• blad nr 3
  • 1-3-2021
  • auteur M. Lange 
  • Redactioneel

 

Wetenschappers zijn geen robots

Ingrid Robeyns van WO in Actie zet zich in voor de verlaging van werkdruk op universiteiten. Ze heeft daarmee de AOb-prijs Academiekus gewonnen. De ironie wil dat Robeyns moegestreden een stap terug doet. “We zijn mensen met één leven.”

De AOb-prijs Academiekus gaat elk jaar op Valentijnsdag naar iemand die zich bijzonder en moedig heeft ingezet in de academische wereld. Ingrid Robeyns heeft de prijs dit haar gewonnen. Ze is filosoof en econoom en bekleedt aan de Universiteit Utrecht de leerstoel Ethiek van Instituties. Haar hart ligt bij WO in Actie, een landelijke actiebeweging van universitaire medewerkers en studenten die protesteert tegen de structurele onderfinanciering en overbelasting van wetenschappelijk onderwijs en onderzoek.

Waarom WO in Actie?
“Uit een recent rapport over de arbeidsomstandigheden aan universiteiten blijkt dat wetenschappers gemiddeld structureel twaalf tot vijftien uur per week overwerken. De reden om mij in te zetten voor WO in Actie is dat die hoeveelheid uren genormaliseerd zijn. Wetenschappers doen dat overwerk onbetaald en vaak niet vrijwillig. Van wetenschap wordt gezegd dat het topsport is, maar topsport houd je niet je hele werkende leven vol. Er wordt ronduit roofbouw gepleegd op mensen en WO in Actie verzet zich daartegen. De actiegroep wordt door steeds meer studenten en wetenschappers gesteund, maar de meesten kunnen niet actief lid worden, ze hebben er gewoon de tijd en de puf niet voor.”

Waarom heeft u er wel puf voor?
“Dat is een karakterdingetje. WO in Actie is voor mij de praktische toepassing van mijn eerdere onderzoek. Ik werk rond rechtvaardigheidsvragen. Twintig jaar geleden schreef ik al over de gelijke kansen van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt. Dat vergt een gelijke verdeling van zorgtaken, en ook dat werkgevers hun medewerkers ruimte geven om te zorgen. Je kunt geen 55 uur werken en ook nog zorgtaken hebben, zonder jezelf tekort te doen. Het is voor mij ironisch te zien dat ik deze onderzoeksvragen al zolang geleden heb uitgewerkt en dat de universiteiten er niet in slagen goed werkgeverschap te bieden. Ik vond dat ik niet langer aan de kant kon staan en in actie moest komen.”

Wat is het belangrijkste pijnpunt?
“Eigenlijk doet WO in Actie wat de overkoepelende vereniging van universiteiten had moeten doen, namelijk zorgen voor goed werkgeverschap. De VSNU heeft te weinig weerstand geboden tegen de overheid die het onderzoeksbudget bevroor terwijl er meer wetenschappers nodig zijn om de steeds grotere groep studenten goed onderwijs te geven. De taakpakketten van wetenschappers worden zodoende steeds groter. We vinden het helemaal geen punt om in het weekend een studieboek te lezen, maar het feit dat we essays moeten nakijken van honderd studenten, terwijl het nieuwe collegeblok al begonnen is en je tegelijkertijd lessen moet voorbereiden en dat je eigen onderzoek erbij inschiet, dat is het probleem. Wetenschappers die gepromoveerd zijn, doen noodgedwongen onderzoek in hun eigen tijd. Wij pleiten bij de minister voor een miljard extra voor de wetenschap.”

U bent gestopt met WO in Actie. ‘Moegestreden’, noemt u het zelf.
“Ja, ik moet nu een stap terugdoen. Iedereen van onze kern kent de verschijnselen van uitputting. Dat je niet alleen moe bent, maar dat je ook fysieke klachten krijgt, zoals hoofdpijn en duizelingen. Door WO in Actie hield ik nog minder tijd voor mezelf over. Waarschijnlijk ben ik over een paar maanden wel weer bijgetankt, maar het is beter dat nieuwe mensen het stokje overnemen. Nieuwe mensen die opstaan om actie te voeren.”

Uw zoon zei, toen hij twaalf was: Ik ga met jouw baas praten. Hij vond dat u altijd aan het werk was, vertelde u in een eerder interview.
“Mijn kinderen zijn nu dertien en vijftien. Ik vind niet dat de prijs voor de wetenschap zo hoog zou moeten zijn dat je niet voldoende tijd voor jezelf of je gezin of vrienden hebt. De overheid en de universiteiten onderschatten hoe groot de onvrede is onder wetenschappers. Van hen wordt verwacht dat zij hun privéleven opzijzetten. Alsof ze alleen maar werkende mensen zijn. Als we een betoging organiseren met WO in Actie komen er drieduizend mensen, dat is al een hele hoop, maar ze brengen ook spandoeken mee met foto’s van mensen die niet kunnen komen omdat ze les moeten geven, maar de actie wel ondersteunen.”

U deelt openlijk op Twitter dat u even rust moet nemen.
“Dat is wederom een karaktertrek. Ik heb nooit een blad voor de mond genomen. En ik zit in een positie dat ik het openlijk kan doen. Ik zit hoog in de boom van de hiërarchie van de wetenschap. Het is onder andere aan mij om een voorbeeld te zijn en te laten zien dat wij ook gewoon mensen zijn die kunnen omvallen als je ons maar lang genoeg te hard laat werken. Wij zijn geen robots, we zijn mensen met één leven. Door een hoogleraar werd ik zeven jaar geleden gevraagd of ik interesse had om een bepaalde taak uit te voeren. Ik antwoordde: ‘Heel interessant, maar ik heb geen tijd.’ Zijn reactie was toen: ‘Zeg nooit dat je geen tijd hebt, dan had je maar geen hoogleraar moeten worden.’ Daar schrok ik van. Als je een positie hebt als leidinggevende, dan moet je de boodschap van zorg en tijd willen doorgeven.”

Ziet u iets veranderen?
“Het taboe niet te mogen praten over te hoge werkdruk is verdwenen. Vóór WO in Actie was het vooral: niet klagen en gewoon doorwerken. Nu zien we veel solidariteit onder wetenschappers. Het taboe is helemaal weg.”

{streamers}
‘Er wordt ronduit roofbouw gepleegd op mensen’

{Fotobijschrift}
Hoogleraar Ingrid Robeyns: “Ik vind niet dat de prijs voor de wetenschap zo hoog zou moeten zijn dat je niet voldoende tijd voor jezelf of je gezin of vrienden hebt.”

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.