• blad nr 2
  • 1-2-2021
  • auteur M. Lange 
  • Redactioneel

 

Stagediscriminatie is lastig bespreekbaar

Mbo’ers met een niet-westerse achtergrond voelen zich vaker gediscrimineerd op hun stage. Daarvan melding maken, doen ze nauwelijks. Vaak weten ze niet waar en ze denken ook niet dat het helpt.

In het stagedagboek van de Irakees-Nederlandse Hafsa, mbo-student administratief medewerker, staat als één van haar taken omschreven: bellen met klanten. Maar al snel nadat Hafsa was begonnen aan haar stage, mocht ze de telefoon niet meer opnemen. Klanten zouden horen dat ze een niet-westers accent heeft. Hafsa: ‘Toen dacht ik, oké, je bedoelt dat ik een allochtoons accent heb.’
De Ghanees-Nederlandse mbo-student mode en maatkleding Yayra merkte bij het inleveren van haar stageverslag dat haar cijfer lager was dan dat van een autochtone medestudent. ‘Ik kreeg een 8. Toen vroeg de eigenaar van het bedrijf aan de stagebegeleider wat het cijfer was van het andere meisje dat stage liep. Het was een 8,5. Maar zij had bij elk kopje maar twee zinnen en ik had dertig zinnen. Ik had meer moeite gedaan.’
Bovenstaande voorbeelden komen uit de masterscriptie van socioloog en roc-docent Bram Verhappen. In opdracht van het College voor de Rechten van de Mens onderzocht hij de uitingen van discriminatie tijdens de stages van vijftien mbo-studenten. De namen Hafsa en Yayra zijn niet hun echte namen. “Ik heb ze willen beschermen”, zegt Verhappen. “Ik wilde vrijuit met hen praten, ze moesten alles kunnen vertellen over dit onderwerp wat ze kwijt wilden. En ik merkte hoe fijn ze het vonden om anderhalf uur lang hun hart te kunnen luchten.”
De bevindingen van Verhappen komen overeen met onderzoek van de Sociaal-Economische Raad in 2019. Het SER-rapport zegt dat 33 procent van de mbo-studenten met een niet-westerse migratieachtergrond minimaal vier keer of vaker moet solliciteren voordat zij een stageplek hebben gevonden. Voor studenten zonder migratieachtergrond geldt dat minder vaak (14 procent). Vooral meisjes met een hoofddoek en jongens met een Marokkaanse achtergrond worden vaker afgewezen. Studenten met een niet-westerse migratieachtergrond ervaren zowel tijdens hun opleiding als voor de start van hun loopbaan meer moeilijkheden. Als allochtone student sta je met twee-nul achter. En de coronacrisis helpt niet. Door corona zijn stageplekken voor alle mbo-studenten moeilijker te vinden, maar allochtone studenten lopen daar nog meer tegenaan.


Verhappen legde de cijfers naast elkaar van verschillende instanties waar je discriminatie kunt melden, zoals anti-discriminatiebureaus en het College voor de Rechten van de Mens. Hieruit blijkt dat er weinig tot geen melding gemaakt wordt door mbo-studenten. Bij het meldpunt stagediscriminatie van kenniscentrum SBB, die de accreditatie van de leerwerkbedrijven beheerd, komen gemiddeld zo’n vier meldingen per maand binnen. De overheidscampagne Kies Mij verwijst studenten die te maken hebben met stagediscriminatie door naar één van deze instanties.
“Vergeet niet dat mbo’ers vaak nog hartstikke jong zijn, soms pas vijftien jaar als ze de eerste keer gaan stage lopen en voor de eerste keer in aanraking komen met de volwassen bedrijfswereld.” Hbo’ers zijn al wat ouder en doorgaans meer zelfbewust. Verhappen merkte dat mbo’ers onder de indruk zijn van hun bazen. De meesten willen helemaal niet lastig zijn en ‘klagen’ over het gevoel achtergesteld te worden.
Maar ook omdat studenten die het wel bespreekbaar willen maken, vaak tegen een muur lopen, hun klachten worden namelijk niet herkend door meestal witte stagebegeleiders of docenten.
Neem het voorbeeld van Hafsa, zegt Verhappen. “Veel mensen zullen waarschijnlijk denken, nou, er zal wel een reden zijn dat ze niet mocht bellen, haar Nederlands zal wel slecht zijn. Maar dat is niet zo. Ze is in Nederland geboren en ze spreekt keurig Nederlands.” En vervolgt hij: “Tegen deze aannames, of blinde vlekken van stagebegeleiders of docenten, lopen de leerlingen aan. We zien dan over het hoofd dat in het voorbeeld van Hafsa een klasgenoot, een meisje uit de Achterhoek, met een behoorlijk accent, op hetzelfde kantoor, wel mocht bellen. Witte Nederlanders valt dat amper op, maar Hafsa ziet dat verschil wel.”
In de gesprekken met de studenten viel hem verder op dat discriminatie vaak niet te vangen is in één duidelijke gebeurtenis. Het gaat eerder om een aaneenschakeling van kleine incidenten als hogere cijfers voor autochtone studenten, zoals Yayra zag. Of als het gevoel krijgen er niet bij te horen omdat het maar niet lukt in gesprek te komen met collega’s.
Volgens projectleider en trainer Jurmet Huitema-de Waal van de Anne Frank Stichting moeten docenten en stagebegeleiders beseffen dat stagediscriminatie niet altijd makkelijk door hen herkend wordt. De Anne Frank Stichting maakte samen met Stichting School en Veiligheid een e-learning over stagediscriminatie (zie kader). “Vaak hebben docenten geen idee van stagediscriminatie en denken ze al snel dat het wel zal meevallen.” Ook hebben ze, zegt Huitema-de Waal veelal geen idee hoe ze hierover een gesprek moeten voeren met studenten of hoe ze moeten reageren als een student bijvoorbeeld tegen een leraar zegt: ‘Je discrimineert zelf!’ “Het gaat erom dat je echt kunt luisteren naar waar jouw studenten tegenaan lopen.”
Als studenten al melding maken van discriminatie, voelen ze zich vaak niet serieus genomen. Soms worden ze van het stageadres afgehaald, waar dan vervolgens een andere autochtone student naartoe wordt gestuurd. Verhappen: “Dan krijg je de vreemde situatie dat óf discriminatie wordt goedgekeurd óf dat het aan de student heeft gelegen.” Hij vindt het tevens een slecht teken als opleidingen ervoor kiezen om studenten met een migratieachtergrond te koppelen aan ondernemers met eenzelfde achtergrond. Het risico hiervan is, zegt hij, dat er een parallelle stagemarkt ontstaat langs etnische lijnen wat invloed heeft op de arbeidsmarktpositie van afgestudeerde mbo’ers met een migratieachtergrond.
Dat scholen niet makkelijk ‘nee’ kunnen zeggen tegen een stagebedrijf, snapt Huitema-de Waal. Stagebedrijven zijn toch al niet makkelijk te vinden, helemaal tijdens corona. “Toch zou het wel een volgende stap moeten zijn om de bedrijven waar gediscrimineerd wordt aan te pakken of te schrappen.”
Een student uit Verhappens onderzoek doet een heel aardige suggestie om scholen en stagebedrijven dichter bij elkaar te brengen. Laat bedrijven naar de school komen voor een eerste kennismaking of matching met studenten op een banenmarkt, oppert hij. Het voordeel hiervan is, denkt ook Verhappen, dat de student zich veilig voelt in de omgeving van school en het bedrijf een betere indruk krijgt van de stagiair en diens schoolomgeving. Op het roc in Haarlem waar Verhappen lesgeeft, doet de school al zoiets. De school legt het eerste contact tussen stageplaats en student. “De school is verantwoordelijk voor een veilige leeromgeving van de leerling. Dat geldt voor alle scholen. Als leerlingen vroeg in hun loopbaan afwijzing ervaren, is dat een slecht begin van hun vertrouwen in hun werkomgeving.” Dat kun je veranderen door een betere afspiegeling van studenten met een migratieachtergrond in het docentenbestand en schoolbestuur. “Hierdoor vergroot je de sociale veiligheid. Het is de hoogste tijd.”

{kader}
Stichting School en Veiligheid heeft samen met de Anne Frank Stichting een e-learning gelanceerd voor docenten en stagebegeleiders van het mbo. In twee korte modules worden handvatten gegeven over hoe je discriminatie bespreekbaar maakt. Oud mbo-student Sema Akgun vertelt in een van de modules over haar stage op een kinderdagverblijf. ‘Vanaf de eerste dag moest ik vooral huishoudelijk werk doen in plaats van kinderen verzorgen. Ik voelde me minderwaardig. Elke week zat ik er meer mee.’ Nora Harrachi, docent bij Roc Nijmegen, zegt in de e-learning: ‘Ik denk dat geen enkele docent expres discrimineert, maar stereotypering gebeurt wel snel. Er wordt al snel gedacht dat het aan de student ligt.’
School en Veiligheid en de Anne Frank Stichting organiseren ook workshops en trainingen over hoe je moeilijke gesprekken voert.

Ga naar aaanefrank.org en zoek op ‘stagediscriminatie’

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.