• blad nr 2
  • 1-2-2021
  • auteur D. van 't Erve 
  • Redactioneel

 

Les op school is voor entree-student essentieel

Het onderwijs op mbo niveau 1 en 2 mag wel op school plaatsvinden. Hoewel dat door de coronamaatregelen nog best ingewikkeld is, zijn het team en de studenten van de entree-opleidingen van mbo Amersfoort er blij mee. “Als alles online was, had ik niets gedaan”, aldus een leerling.

Studenten Samuel (18) en Selam (27) van de entree-opleiding voor anderstaligen zitten in een lokaal met een leeg tafeltje tussen hen in. Op het digibord is Feven (28) te zien die de Nederlandse les via de computer volgt. Zij is thuis omdat haar dochtertje van tien maanden vanwege de coronamaatregelen niet naar de opvang kan. “Hoe weet je dat je kooooken met een lange o moet maken”, vraagt Grietje Dijkstra, docent Nederlands bij MBO Amersfoort. “Omdat de ké in het midden alleen is”, zegt Samuel. “Heel goed”, zegt Dijkstra, terwijl ze de letter aanwijst op het bord. “We zeggen alleen geen ké maar ká. Er staat er maar één en dus is het geen kokken, maar koken.” Als de baby opeens kraait, barst iedereen in lachen uit. “Het wordt steeds gezelliger in de klas”, zegt Dijkstra opgewekt.
Waar andere mbo-opleidingen in principe alleen op afstand les mogen geven, vormen de entree-opleidingen een uitzondering. Niveau 1 en 2-studenten mogen fysiek naar school, met in achtneming van de coronamaatregelen. Zo is de kantine van het gebouw aan de Valutaboulevard in Amersfoort weliswaar geopend, maar alle zitplekken zijn afgezet met linten, op de vloer geven ronde paarse en rode stickers de looproute aan en ook op de trap is de looprichting strikt gescheiden. Om voldoende afstand te kunnen garanderen, zijn de klassen gesplitst in een ochtend- en middaggroep. “Ik vind het lesgeven in coronatijd heel intens”, vertelt Dijkstra. “Het is fijn dat de groepen klein zijn zodat je iedereen aandacht kunt geven, maar het is vervelend dat je niet dicht bij ze mag komen. Dat staat haaks op wat ze nodig hebben: iemand die ze soms letterlijk bij de hand neemt om een stap verder te komen. Ook actieve werkvormen waarin ze samenwerken, mogen niet. Dus het is zoeken hoe je de lessen leuk maakt, ook voor jezelf. Gevoelsmatig is het zwaar.”
Desondanks is het belangrijk dat deze doelgroep fysiek les krijgt, benadrukt Dijkstra. Zij geeft les aan de entree-opleiding voor anderstaligen: nieuwkomers die vaak nog maar een paar jaar in Nederland zijn. Zij moeten zich de taal, cultuur en regels in de samenleving eigen maken, terwijl ze vaak ook kampen met een trauma. Dijkstra: “Zij hebben zoveel meegemaakt en al zoveel stress in hun leven, het is goed dat online onderwijs daar niet ook nog bovenop komt. Ze komen graag naar school en willen graag leren. Dat maakt dat ik hier elke dag wel tot vijf uur wil staan als dat nodig is. Als zij blij naar huis gaan, is dat voor mij echt goud waard.”

Veiligheid
In het computerlokaal zijn negen studenten bezig met een oefentoets of ze bereiden hun presentatie voor. Meron (19) komt uit Eritrea en is nu vier jaar in Nederland. Hij heeft een wikipedia-pagina over het paasfeest open staan. ‘Ik gaa aan jullie uitlege over Pasen omdat ik ben blij op Pasen’, staat er in zijn schrift. “Is dit goed”, vraagt hij aan onderwijsassistent Lars van Schalkwijk. “Ja, dit is een goed begin. Wat is er nog meer leuk om te vertellen”, stelt Van Schalkwijk als wedervraag. Na suggesties over het eten en de kleding, kan de jongen weer verder. Van Schalkwijk werkt naast zijn hbo-studie social work drie dagen als onderwijsassistent, betaald van de ‘coronasubsidie’. “Het werk geeft veel voldoening”, vertelt hij. “Dat er tijd is om de studenten echt te leren kennen, maakt dat er wederzijds respect ontstaat. Ze zijn vaak heel dankbaar voor wat je doet. Bovendien is het heel gezellig.”
“Veiligheid en geborgenheid zijn belangrijke voorwaarden om te kunnen leren”, vult docent Dijkstra aan. “Zonder een goede relatie met de student lukt dat niet. Daarvoor moet ik hen leren kennen, maar zij mij vooral ook. Individuele begeleiding kost tijd en die is er niet genoeg. Zeker niet in deze periode, terwijl die juist nu zo hard nodig is. Ik merk dat er door corona een bepaalde angst leeft onder studenten, die ze niet verwoorden.”
Selam leest geconcentreerd een tekst over babyvoeding. Op de vraag ‘Wat is het tekstdoel’, vinkt ze het juiste antwoord ‘informeren’ aan. Ze is 27 jaar en nog maar vijf jaar geleden vanuit Eritrea naar Nederland gekomen. “Ik doe zorg en welzijn, want mijn hobby is mensen helpen. Hierna wil ik graag gaan werken. Ik ben heel blij dat ik naar school kan.” Als blijkt dat ze slechts drie foutjes heeft gemaakt, wil ze de oefentoets toch nog een keer doen. “Ik wil alles goed leren”, lacht ze verontschuldigend.

Vaderfiguur
Op de eerste verdieping van het kleurrijke en open gebouw in Amersfoort zijn ook de reguliere entree-opleidingen gehuisvest. De praktijklokalen waarin studenten van economie, zorg & welzijn, horeca en techniek ervaring kunnen opdoen, zijn deze middag op slot. Door de lockdown zijn er minder lessen op school en vooral studenten die moeilijk zelfstandig kunnen werken, mogen komen. De entree-opleiding is bedoeld voor studenten die nog geen diploma hebben behaald of uit het praktijkonderwijs komen. Hierna stromen ze door naar een niveau 2 of 3-opleiding of gaan ze aan het werk. Student Ridwan (23) heeft net zijn laatste examen erop zitten. “Ik moest alleen rekenen nog, dat ging wel goed”, vertelt hij. In 2016 was hij al eens begonnen met de opleiding, maar haakte af toen hij in de criminaliteit belandde. Hij zat een jaar vast, waarna hij besloot zijn leven te beteren. Nu heeft hij de opleiding niveau 1 en 2 versneld gedaan en start hij straks met social work op niveau 3. Hij loopt stage in een buurthuis. “Ik vind het mooi om jongeren te helpen”, vertelt hij. “De shit waar zij inzitten, heb ik ook allemaal gezien en meegemaakt. Ik heb nooit een vaderfiguur of een goed voorbeeld gehad. Ik kan hen uit eigen ervaring vertellen dat je met criminaliteit niks bereikt.”
Dat studenten van de entree-opleidingen wel op school les mogen krijgen, vindt hij goed. “Als alles online was, had ik niks gedaan. Face tot face werkt veel beter. Dan kun je gewoon de vragen stellen die je hebt. Als je thuis iets niet begrijpt, ga je dat niet zeggen voor de camera. De meesten schamen zich daarvoor.”
Docent Issam Karim is trots op hoe zijn student werkt aan een nieuwe toekomst. Dit zijn geen kwetsbare studenten, benadrukt hij. “Ze bevinden zich in een kwetsbare positie waar ze vaak niets aan kunnen doen. Het zijn juist heel sterke studenten, die ondanks hun omstandigheden toch weten te studeren.”

Buiten de boot
Net als Ridwan, die thuis ook nog voor zijn zieke moeder zorgt, heeft elke student een eigen verhaal. “Dat leer je alleen kennen door met ze in gesprek te gaan en ze te laten voelen dat je ze begrijpt”, zegt Karim. “Deze jongeren willen heel graag, maar missen net de sociale tools waardoor ze buiten de boot vallen. Dan gaat het over bijvoorbeeld het belang van afspraken nakomen, op tijd komen en een juiste houding. Voor hen is het essentieel om op school hierin fysiek les te krijgen, zodat ze zich straks in de maatschappij wel kunnen redden. School is voor deze studenten bovendien een uitlaatklep, ze voelen zich er gezien en gehoord. Daarbij hebben sommigen thuis geen internet of laptop, dan is online onderwijs niet eens mogelijk. Deze studenten hebben bovenal de structuur, regelmaat en aandacht op school nodig om gemotiveerd te blijven. Ik hoop dan ook dat we corona snel onder controle krijgen, zodat we weer op de normale manier les kunnen geven.”

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.