuit de middelbare school naar de pabo of een andere lerarenopleiding gaan.
Werkgevers en het ministerie willen dat elke student start met een ‘intake-assessment’. De eerste pilots hiervoor starten na de zomer. Uit zo’n assessment moet blijken welke vaardigheden en kennis de student al in huis heeft. Die vaardigheden worden ‘eerder verworven competenties’ genoemd. Met een portfolio en door gesprekken of toetsen leveren startende studenten bewijs voor hun competenties. Vervolgens krijgen ze een onderwijsprogramma op maat. Instromers vanuit het voortgezet onderwijs (vo) kunnen nog wel ‘meer vastomlijnd onderwijs’ krijgen, aldus het bestuursakkoord.

Onbegrip
De lerarenopleidingen zijn door het lerarentekort tot koploper flexibilisering gebombardeerd. In januari nog vroeg het CDA aan onderwijsminister Arie Slob ‘niet te wachten op de uitkomsten van de commissie Onderwijsbevoegdheden met het doorvoeren van een aantal maatregelen die de lerarenopleidingen flexibeler maken en daarmee aantrekkelijker voor studenten en zijinstromers’.
Het aantal mensen dat een studie wil doen, gericht op een baan als docent in het voortgezet onderwijs neemt af. De belangstelling voor de pabo groeit dankzij zij-instromers wel, al staat door corona de begeleidingscapaciteit in sommige plaatsen onder druk (zie het nieuwsbericht hierover op pagina 8).
De nieuwe aanwas van mensen voor wie het werken in het onderwijs een tweede carričre is matcht bovendien vaak niet met de (deeltijd)opleidingen zoals ze nu zijn ingericht. En dat leidt voor beide partijen tot ‘onjuiste verwachtingen, kost veel tijd en energie en is soms ook een bron van onbegrip’, staat in het bestuursakkoord.
Zij-instromer en voormalig bestuursvoorzitter van de Autoriteit Financiële Markten Merel van Vroonhoven zag in de zomer van 2020 veel frustratie bij andere zij-instromers. In haar rapport ‘Samen sterk voor elk kind’ noemt ze een gebrek aan duidelijke informatie en grote verschillen tussen regio’s en instellingen. Ook zijn lerarenopleidingen niet ingericht voor volwassenen en hebben ze onvoldoende aansluiting op de praktijk.
Van Vroonhoven baseert zich op input van meer dan honderd zij-instromers. Ze noemt ook cijfers: in 2018 en 2019 viel bijna 30 procent van de deeltijd pabo-studenten uit in het eerste jaar. Voor de bachelor deeltijd studenten aan de 2e-graads lerarenopleiding is dat ongeveer 20 procent.
Wim Borghuis werkt al twintig jaar met zij-instromers in lerarenopleidingen en ziet hoe lastig het voor hen is om bijvoorbeeld op vaste tijdsstippen lessen te volgen. En dat het onderwijs vaak niet aansluit bij de stage- of werksituatie. Borghuis: “Stel, je gaat stagelopen op een vo-school in de Schilderswijk, maar je weet helemaal niks van de islam. Dan is het voor jou veel logischer om direct aan het begin de module Islam te volgen in plaats van aan het eind van het tweede jaar.”
Dat ook studenten die voltijd een lerarenopleiding of pabo willen volgen, worden meegenomen in de maatwerkplannen, juicht hij toe. “We weten allemaal dat er ook op de voltijd lerarenopleidingen veel uitval is.” Door de student centraal te stellen, kan de uitval omlaag, denkt Borghuis.

Inschatten
In een AOb-meeting voor lerarenopleiders deelden ongeveer 25 docenten begin april hun zorgen over het assessen: het op zijn waarde schatten van de eerder verworven competenties van aankomende studenten. “Vooral als het gaat om vakkennis, een wezenlijk onderdeel van de tweedegraads -lerarenopleidingen, vind ik het assess proces ondoorzichtig”, vertelt een lerarenopleider economie aan een kleine hogeschool in Rotterdam.
Hij is daarom gestopt met assessments afnemen voor de zij-instroom. “Er wordt vrij makkelijk over gedaan, zo van: dat kun jij wel bepalen, of een zij-instromer voldoende kennis heeft voor een vrijstelling, al mag je het niet zo noemen. Maar ik doe het niet meer. Ik kan niet instaan voor de kwaliteit van de keuze.”
Een collega uit het zuiden van Nederland valt hem bij. “De criteria voor vakkennis van zij-instromers in het vo zijn onduidelijk.”
Ook een pabo-docent uit het midden van Nederland vindt dat het assessen objectiever moet. “Aan een zij-instromer hangt een zak geld: in de vorm van het collegegeld dat naar jouw instelling gaat bij een positief oordeel. Ik voel me als de slager die z’n eigen vlees keurt.” Er zijn hogescholen die daarom een lerarenopleider van een andere hogeschool dit werk laten doen, maar dit gebeurt lang niet overal.

Coach
Hoe het straks zal zijn, wanneer alle studenten een assessment maken en een persoonlijk programma volgen richting leeruitkomsten (zie kader), lijkt nog niet in beeld. Borghuis ziet het al wel voor zich: “Het onderwijs is straks niet meer plaats- of tijdgebonden. Je bent als docent meer een coach met een duidelijke expertise. Als de student bezig is met de module waar jij over gaat, dan meldt zij zich bij jou. Online, of offline.”
De lerarenopleider uit Rotterdam zucht even. “Gaan we dan terug naar hoe onderwijs ooit begon? Iedereen schuift aan met z’n eigen boek?” Hij maakt zich vooral zorgen over de uitvoerbaarheid en wil niet met zijn naam in het Onderwijsblad, omdat hij dan problemen verwacht met zijn werkgever. Maar ook omdat hij niet als ‘zeikerd’ te boek wil staan. “Mijn punt: in de hoofden van beleidsmakers klopt het altijd. Maar zij zijn geen docent. Het ontbreekt ze aan realiteitszin. En dat bedoel ik niet cynisch of gefrustreerd. Ze hebben geen idee hoeveel tijd het bijvoorbeeld kost om je onderwijs modulair te maken. En hoe belangrijk het nog steeds is om studenten basale kennis mee te geven.”
Zijn hogeschool kent een kopopleiding, zij-instroom, deeltijd, voltijd. “Dat levert me nu al talloze mailtjes op. Meneer, ik zit in de zij-instroom maar ik kan niet in Cumlaude. Zo heet het systeem bij ons. Prima, ik voeg je wel even toe, maar wil je me dan de cursuscode mailen en jouw studentnummer? Dan stuur ik ze door naar de key-user. Enzovoorts, enzovoorts. Ik vrees dat ik straks alleen maar meer tijd kwijt ben aan administratieve rompslomp.”

Afwezig
In onderzoeken en beleidsstukken die tot nu toe over flexibilisering verschenen, is de docent een opvallende afwezige. Op een webpagina van het ministerie over de pilots flexibilisering staat dat de nieuwe werkwijze voordeel biedt ‘voor studenten en werkgevers’. Onderzoekers van ResearchNed noemen lerarenopleiders heel kort, in hun lijvige tussenevaluatie uit 2019 naar de eerdergenoemde pilots. Zij het in de context van een ‘attitude-omslag’ die bij de docenten nog grotendeels moet plaatsvinden. Hun ‘houding en motivatie’ ten aanzien van flexibilisering moet anders. Maar hoe? Daar rept het rapport niet over.
Laat staan dat het over praktische randvoorwaarden gaat. Denk aan formatie. Want dat is volgens docent Wim Borghuis wel een must. “Flexibilisering kan alleen slagen wanneer er docenten bij komen. Je kunt niet verwachten dat de opleiders dezelfde aantallen studenten begeleiden wanneer deze allemaal andere programma’s volgen.”


{kader}

Leeruitkomsten
Werken met ‘leeruitkomsten’ is een voorwaarde voor flexibilisering. Alleen zo kunnen hogescholen studenten een persoonlijk traject bieden op weg daarnaartoe. Het werken met leeruitkomsten maakt op papier een eind aan de concreter geformuleerde leerdoelen die de meeste opleidingen nu gebruiken. De Vereniging Hogescholen (VH) ligt naar eigen zeggen op koers met de plannen voor flexibele lerarenopleidingen, maar is wel afhankelijk van wijzigingen in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek voor wat betreft de leeruitkomsten. Dit wetstraject zou voor de zomer nog in gang gezet moeten worden, laat de woordvoerder van de VH weten.

Ben je lerarenopleider en wil je meepraten over zij-instromers en flexibilisering? Meld je dan aan bij AOb-beleidsmedewerker Renske Vissers via rvissers@aob.nl.


{streamer}
‘In de hoofden van beleidsmakers klopt het altijd. Maar zij zijn geen docent’

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.