• blad nr 3
  • 1-3-2021
  • auteur Y. van de Meent 
  • Redactioneel

 

Student met laagopgeleide ouders verdient extra steun

Studenten die als eerste in hun familie hoger onderwijs volgen, hebben er baat bij als docenten hun achtergrond herkennen. “Mijn moeder heeft me noot voorgelezen, maar ze is nu wel trots.”

Martijn Dozy, docent bij de opleiding pedagogiek van de Hogeschool van Amsterdam, heeft al heel wat mbo-doorstromers met taalproblemen in zijn mentorgroep gehad, maar bij Lisa Rokven was er meer aan de hand, vertelt hij in een online gesprek waaraan ook de deeltijdstudent zelf deelneemt. “Taal was bij haar een belangrijk issue, maar ze had ook moeite met een logisch betoog opbouwen. Lisa moest eigenlijk nog leren schrijven”, zegt Dozy. “Op basis van de verslagen die ik las, dacht ik: het wordt spannend of ze het eerste jaar gaat halen. Niet omdat ik dacht dat ze het niet kon, maar ze moest echt een hele sprong maken.”
Lisa Rokven begon in september 2018 aan de deeltijdopleiding pedagogiek. Ze had daarvoor een mbo-opleiding in de horeca afgerond, maar in dat vak zag ze geen toekomst. “Ik had een bijbaantje in de horeca, al vanaf mijn dertiende. In het begin was dat leuk en gezellig, maar als je ouder wordt, denk je: ik moet elke avond en elke feestdag werken. Toen ben ik geswitcht van horeca naar pedagogiek.”
Dat was een hele omzwaai. “Ik kwam in een heel diep gat het eerste jaar, mijn cijfers waren echt een drama”, vertelt ze. “Ik kreeg tweeën en drieën terug. In het begin dacht ik: waar ligt het aan? Wat doe ik fout? Ik doe alles wat in de opdracht staat. Toen ben ik hulp gaan zoeken bij klasgenoten en kwam ik erachter dat het de verslaglegging is.”
Dozy kwam in Lisa’s verslagen spreektaaluitdrukkingen tegen die een beetje Oudhollands aandeden. Waar dat vandaan kwam werd pas duidelijk toen hij haar pedagogische levensloop las. “Die maken alle studenten halverwege het eerste jaar. Daarin vertellen ze over hun familie, hun peutertijd, hun schooltijd, werk en studie en maken ze een koppeling met de studiestof”, legt hij uit. Toen hij Lisa’s verhaal met haar besprak, viel alles op zijn plaats. “Martijn vroeg me hoe het zat met mijn omgeving”, vertelt Lisa. “Heb je mensen om je heen met hbo-ervaring? Wat voor werk doen je ouders?” Daardoor werd duidelijk dat Lisa een eerstegeneratiestudent is die helemaal op eigen kracht het hbo heeft bereikt.

Woonwagenfamilie
Lisa’s ouders komen uit een woonwagenfamilie, haar moeder heeft de huishoudschool afgerond, haar vader heeft alleen lagere school. Ze zijn uit elkaar gegaan voor Lisa geboren werd. Haar vader bleef in de woonwagen. Lisa verhuisde met haar moeder en haar oudere broer die autistisch is naar een huis in het Noord-Hollandse dorp waar ook haar grootouders woonden. “Als kind was ik daar elke dag.” Toen Lisa een jaar of tien was kreeg haar moeder een nieuwe partner en ‘ging ze weer de wagen in’, zoals Lisa het noemt.
“Mijn moeder heeft me nooit voorgelezen of met me gelezen. Mijn opa en oma ook niet. Ze lazen wel voor zichzelf voor ze gingen slapen. Dan gingen ze bijvoorbeeld om tien uur naar bed en nog een half uurtje lezen. Dat is iets van vroeger. Mijn oma las dan een boek, mijn opa de Donald Duck of zoiets.”
Op de basisschool kon Lisa niet goed meekomen. “Ze wisten niet goed wat het was. Later bleek ik een beetje dyslexie te hebben, taal was heel moeilijk voor me. Ik heb groep 3 twee keer gedaan en daarna ben ik met veel ondersteuning de andere groepen doorgekomen. Spelling, taal, rekenen, ik zat overal voor in een apart groepje. Ik werd iedere keer uit de klas gehaald, mocht ik weer met een andere juf mee. Dat is niet fijn voor je zelfvertrouwen”, constateert Lisa nuchter.
Toch bikkelde ze door. Via vmbo-kader - “dat ging eigenlijk wel goed” - stroomde ze door naar een niveau 2-opleiding in het mbo. “Voor niveau 4 moest ik een toelatingstoets doen en die haalde ik niet. Niveau 2 heb ik in een half jaar afgerond, daar was ik zo doorheen, maar niveau 4 moest ik wel helemaal uitzitten.”
Daarna wilde ze verder, naar het hbo. Erg ongebruikelijk in haar familie. “Doorleren hebben ze totaal niet gestimuleerd. Ze hebben een heel andere mentaliteit. Niveau 2 maak je af en daarna ga je aan het werk, geld verdienen. Maar mijn moeder is nu wel trots dat ik het heb gedaan.”

Taboe
“Het opleidingsniveau van ouders wordt in Nederland steeds bepalender voor de onderwijskansen van leerlingen”, weet Fiona Veraa, docent bij de master pedagogiek en onderzoeker bij het lectoraat Kansrijke schoolloopbanen van de Hogeschool van Amsterdam. “Studenten met hoogopgeleide ouders stromen anderhalf keer zo vaak door naar het hoger onderwijs. Het opleidingsniveau van ouders is bovendien een belangrijke voorspeller van studiesucces.”
Maar op het ontwikkelen van beleid voor studenten die als eersten in hun familie gaan studeren, rust een taboe, merkte Veraa toen ze twee jaar geleden het zomerbrugprogramma Tune in opzette voor eerstegeneratiestudenten. “Veel collega’s schieten al in een kramp als ze het woord horen.” Angst om te stigmatiseren speelt daarbij de hoofdrol, terwijl het beestje bij zijn naam noemen juist een eyeopener kan zijn. “Dat studenten met een migratieachtergrond veel vaker uitvallen, heeft vaak meer te maken met het feit dat zij de eersten zijn in hun omgeving die naar het hoger onderwijs gaan, dan met hun culturele achtergrond of religie”, stelt de onderzoeker. Naar schatting 40 procent van de hbo-studenten heeft ouders die niet gestudeerd hebben.
Het is een gemengd gezelschap. Veel eerstegeneratiestudenten hebben een mbo-vooropleiding, maar er zijn ook havisten en vwo’ers die als eerste in de familie de sprong naar het hoger onderwijs wagen. Er zitten veel stadse studenten met een migratieachtergrond bij, maar ook ‘witte’ studenten van het platteland zoals Lisa Rokven. “Toch voelen eerstegeneratiestudenten zich met elkaar verbonden”, heeft Veraa gemerkt. “Ze herkennen zichzelf in elkaars levensverhalen. Dat gaat over de grenzen van vooropleiding, studierichting, gender en etniciteit heen. Het delen van hun ervaringen, het reflecteren op hun eigen roots helpt hen te ontdekken welke vaardigheden ze al in huis hebben, zoals veerkracht, doorzettingsvermogen of meertaligheid en waarbij ze hulp moeten zoeken.”

Aanpoten
Lisa Rokven was blij dat Martijn Dozy naar haar roots vroeg. “Daardoor viel het voor mij ook op zijn plek.” Ze beseft nu dat haar moeder slecht Nederlands spreekt. “Kennen en kunnen verwisselen en liggen en leggen, dat soort dingen. Het is wel gek dat ik nu zelf hoor dat zij fout praat. Ik hoor het ook bij mijn zusje van zes terug. Zij krijgt nu ook extra leesondersteuning.”
Lisa vond het vooral fijn dat Dozy op zoek ging naar een verklaring voor haar zwakke prestaties en niet meteen een oordeel over haar velde. Het vertrouwen dat daaruit sprak en de aandacht en tijd die hij in het contact met haar stak, heeft haar door het eerste jaar gesleept.
Dozy kijkt op zijn beurt vol bewondering naar het doorzettingsvermogen van Lisa. “Je accepteert feedback die niet leuk is en gaat vervolgens keihard aan de slag om het te verbeteren. Net zo lang tot je het voor elkaar krijgt. Het eindverslag van het vak dat je bij mij deed, was echt een stuk beter dan de beginversie. Er is best wel wat feedback overheen gegaan, maar bij elke stap was het een stukje beter.”
Ze heeft hard gewerkt, maar ze heeft ook veel aan haar klasgenoten te danken, zegt Lisa bescheiden. “Omdat wij deeltijders zijn, hebben we veel oudere studenten in de klas en bij hen heb ik heel veel om raad gevraagd. Ze hebben me heel erg geholpen. Zij lezen mijn teksten door en zetten dan in rood erbij wat er verbeterd moet worden en dan zie ik mijn fouten pas.”
Maar het is wel aanpoten, geeft ze toe. Een dag per week naar school, twee dagen in de week werken, stage lopen, studeren. Als klap op de vuurpijl kreeg ze anderhalf jaar geleden ook nog een zoontje - niet gepland maar wel heel welkom - en heeft ze net haar tweede kind gekregen. “Je moet je studie en werk heel goed plannen, maar gelukkig kan ik dat wel”, lacht ze.

Doorgaan
De ervaring met Lisa is voor Martijn Dozy heel leerzaam geweest. “Ik wist natuurlijk wel dat er veel eerstegeneratiestudenten zijn in het hbo, maar je staat er niet altijd bij stil. Nadenken over wat hun kwaliteiten zijn en waar ze tegenaan lopen, kost moeite. En dat vertalen in de begeleiding ook. Het is een opsteker dat Lisa dat heeft gewaardeerd.”
Lisa hoopt haar opleiding volgend studiejaar af te ronden. Dan wil ze met moeilijke kinderen gaan werken, de orthopedagogiek. Maar misschien gaat ze eerst een vervolgopleiding doen. Ze wil het in ieder geval proberen. “Ik heb altijd een goed doorzettingsvermogen gehad. Dat heb ik misschien wel van mijn moeder. Zij heeft er altijd alleen voor gestaan, heeft zelf de kost verdiend en is ook altijd doorgegaan.”

{kader}
Tips voor docenten
• Investeer in de relatie met de student. Daar profiteren alle studenten van, maar eerstegeneratiestudenten hebben die band nog meer nodig.
• Zorg voor een klimaat in de klas waarin studenten onderling een band opbouwen zodat ze elkaar ondersteunen.
• Geef aan dat zelfstandigheid niet betekent dat studenten alles alleen moeten doen, een slimme student zoekt hulp als het nodig is.
• Voor hulp vragen is zelfvertrouwen nodig, bevestig daarom het talent van studenten.
• Laat jezelf zien. Als je zelf ooit eerstegeneratiestudent was, ben je een rolmodel voor de nieuwe eerste generatie.

{fotobijschriften}
Deeltijdstudent pedagogiek Lisa Rokven komt uit een woonwagenfamilie waar studeren erg ongebruikelijk was. “Doorleren hebben ze totaal niet gestimuleerd.”

Hbo-docent en mentor Martijn Dozy ging op zoek naar een verklaring voor Lisa’s zwakke prestaties en velde niet meteen een oordeel over haar. “Bij elke stap was het een stukje beter.”

{citaatjes}
Naar schatting 40 procent van de hbo-studenten heeft ouders die niet gestudeerd hebben

‘Het is wel gek dat ik nu zelf hoor dat mijn moeder fout praat’

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.