• blad nr 2
  • 1-2-2021
  • auteur L.. van Sadelhoff 
  • Redactioneel

 

Ook scholieren ‘trekken’ onduidelijkheid slecht

Wekenlang niet meer fysiek naar school, geen docenten meer live zien, geen vrienden meer op het schoolplein ontmoeten. Hoe ervaren jongeren de coronacrisis? “Ik ben bezorgd om mijn achterstand.”

Het was het begin van 2020 en havist Tom (17) zat in de aula van zijn middelbare school in Almelo. Hij zei het nog tegen zijn vrienden. “Dat virus komt hierheen. Ik weet het zeker.” Niemand geloofde hem, ze lachten er een beetje om, zo van: jaja, en straks is half Nederland besmet en zijn wij vrij, tuurlijk.”
Hij wil niet de betweter uithangen, maar: het kwam toch wel zo’n beetje uit, zijn voorspelling. “De eerste weken waren echt vaag, toen de school dichtging”, weet Tom nog. “We kregen weinig te horen. We wisten dat er toetsweken waren gepland, zoals altijd, maar of die doorgingen? Ik trok die onduidelijkheid niet zo goed.” Die communicatie kwam na twee weken pas op gang. “Eerst was alles een beetje losjes. De lessen waren facultatief, er werd geen absentie bijgehouden, we kregen heel weinig opdrachten en er was weinig contact met docenten.” Dus: Tom volgde amper les die eerste periode.
In diezelfde periode verging het de 16-jarige Britt, die in 5-havo zit op een middelbare school op Texel, zo ongeveer hetzelfde. “Ik weet nog dat ik toen dacht: dit is echt chill. Maar toen had ik nog geen idee hoelang dit zou duren.”
Dat is ook een probleem, merkt Tom: er was tijdens de eerste lockdown, en ook tijdens de tweede, geen perspectief. “De docenten zeggen niets en Mark Rutte kon ook niet zeggen hoelang het zou duren. Dat was wel frustrerend. Dat je heel snel denkt: hoe lang duurt dit nog?” Om het voor zichzelf wat makkelijker te maken, ging hij toch naar de lessen toe, vooral nadat ze door docenten verplicht waren gesteld. “Anders word je gek thuis, als je niets doet. School geeft toch een soort ritme aan je dag, ook als het digitaal is.”

Netflixen
Dat is wat Levi van Dam, orthopedagoog aan de Universiteit van Amsterdam, ook zag tijdens zijn onderzoek naar hoe jongeren omgaan met de coronacrisis en dan met name de eerste lockdown. “We hoorden van velen dat ze de eerste paar dagen of weken veel in hun pyjama rondhingen, en daarna toch normale kleren hebben aangetrokken en Netflix hebben uitgezet”, vertelt hij. “Er kwamen positieve zelfregulatiemechanismen op gang bij de meesten. Ik heb veel veerkracht gezien.”
Wat er ook bij jongeren ontstond: bewustwording. “De lockdown bracht een bepaalde verscherping met zich mee over sociale contacten. Jongeren zijn over het algemeen heel erg vertrouwd met digitale tools, maar zij gaven juist aan dat ze het waardeloos vonden om via hun computer contact te hebben met mensen.”
Zo vertelt de 14-jarige mavo-leerlingen Anna uit Haarlem: “Dan deed de wifi het weer niet; dan kon ik de docent weer moeilijk verstaan. Het is moeilijk om je te concentreren als je maar naar een scherm moet staren.”

Wel lekker rustig
Maar dat geldt niet voor iedereen. Van Dam en zijn collega’s constateerden dat de jongeren die het voor de coronacrisis al moeilijk hadden op school, in twee groepen te verdelen waren. De helft van die jongeren ervoer positieve effecten van de lockdown: ze voelden rust omdat er minder van hen werd gevraagd vanuit school en er minder betrokkenheid was van hulpverleners. De andere helft had het er moeilijker mee: die werd bevestigd in alle angsten en leed onder de verminderde toegang tot psychische hulp.
Dat zag ook Esther Polhuijs. Ze is kinderrechtenexpert bij Unicef en volgt de impact van de coronamaatregelen op het welzijn van jongeren in Nederland. “Algauw kreeg een steeds grotere groep er moeite mee. Los nog van de jongeren die thuis geen goed onderwijs konden krijgen door een onveilige thuissituatie of armoede.”
Die algemene, grote groep leerlingen had moeite met concentreren, ze vonden het digitale onderwijs eentonig, ze misten hun vrienden. “Er gebeurt veel via die mobieltjes”, beaamt Polhuijs, “maar het is moeilijk om initiatief te blijven nemen en contact te onderhouden als je elkaar niet kan zien. School is een belangrijke plek voor de sociaal-emotionele ontwikkeling voor kinderen. Daar leer je juist met elkaar te communiceren zonder dat schermpje.” Polhuijs noemt de situatie, ook vanwege de tweede lockdown en de onzekere periodes die nog komen gaan ‘zorgwekkend’. “Er wordt weinig perspectief geboden op dit moment, met de tweede lockdown.”

Stress door achterstand
En dan nog een probleem: de leerachterstand. Jongerensite Scholieren.com deed onderzoek naar de effecten van de (eerste) lockdown op scholieren. 1146 middelbare scholieren vulden een enquête in van de jongerensite, waaruit bleek dat 60 procent van de jongeren het gevoel heeft een leerachterstand op te hebben gelopen. 80 procent van de examenleerlingen die achterlopen op hun schoolwerk, zeggen hier stress van te ondervinden. Eén van hen is Thandi (16), die in Haarlem in 4-mavo zit. “Ik heb het een beetje onderschat, ik had niet verwacht dat mijn leerachterstand zo groot zou worden.” Ze merkt nu ze in de vierde zit, dat de stof die docenten ‘herhaling’ noemen, voor haar onbekend is. “Ik ben met wiskunde en aardrijkskunde echt achter gaan lopen, dat geeft stress. Dat komt deels omdat ik dingen heb gemist, maar ook omdat de kwaliteit van de lessen en de uitleg gewoon slechter wordt als alles digitaal verloopt.”
Ook Britt ‘stresst hem best wel een beetje’ door de achterstand. “Wat ik nodig zou hebben, is extra uitleg, en dat ik gewoon mag zeggen: Dit snap ik niet.” Uit diezelfde enquête van Scholieren.com blijkt dat 70 procent van de eindexamenleerlingen vindt dat er vanuit de school niet genoeg aandacht voor hen is. “Ik merk dat docenten nu vinden dat we ons 200 procent moeten inzetten, juist door die achterstand en de situatie, maar dat vind ik niet eerlijk”, zegt Thandi. “Ik had gehoopt dat mijn docenten iets realistischer zouden zijn. Ze houden zich vast aan de oude planning en ik zie eigenlijk het liefst dat ze een nieuwe planning maken.”
“Als ik denk aan corona en school, dan denk ik aan onduidelijkheid”, zegt Mees (17), die in 6-havo zit op de vrije school in Bergen. “Gaat die kunstreis door, hoe zit het met de examens, houden we onze oude planning aan of niet? Het voelt een beetje gek om je op dingen voor te bereiden waarvan je niet weet of ze doorgaan. Dus ik denk dat scholen niet moeten wachten tot de overheid iets bekendmaakt over hoe lang iets duurt, maar dat ze zelf moeten beslissen: dit zijn de nieuwe regels.”
Zo wordt nu de absentie bij Toms digitale lessen gecontroleerd: “Dat helpt wel.” Hij heeft ook wel veel aan sommige docenten. “Ze zeggen dat je de docent niet de schuld moet geven als je een vak niet leuk vindt, maar in de lockdown heb ik wel gemerkt dat het écht van de docent afhangt. Sommigen houden je actief bezig, willen graag contact, zijn serieus benieuwd hoe het met je gaat. Andere docenten zien je dagenlang niet, laten weinig van zich horen. Dan zie je ook: deze docent vindt zijn vak leuk en deze is liever vrij.”

Op de nek
Onderzoeker Van Dam zegt dat er in deze crisis voor docenten een belangrijke taak is weggelegd: hen inzichtelijk maken waarom de maatregelen op school, en tijdelijke lockdowns, nodig zijn. “Ze willen het kunnen plaatsen, deze crisis en de maatregelen die hun vrijheden beperken. Hun ouders zitten hen gevoelsmatig op de nek, ze zijn naarmate de tijd verstrijkt minder ontvankelijk voor nog meer nieuwe coronaregels. Maar als je als docent uitlegt wat het virus met mensen kan doen, of hoe ons zorgsysteem uit z’n voegen knalt, dan kunnen jongeren het beter begrijpen.”
In een les kan er makkelijk worden stilgestaan bij de situatie. Even een rondje: hoe gaat het met iedereen? Hoe is het met die thuiswerkende ouders aan de keukentafel? Wat missen ze het meest? En: hoe vinden ze het op school? Polhuijs: “Ik denk dat het goed is om ze te laten meepraten. Zo van: hoe gaan ‘we’ het werkbaar maken op school?”
Van Dam: “Je kan ze ook naar deze periode laten kijken met een bepaalde fascinatie. Zo van: dit is zwaar, pittig, heftig, maar ook bijzonder.” Er is ook meer in het leven dan alleen corona, benadrukt Van Dam. “Het is denk ik belangrijk om een balans te vinden tussen coronagerelateerde gesprekken, je eigen vak en die coach-rol die je als docent hebt. Ik hoop dat leraren ook kunnen denken: oké, mijn wiskunde/biologie/Frans blijven we doen, maar ik geef mezelf ook de ruimte om iets meer coach te zijn.” Zoals Tom vertelt: “Mentorles was voor de coronacrisis altijd al verplicht en soms een beetje saai. Maar nu is het zo’n gek jaar geweest. Elke les vroeg onze mentor ons één voor één ‘Hoe gaat het met jou?’. Dat had eigenlijk wel wat moois.’

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.