• blad nr 2
  • 1-2-2021
  • auteur R. Hassink 
  • Idee

 

Leren met lego

Daniël Ponsen, ook wel bekend als de legomeester, gebruikt minifiguren en bouwsteentjes van lego in zijn geschiedenis- en rekenlessen. Niet zozeer voor de lol, maar omdat het werkt.

Een man van 2,09 meter die in zijn lessen graag met minifiguren en bouwsteentjes van lego werkt. Die ogenschijnlijke contradictie slaat op Daniël Ponsen (37), leerkracht van groep 8 van basisschool de Peppelaer in Haarlem. Ponsen speelde als kind veel met lego en herontdekte het speelgoed tijdens een pabo-stage. “Ik moest een les geschiedenis geven in een groep 8, over de Romeinen, en ik besloot de les op te hangen aan een Romeinse legionair uit mijn lego-collectie.” Dat bleek een schot in de roos. Ponsen had meteen de aandacht van de leerlingen. “Alle kinderen kennen de bouwsteentjes van lego, maar niet iedereen kent de minifiguren. Wat ze vooral mooi vonden, was de tastbaarheid. Dat heb je niet met een afbeelding op het digibord. Door dat enthousiasme bij leerlingen ontstond bij mij het idee om er meer mee te gaan doen.”
Ponsen liet er geen gras over groeien en stelde vervolgens zijn afstudeeropdracht in het teken van lego en dan vooral van bouwsteentjes. “In de onderbouw worden bij meetkunde en rekenen vaak concrete materialen ingezet, maar in de bovenbouw verdwijnt dat op de meeste scholen. En dat terwijl je dingen heel inzichtelijk kunt maken door leerlingen figuren na te laten bouwen met lego. Denk daarbij aan zaken als transformeren, construeren en plattegronden.” Het onderzoek van Ponsen leidde tot verrassende resultaten. Door lego in te zetten als interventiemiddel was er ten aanzien van de nulmeting sprake van een gemiddelde procentuele stijging van 35 procent in het juist beantwoorden van vragen door leerlingen. Ponsen: “Een significant verschil, daar was ik zelf eigenlijk ook heel verbaasd over.”
Als groep 8-leerkracht zet Ponsen lego in bij verschillende vakken. Zelf heeft hij een zwak voor de minifiguren officieel Lego collectible minifigures die hij gebruikt in zijn geschiedenislessen. De afgelopen jaren heeft hij een tijdlijn samengesteld van 72 historische minifiguren die vrijwel alle tijdvakken beslaan (en die met zijn lengte van 2,5 meter nog net in een van de vensterbanken van zijn leslokaal past). Zo bevat de tijdlijn figuren als Cleopatra en Columbus, maar ook Jeanne d’Arc en Elvis Presley. Bij elk minifiguur heeft Ponsen een boeiend verhaal dat hij dan vertelt in de klas en dat leerlingen nog eens kunnen nalezen op zijn website met daarbij ook afbeeldingen en links naar youtube-filmpjes. “Ik gebruik voor geschiedenis gewoon een lesmethode waarbij de figuren van mijn tijdlijn regelmatig voorbijkomen. Vervolgens raadplegen de leerlingen vaak bij opdrachten mijn website voor aanvullende informatie. Laatst hadden we het bijvoorbeeld over de ruimte en dan komen Nicolaas Copernicus, Isaac Newton, Neil Armstrong, Stephen Hawking en Albert Einstein ter sprake. Even daarvoor ging het over de Tweede Wereldoorlog en dus ook over Adolf Hitler en Anne Frank.”

Tijdlijn
Naast geschiedenislessen gebruikt Ponsen de tijdlijn ook als hij een kwartiertje tijd over heeft. “Dan vragen leerlingen vaak ‘Meester, kunnen we iets van de tijdlijn doen’. Daaraan kun je merken dat het werkt. Ze worden erdoor geprikkeld en daar draait het uiteindelijk om. Als je aan mensen vraagt ‘Wat was je favoriete docent op school’ dan zeggen de meesten ‘De docent die mooie verhalen kon vertellen’. Het gaat er voor mij niet om hierin de nummer één te worden, maar ik wil heel graag die fascinatie bij leerlingen naar boven halen.”
De 72 minifiguren zijn vrijwel allemaal samengesteld uit verschillende onderdelen die Ponsen via platforms en websites heeft opgespoord en besteld. “Ik wil dat de poppetjes ook echt lijken op de historische personen, dus ik ben niet snel tevreden.” Hij bekostigt alles uit eigen zak. Door via zijn website een kwartetspel en boekenleggers te verkopen verdient hij iets terug, al is het vaak niet meer dan de kosten voor de website. Maar dat vindt hij geen enkel probleem. Heeft Lego zich al gemeld als sponsor? “Nee, maar dat mogen ze absoluut doen, want ik zou graag mijn kennis rondom lego en onderwijs willen delen en eventueel willen samenwerken.”
Ponsen krijgt via zijn website veel reacties van collega-leerkrachten die met lego aan de slag willen. Inmiddels bekend als legomeester werd hij geïnterviewd door verschillende media. “Daar ben ik echt heel trots op en dankbaar voor. Al lijkt het in de media soms wel alsof dit een uit de hand gelopen hobby is, terwijl het feitelijk een instrument is om het beste uit mijn leerlingen te halen.”
Voor collega’s die ook met lego willen werken, heeft de legomeester tot slot nog een tip. “Doe het alleen als je echt iets hebt met lego, want als je hiervoor passie moet veinzen, prikken leerlingen daar snel doorheen.”

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.