• blad nr 3
  • 1-3-2021
  • auteur D. van 't Erve 
  • Redactioneel

 

Permanente bereikbaarheid maakt leraar gestrest

De continue stroom aan appjes, telefoontjes en mailtjes buiten werktijd leidt tot stress. Een wettelijk ‘recht op onbereikbaarheid’ moet hierin verandering brengen.

Werkstress is een van de grootste ziekmakers. Dat geldt zeker voor het onderwijs, dat met een burn-out percentage van 27,3 ver boven alle andere beroepsgroepen uitsteekt. De druk die veel mensen voelen om altijd direct te reageren op e-mails, telefoontjes of appjes van het werk draagt bij aan de werkstress. Dat is ook de ervaring van twee derde van de zeshonderd onderwijsmedewerkers die meededen aan een AOb-peiling (zie ook het kader ‘Duidelijke afspraken helpen’).
‘Dit is mijn valkuil en ook een nadeel van online les’ aldus een docent in het voortgezet onderwijs. ‘Doordat veel thuis plaatsvindt, is de scheiding tussen werk en privé kleiner geworden. Mijn vrouw moet mij hier echt in remmen, anders blijf ik doorwerken.’
Een hbo-docent merkt op: ‘Ik merk dat vaak jonge collega's altijd online zijn, en meteen e-mails beantwoorden, ook in het weekend. Ik zou willen dat we onze uren maken en dan de laptop en telefoon neerleggen om te herstellen.’
Een onderwijsondersteuner ergert zich aan onnodige appjes als er op school iets misloopt. ‘Ik kan er toch niets aan doen, ik ben er immers niet. En als ik wel kom helpen en mijn uren wil schrijven, wordt er alleen maar schaapachtig gekeken.’

Druk
Door werknemers het wettelijke recht te geven om in hun vrije tijd onbereikbaar te zijn, hoopt de PvdA de druk en de gevolgen ervan tegen te gaan. Een wetsvoorstel van Tweede Kamerlid Gijs van Dijk houdt in dat werkgevers in de toekomst verplicht zijn om met werknemers afspraken te maken en vast te leggen over hun bereikbaarheid buiten werktijd.
In 2017 pleitte Lodewijk Asscher als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ook al eens voor het recht op onbereikbaarheid. Dat plan werd destijds als te betuttelend weggehoond. “Andere politieke partijen en werkgeversorganisaties zagen toen het probleem helemaal niet”, zegt Van Dijk. “Tegelijkertijd kwamen er ongelooflijk veel reacties van mensen in het land die zeiden: dit is precies waar ik mee worstel: hoe kan ik werk en privé goed combineren? Die vraag is alleen maar relevanter geworden, zeker nu we vanwege corona veel thuiswerken. Ook in Den Haag merkt men dat het niet vanzelf goed komt: de burn-outcijfers nemen alleen maar toe.”
In de Arbeidstijdenwet staan de werk- en rusttijden al beschreven. Zo heeft een werknemer na een werkdag recht op minimaal elf uur aaneengesloten rust. Daarnaast is in de Arbowet geregeld dat werkgevers gezondheidsrisico’s voor werknemers, zoals psychosociale belasting, in kaart moeten brengen en beperken.
Volgens Van Dijk is de bestaande wetgeving te algemeen en sluit deze niet goed meer aan op de huidige manier van werken: “Het is nodig de onuitgesproken regels die er zijn, de cultuur op school, expliciet te maken. En dat is wat dit wetsvoorstel beoogt. Er komt een verplicht moment tot nadenken over hoe je als school omgaat met bereikbaarheid buiten werktijd. Daar ligt nog best een taboe, want werkstress wordt vaak gezien als een persoonlijk probleem. De een vindt het namelijk heerlijk om ’s avonds mails te beantwoorden, en dat is prima, maar een ander kan daar helemaal in vastlopen. Het is goed om het gesprek daarover te voeren en afspraken te maken, zodat je weet wat je van elkaar kunt verwachten.”

Assertiviteitscursus
Veel mensen vinden zo’n wet nog steeds betuttelend. ‘Wie zelf de grens niet kan bewaken, heeft meer aan een assertiviteitscursus’, was een reactie op het voorstel, maar volgens Van Dijk is dat niet terecht. “Door de digitalisering vervaagt de grens tussen privé en werk. Zeker de jonge generatie is opgegroeid met de smartphone. We hebben alleen nooit geleerd hier goed mee om te gaan. Ik herken dat zelf ook: sta ik in de rij bij de supermarkt snel mijn mail te checken, dat is toch gek? Daardoor sta je altijd ‘aan’, maar als je onvoldoende rust neemt, dan brand je een keer op. De ziekteverzuimcijfers zeggen wat dat betreft genoeg. Een wet is nodig, want die dwingt je om hierover afspraken te maken. Zonder betuttelend te zijn, want we gaan dus niet over de inhoud.”

Verbod
Het is de vraag of het PvdA-wetsvoorstel voldoende bescherming biedt tegen de morele druk van werkgevers en collega’s, maar Van Dijk ziet niets in een wettelijk verbod.
“Frankrijk heeft zo’n verbod, inclusief hoge boetes voor de werkgever als de wet wordt overtreden. Laatst werd er nog eentje uitgedeeld. Een werknemer die op vrijdagavond werd gemaild, stapte met succes naar de rechter. Ik vind dat niet passen bij de Nederlandse cultuur. We willen op de eerste plaats dat het probleem erkend wordt door het gesprek te verplichten. We gaan dus niet vanuit Den Haag bepalen hoe de afspraken eruit moeten zien, dat is maatwerk. Werkgevers moeten deze afspraken wel vastleggen, met instemming van de ondernemingsraad. De inspectie zal vervolgens controleren of dit gebeurd is en kan een waarschuwing of boete uitdelen. Maar dat is niet het begin.”

Onderwijscao’s
Het recht op onbereikbaarheid staat door PvdA-Europarlementariër Agnes Jongerius ook op de agenda in de Europese Unie. In verschillende cao’s, zoals voor de gehandicaptenzorg, is het opgenomen en het staat ook in de inzet voor de nieuwe onderwijscao’s.
“Dat het in Europa wordt opgepakt, is heel goed nieuws”, zegt Van Dijk. “Als er wetgeving komt, moet iedere lidstaat er invulling aan geven. Daar lopen wij met dit wetsvoorstel al op vooruit. Het is ook heel mooi dat dit recht in cao’s komt te staan. Er blijven nog veel sectoren waar dit niet zo zal zijn, en een wet is algemeen bindend.”
De Raad van State heeft al op het wetsvoorstel gereageerd en daarmee ligt het klaar voor behandeling in de Tweede Kamer. “Als het niet bij de formatie wordt geregeld, dan gaan we ‘m direct na de verkiezingen indienen. Alle partijen voelen de urgentie om iets tegen de werkstress te doen, dus ik heb goede hoop dat de wet erdoor komt. Als dat zo is, dan zal die op z’n vroegst volgend voorjaar in werking treden.”



{kader}
Duidelijke afspraken helpen
“Zeker nu we veel vanuit huis online lesgeven, vervaagt de grens tussen werk en vrije tijd”, vertelt Kim van Strien, docent Frans en AOb-hoofdbestuurder VO. “Sommige ouders denken gewoon dat we altijd bereikbaar zijn. Zo kreeg ik ’s avonds een vraag van een leerling via Teams, en nog geen uur later een mail van zijn ouders waarom ik offline ben.”
Het is volgens haar goed als er duidelijke afspraken komen over bereikbaarheid buiten werktijd, niet alleen voor ouders, ook voor collega’s. En daar is volgens haar ook nog best een slag te slaan. “Mijn teamleider mailde me laatst op zondag over iets dat op maandag voor tien uur geregeld moest worden. En er zijn ook collega’s die gerust op vrijdagavond nog bellen om iets over een mentorleerling te bespreken. Sorry hoor, ik vind mijn werk heel leuk, maar ik heb ook nog een ander leven. En natuurlijk als er iets heftigs aan de hand is, ben ik altijd bereikbaar, maar dat is vaak niet het geval.”
Om meer inzicht te krijgen in hoe het onderwerp speelt in het onderwijs, organiseerde de AOb een online bijeenkomst waarin PvdA-Kamerlid Gijs van Dijk in gesprek ging met AOb-leden. Hier werden de uitkomsten van de peiling onder zeshonderd onderwijsmedewerkers besproken. Bijna 60 procent geeft aan dat het buiten werktijd bereikbaar zijn de (beleving van) werkstress verhoogt. Verreweg de meesten checken dagelijks buiten werktijd hun mail of app, en meer dan de helft reageert daarop. Als belangrijkste reden om toch te kijken en te reageren, wordt de verwachting van anderen genoemd. Opvallend is dat driekwart aangeeft, dat deze verwachting niet als zodanig is uitgesproken. Duidelijke afspraken over dit thema zouden volgens de meesten respondenten dan ook helpen. Bij driekwart is de bereikbaarheid buiten werktijd geen onderwerp van gesprek op school.
Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, meent Van Strien. “Als personeelslid moet je zelf je grens aangeven en de mails of appjes niet lezen als je dat niet wilt, maar aan de andere kant moet je hierover met elkaar op school duidelijke afspraken maken. Een wet kan ervoor zorgen dat dat ook gebeurt. En dat is nodig omdat veel mensen anders geen nee durven te zeggen of toch toegeven aan de druk om te reageren. We moeten als beroepsgroep ook een stap maken en elkaar erop aanspreken als dat gebeurt. Een wet maakt dat makkelijker.”


{streamers}
Dat het in Europa wordt opgepakt, is heel goed nieuws
Veel mensen vinden zo’n wet betuttelend

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.