• blad nr 3
  • 1-3-2021
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

 

Gebrek aan draagvlak jaagt brede bevoegdheid van tafel

De commissie die een nieuw bevoegdhedenstelsel voor leraren zou ontwerpen, is eind januari gestrand. Het plan voldoet niet aan de kwaliteitseisen die voor onderwijsvernieuwingen zijn gesteld.

‘Wij erkennen het belang van loopbaan- en ontwikkelperspectief voor leraren. Maar daarvoor hoeft niet het hele stelsel van onderwijsbevoegdheden op de schop, met alle risico’s van dien.’ Dat schrijven vier leden van de Commissie Onderwijsbevoegdheden aan onderwijsminister Arie Slob. ‘Wij waarschuwen tegen een overhaast vernieuwingstraject dat niet kan rekenen op draagvlak bij de beroepsgroep.’
De brief van de vier leden, die samen precies de helft van de Commissie Onderwijsbevoegdheden vormen, is een samenvatting van een heel hoofdstuk uit het rapport dat de Commissie Onderwijsbevoegdheden eind januari uitbracht. Het rapport Hoge lat lagere drempels is dan ook niet unaniem.

Onderwijsraad
De commissie, die vorig jaar van start ging, borduurde voort op een advies van de Onderwijsraad. Daarin werd voorgesteld om één brede basisbevoegdheid voor alle leraren in te stellen. Een leraar zou dan met één bevoegdheid les mogen geven in alle sectoren van het onderwijs, van basisonderwijs tot mbo. Bovenop die basisbevoegdheid kon dan wel een stelsel van specialisaties komen.
De brede bevoegdheid moest gaan zorgen voor ‘ontschotting in de opleidingen en in het leraarsberoep’, zo stelt de commissie in het niet-unanieme eindrapport. Ook zou de brede bevoegdheid bijdragen aan mobiliteit van leraren binnen en tussen onderwijssectoren.
Volgens de vier commissieleden - leraren Renée van Eijk en Jasper Rijpma, schoolleider Eva Naaijkens en onderzoeker Lisa Gaikhorst - geeft een brede bevoegdheid echter het risico dat de vakkennis en vakdidactiek verschraalt.

Masterniveau
Ook wilde een deel van de commissie het masterniveau niet langer verplicht stellen voor de bovenbouw van havo en vwo. ‘Om les te geven aan deze specifieke doelgroep van leerlingen is gedegen kennis van de vakinhoud en vakdidactiek nodig’, zo schrijven de vier commissieleden. ‘Wij vinden het daarom van cruciaal belang om voor leraren in de bovenbouw van het havo en het vwo het masterniveau verplicht te blijven stellen. Master opgeleide leerkrachten zijn van groot belang voor de onderwijskwaliteit.’

Struikelblok
Een ander belangrijk struikelblok voor de vier betrokkenen is dat de beroepsgroep niet is betrokken bij het advies. De vier adviseren om vast te houden aan aanbevelingen die de commissie Dijsselbloem al in 2008 opstelde over onderwijsvernieuwingen. Volgens die commissie zou elke belangrijke stelselwijziging aan een aantal criteria moeten voldoen, zoals: ‘De probleemanalyse is wetenschappelijk onderbouwd en wordt breed gedragen door betrokkenen’, ‘Scholen en docenten zijn actief betrokken bij de totstandkoming van de vernieuwing’ en ‘Er is voldoende draagvlak voor de vernieuwing onder alle betrokkenen’.
Aan dit alles ontbrak het bij de voorgestelde vernieuwing. Uit onderzoek onder AOb-leden blijkt bijvoorbeeld dat leraren geen voorstander zijn van een brede basisopleiding. Ook was de AOb niet betrokken bij dit advies.

Slecht idee
Zaken waarover de Commissie Onderwijsbevoegdheden wel overeenstemming bereikte zijn het instellen van een officiële opleiding tot het pedagogisch-didactisch getuigschrift voor het beroepsonderwijs. De commissie was ook unaniem over de vraag of de pabo-bevoegdheid zou moeten worden opgesplitst in twee verschillende bevoegdheden - een voor onderwijs aan het jonge kind en een voor onderwijs aan het oudere kind. Slecht idee, luidt het eensgezinde oordeel van de commissie. Het is immers op dit moment al goed mogelijk om te specialiseren, omdat veel pabo’s op dit gebied een specialisatie aanbieden.
Tot slot is er overeenstemming over vier bekwaamheidsgebieden die gelden voor iedere leraar in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Deze gebieden zijn: gemeenschappelijke kenmerken van het leraarschap, de ontwikkelingsfase van de leerling aan wie de leraar lesgeeft, de vakinhoud en de vakdidactiek.

Waarschuwing
Het rapport houdt enerzijds de moed erin: ‘Er is veel om op voort te bouwen’, zoals het verder uitwerken van de vier bekwaamheidsgebieden. Maar er is ook een waarschuwing: ‘Daarnaast zijn er vragen of veranderingen in het bevoegdhedenstelsel hoe dan ook wel nodig zijn.’ Verder wordt genoemd dat er nu grotere en urgentere kwesties zijn dan het bevoegdhedenstelsel. Dat laatste benadrukte eind vorig jaar ook ‘aanjager aanpak lerarentekort’ Merel van Vroonhoven.
De Commissie Onderwijsbevoegdheden zou in mei nog een tweede advies aanbieden, waarin het eerste verder zou worden uitgewerkt. Dat komt er niet. De commissie heeft haar werkzaamheden beëindigd.

{Eerste kader}

Kantje boord
“Het opvallend en ongebruikelijk dat de commissie geen unaniem rapport heeft uitgebracht”, zegt AOb-bestuurder Henrik de Moel. “Maar het is heel goed dat er geen uitkomst is gepresenteerd die lijnrecht ingaat tegen de mening van een meerderheid van de leraren.” Die lieten in een AOb-enquête en in diverse AOb-bijeenkomsten duidelijk weten tegen één brede bevoegdheid voor alle onderwijssoorten te zijn.
“De belangrijkste les van deze commissie is dat je altijd moet zorgen voor draagvlak vanuit het veld”, zegt De Moel. “En dat draagvlak schitterde door afwezigheid omdat lerarenorganisaties niet in de commissie waren vertegenwoordigd.”
Er zaten op persoonlijke titel wel twee leerkrachten in de commissie. En dat zijn degenen die, samen met een schoolleider en een onderzoeker, een afwijkend standpunt hebben uitgebracht. ”Gelukkig hebben deze twee leraren dus de mening van de beroepsgroep weten te vertegenwoordigen”, zegt De Moel. “Maar dit was kantje boord. Bij een discussie over bevoegdheden moet voortaan de beroepsgroep echt heel duidelijk worden betrokken. Het is hun vak en hun bevoegdheid, uiteindelijk.”

{Tweede kader}

Unaniem eindrapport zat er niet in
De helft van de Commissie Onderwijsbevoegdheden (vier van de acht leden, waaronder de twee leraren) kon zich niet vinden in het idee van één brede onderwijsbevoegdheid. Een van de vier is Renée van Eijk, lerares en coach van startende leraren bij het Rotterdamse BOOR.
Het basisidee waarmee de Commissie Onderwijsbevoegdheden van start ging, één brede basisbevoegdheid voor alle leraren, was volgens Van Eijk niet verkeerd. “Je zou dan niet meer ‘kleuterjuf’ zijn of ‘voor 3 havo staan’: je zou leraar zijn. Dat is een heel krachtig beeld, waarmee je de beroepsgroep sterk neerzet.”
Maar bij de uitwerking van dit idee begonnen de problemen. Want met een brede basisbevoegdheid zou elke leraar in elke onderwijssoort les kunnen geven. Wie garandeert dat deze leraar dan ook bekwaam is voor dat onderwijs? “Ik heb zelf de pabo gedaan, maar met een brede bevoegdheid zou ik bijvoorbeeld ook Nederlands mogen geven op de havo. Of natuurkunde in het mbo.”
Dat is natuurlijk niet de bedoeling, dus zou er voor elke onderwijssoort een apart bewijs van bekwaamheid kunnen worden gehaald. “Maar dan heb je in feite de huidige situatie weer terug”, zegt Van Eijk. “Met de verschillende bevoegdheden voor de verschillende sectoren. Wat ben je dan opgeschoten?”
De voordelen van de hele operatie wegen volgens de vier commissieleden niet op tegen de nadelen. “Strikt juridisch gezien zou ik met een brede bevoegdheid overal voor de klas kunnen worden gezet”, zegt Van Eijk. Nu zal zij zelf als leraar basisonderwijs geen natuurkunde gaan geven op het mbo, maar er zijn veel grensgebieden. Wat als een docent natuurkunde in het voortgezet onderwijs door zijn directie nogal dringend wordt gevraag om er ook even scheikunde er bij gaan doen. Gewoon, tijdelijk? Dan komt de onderwijskwaliteit in het gedrang.
Dat laatste was voor de vier betrokkenen de doorslaggevende reden om een afwijkende mening te geven. Van Eijk: “We kregen positieve feedback over het feit dat wij uit de commissie stapten. ‘Wat goed dat jullie je rug recht hebben gehouden tegenover OCW’. Maar daar gaat het niet om. Wij zijn niet tegen het ministerie, wij zijn voor de kwaliteit van het onderwijs. En ik had echt heel graag een unaniem eindrapport gezien, waar het onderwijs verder mee zou kunnen. Maar dat zat er niet in.”
Of de discussie over het bevoegdhedenstelsel onder het nieuwe kabinet zal worden voortgezet, durft Van Eijk niet te zeggen. “Maar als er verder over de bevoegdheden wordt gepraat, dan wel graag met inbreng van de beroepsgroep. Zie dit als een uitnodiging om er mee aan de slag te gaan.”

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.