• blad nr 4
  • 1-4-2021
  • auteur L. Rötgers  
  • Column

 

Schaal van geen oordeel

In het hok waar de koffieautomaat staat, zaten twee leerlingen nogal dicht bij elkaar, zonder mondkapje. Ik had geen zin er iets van te zeggen. Ze bekeken me zoals zeventienjarigen een onbekende docent bekijken: met enige argwaan. De ene was een blonde engel die nogal aan Joni Mitchell deed denken, de ander leek op drummer Animal uit The Muppet Show.
“Jip heeft z’n brommer opgevoerd”, sprak Animal. Hij vond het zelf een belangwekkende mededeling. “Maar met zo’n blauw plaatje mag je alleen maar op het fietspad, dus dat heeft niet echt zin.” Joni was er zichtbaar niet van onder de indruk. Ze gaapte. “Ik denk toch dat ik het laat weghalen”, zei ze, achteloos wrijvend over haar onderbuik, op een toon alsof ze in plaats van koffie toch cappuccino bestelde. “65 kan-ie nu, maar ja, als er steeds bejaarden voor je fietsen, dan schiet je er weinig mee op”, sprak Animal geagiteerd.
Mijn koffie was inmiddels klaar en ik was eigenlijk nieuwsgierig naar de rest van het gesprek. Afluisteren behoort echter niet tot de goede manieren, dus ik besloot te vertrekken. Toen de deur achter mij dichtklapte, hoorde ik Joni nog net zeggen: “Ik denk dat ik het niet tegen mijn ouders vertel, hoor.”
Een van de belangrijke vaardigheden van een docent is goed aansluiten bij de belevingswereld van de leerling. Uit bovenstaande dialoog blijkt dat die belevingswereld behalve complex buitengewoon verschillend kan zijn per individu en dat leerlingen ook niet altijd goed weten aan te sluiten bij elkaars beleving. Vreemd genoeg leek Animal bezorgder over de zinloos opgevoerde brommer dan Joni over haar mogelijke abortus.
Het is belangrijk om als docent een schaal van geen oordeel te houden. Ieders beleving, ervaring of perspectief is even waar, hoe ver van je bed de show van de leerling soms ook staat. Dat staat wat haaks op de cijfercultuur in het onderwijs, waarin we voortdurend normeren, kaderen en met rood onderstrepen.
Toen ik mijn koffie bijna op had, dienden er zich enkele examenkandidaten aan voor ‘examengesprekken voeren’, een van de vaste onderdelen van het examen Nederlands op het mbo. Leerlingen moeten in een rollenspel vergaderen over een probleem en de examinator (ik dus) moet op verschillende onderdelen aangeven of men er slecht, matig, voldoende of goed in is. Een van de onderdelen heeft betrekking op actief luisteren en passend reageren. Ik dacht nog even terug aan het gesprek bij de koffieautomaat.
Animal en Joni zouden op dit onderdeel geen punten scoren. Maar ik zou hen toch met ‘in ontwikkeling’ willen beoordelen en niet met ‘slecht’.

Dit bericht delen:

© 2024 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.