• blad nr 3
  • 1-3-2021
  • auteur A. Kersten 
  • Verkiezingen 2021

 

Politiek rekent zich rijk in zware tijden


Met de verkiezingen voor de deur strooien politici in debatten, interviews en andere optredens met claims, wapenfeiten en andere weetjes. Het Onderwijsblad houdt twee hete hangijzers tegen het licht: de structurele investeringen en het lerarentekort. CLAIM: Dit kabinet investeert structureel 2 miljard extra in onderwijs Eén claim stak al de kop op voordat de inkt van het regeerakkoord was opgedroogd, najaar 2017. Het huidige kabinet investeert beduidend meer in onderwijs dan het vorige. Dat klopt ook. Maar hoeveel precies structureel? Destijds klonk in ronkende persberichten nog het bedrag van 1,8 miljard. Recentelijk kwam D66-lijsttrekker Sigrid Kaag uit op twee miljard euro Onderwijsblad, februari), alleen liet ze daarbij het woord ‘structureel’ weg. Dat maakt nogal uit, natuurlijk. Nagenoeg alle structurele onderwijsinvesteringen van dit kabinet komen voort uit het regeerakkoord van drieënhalf jaar geleden. Waar hebben we het dan zoal over? Extra geld voor onder meer de voor- en vroegschoolse educatie, werkdrukverlichting, salarisverbetering in het primair onderwijs, de kwaliteit van het technisch vmbo, verlaging van het collegegeld voor eerstejaars in het hoger onderwijs. Daarnaast staat er jaarlijks 250 miljoen extra voor toegepast en fundamenteel onderzoek op de onderwijsbegroting. Al met al een pakket van netto zo’n anderhalf miljard aan structurele investeringen in onderwijs & onderzoek. In de strijd tegen het lerarentekort, kansenongelijkheid en later de gevolgen van de coronapandemie trok het kabinet de afgelopen jaren opnieuw de portemonnee. Maar dat nieuwe geld was nagenoeg allemaal eenmalig. Tot twee keer toe toverde Den Haag extra geld uit de hoge hoed om de impact van de coronacrisis op te vangen, 495 miljoen euro in mei en 210 miljoen in november 2020. Een deel daarvan is bedoeld als compensatie voor studenten in het mbo en hoger onderwijs, maar het grootste deel komt - als het goed is - terecht bij de scholen. Voor de goede orde: afgelopen maand (februari) zou onderwijsminister Slob met een meerjaren nationaal onderwijsplan komen, inclusief financiële toezeggingen. Dat was na de deadline voor dit nummer en kon in dit verhaal niet meer worden meegenomen. Geen handtekening Daarnaast was er de 300 miljoen euro die eind 2019 naar het primair en voortgezet onderwijs ging via het najaarsconvenant voor meer ontwikkeltijd en verlaging van de werkdruk. De AOb zette er uiteindelijk geen handtekening onder, omdat er nagenoeg alleen eenmalig geld in zat. Op 16,5 miljoen voor salarisverbetering in het voortgezet speciaal onderwijs na. Voor de aanpak van het lerarentekort in grote steden kwam er 32 miljoen per jaar bij. Daarmee zijn de nieuwe structurele investeringen sinds het regeerakkoord op één hand te tellen. Wel heeft het kabinet vorig jaar toegezegd om toekomstige tegenvallers op de begroting door hogere student- en leerlingaantallen voortaan op te vangen. Volgens de ramingen loopt dat bedrag de komende jaren op tot jaarlijks 450 miljoen euro. Die ‘nieuwe investering’ bracht het ministerie van Onderwijs prominent naar buiten met de voorjaarsnota vorig jaar. Als je die die bij de ruim anderhalf miljard optelt, kom je inderdaad uit op een structureel bedrag van twee miljard euro voor onderwijs en onderzoek. Maar het opvangen van tegenvallers is natuurlijk geen echte investering te noemen. Het is eerder het voorkomen van een verslechtering. Doelmatigheid En dan nog iets. Het geld uit Den Haag is maar een deel van het hele verhaal. Vorig jaar verscheen een rapport van onderzoeksbureau McKinsey, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Onderwijs. Onderwerp: de toereikendheid en doelmatigheid van de bekostiging in het primair en voortgezet onderwijs. Daaruit komt naar voren dat de rijksoverheid tussen 2009 en 2019 ongeveer 1,7 miljard meer heeft geïnvesteerd in het funderend onderwijs, maar dat tegelijkertijd andere overheden daar juist 1,9 miljard minder aan uitgaven. Met name gemeenten hielden de hand op de knip. ‘Denk hierbij aan een afname in gelden voor onderwijsachterstanden, voor¬ en vroegschoolse educatie, gesubsidieerde banen, en onderwijsbegeleiding’, aldus het rapport. Oorzaak: de financiële crisis en de decentralisatie van de jeugdzorg die de financiële huishouding van gemeenten onder druk zetten. De huidige financiering volstaat voor scholen om te kunnen voldoen aan een minimale basiskwaliteit, zo concludeert McKinsey. Maar voor de kennislandambities, de aanpak van het lerarentekort en de bestrijding van kansenongelijkheid is meer nodig: tot zo’n 1,5 miljard per jaar. Politici die graag fraaie ambities in de mond nemen, weten nu dus ook hoeveel geld ze daarvoor op tafel moeten leggen. {streamer} Nieuwe structurele investeringen sinds het regeerakkoord zijn op één hand te tellen CLAIM: ‘De aanpak van het lerarentekort begint vruchten af te werpen’ In de nadagen van zijn ministerschap benadrukt onderwijsminister Arie Slob met enige regelmaat dat er lichtpuntjes gloren in de strijd tegen het lerarentekort. De aanpak van het kabinet begint voorzichtig vruchten af te werpen, betoogt hij. Om eraan toe te voegen: maar we zijn er natuurlijk nog niet. Dat laatste is feitelijk juist. Maar hoe zit het met die positieve signalen? Om te beginnen: de landelijke omvang van het lerarentekort is onbekend. Het wordt namelijk niet geregistreerd door het ministerie van Onderwijs, ondanks een vurige wens van een meerderheid in de Tweede Kamer. Een aangenomen motie van SP, GroenLinks en de PvdA die Slob twee jaar geleden daartoe opriep, is nog altijd niet uitgevoerd. Slob verwijst zelf naar hoopgevende signalen uit een aantal grote steden. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere zijn wel cijfers gaan bijhouden. En volgens de meest recente Trendrapportage arbeidsmarkt leraren uit december 2020 zijn de tekorten daar tussen februari en oktober 2020 afgenomen. Daar plaatsen de onderzoekers belangrijke kanttekeningen bij. ‘Hier kan helaas niet de conclusie aan verbonden worden dat het lerarentekort in een half jaar structureel verminderd is’, schrijven ze. Het is mogelijk dat er een positief effect uitgaat van de noodplannen die de steden hebben gemaakt om het lerarentekort aan te pakken. Maar twee metingen zijn te weinig om daarop conclusies te baseren. Wat de onderzoekers wel signaleren, is de invloed van de pandemie. ‘Een belangrijk effect lijkt te wijten aan de coronacrisis. Schoolbesturen melden in gesprekken met OCW dat momenteel minder leraren vertrekken naar een andere school of naar een baan buiten het onderwijs dan voorheen. Als deze mobiliteit nu door corona verminderd is, valt te vrezen dat dit effect tijdelijk is.’ Ook in de ramingen van de landelijke tekorten werkt de coronacrisis door. Volgens dezelfde trendrapportage is de onvervulde werkgelegenheid in het primair onderwijs de komende jaren naar beneden bijgesteld. In 2025 verwacht het primair onderwijs aan leraren en directeuren zo’n 1500 voltijdbanen tekort te komen, bovenop het bestaande tekort. Eerder kwam die raming uit op 3000. De onderzoekers schrijven dat onder meer toe aan een toename van het aantal zij-instromers, maar ook aan de verslechterde economische vooruitzichten. Die dempen de personeelstekorten in het onderwijs. Ze zijn uiterst voorzichtig: ‘De afname van de groei van de tekorten ziet er hoopvol uit. Echter, het gaat nog steeds om een toename van de tekorten ten opzichte van de huidige situatie. Wat dat betreft is er nog steeds reden voor zorg.’ Pabo’s Een ander lichtpunt, volgens Slob, is de toename van de instroom op de pabo’s. En het klopt: die zit de laatste jaren in de lift met steeds zo’n 10 procent. Dit collegejaar is de instroom ineens spectaculair gestegen, bleek vorige maand uit nieuwe cijfers: een toename van 32 procent. Maar ook hierbij spelen een coronafactoren een rol. Doordat middelbare scholieren afgelopen jaar geen centraal eindexamen deden en veel minder voor een tussenjaar kozen, is de instroom in het hbo flink gestegen. Bovendien geven specifiek de pabo-cijfers een vertekend beeld doordat de toelatingseisen tijdelijk zijn versoepeld en de vereiste toets later gemaakt kon worden. De Vereniging Hogescholen verwacht dat extra ingestroomde studenten alsnog kunnen afvallen. Het is te vroeg om te juichen en dat geldt ook voor de flinke aanwas van zij-instromers. Grote vraag is hoeveel nieuwe leraren langdurig voor het onderwijs gevonden zijn en hoeveel er na een paar jaar - als ook de economie weer aantrekt - helaas weer zullen afhaken. {streamer} De landelijke omvang van het lerarentekort is onbekend Kleine factcheck} Lerarentekort in Laak 21 procent “In de wijk Laak in Den Haag ligt het lerarentekort op 21 procent”, betoogde Kirsten van den Hul (PvdA) tijdens een debat in de Tweede Kamer op 25 januari. Had ze haar cijfers op een rijtje? De meest recente informatie biedt een brief die de Haagse onderwijswethouder Hilbert Bredemeijer begin december naar de gemeenteraad stuurde. Daarin komt het aantal vacatures in het primair onderwijs in Laak uit op 47 voltijdbanen: 6 openstaande en 41 verborgen vacatures, gebaseerd op een meting in oktober 2020. Op een totale formatie in het stadsdeel van 219,8 is dat 21,4 procent. Daarmee heeft Laak relatief het grootste lerarentekort in de stad, al is het wel licht gedaald ten opzichte van een telling acht maanden ervoor. Conclusie: correct.


Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.