• blad nr 2
  • 1-2-2021
  • auteur W. de Lange, de 
  • Column

 

Ze zit thuis en ze lijdt

Lockdown of geen lockdown, Sheona zie ik niet meer. Ze is nooit op school. Het lukt d’r niet. De eerste lockdown deed de deur dicht. Als die er niet was geweest, had ze het uit gewoonte misschien volgehouden, met pijn en moeite.
Die pijn en moeite moeten letterlijk worden genomen. Sheona had vaak barstende hoofdpijn. De herrie van onze school maakte haar ziek. Ze leek uitsluitend naar binnen te kijken, verstard als een getraumatiseerde oorlogsveteraan die het contact met de buitenwereld minimaal houdt.
Er was en er is niets verwends aan Sheona. Ze wekte geen seconde de indruk liever thuis te zitten netflixen. Er was en er is ook niets ontspoord aan Sheona, in de gebruikelijke zin van het woord. Ze heeft geen woest leven, met rondhangen en tiktokken, met jongens en drugs. Ze zit thuis en ze lijdt. Maar ik weet niet aan wat.
We bespreken Sheona’s geval in een zoom-vergadering. Ze moet wat leren en dat gaat niet met thuisopdrachten. ‘We’ zijn vijf vrouwen: Sheona’s moeder (die weinig zegt), de schoolarts, de zorgcoördinator van onze school, een externe psychologische mevrouw van jeugdzorg die me zowel daadkrachtig als betrokken voorkomt, en ik.
Waarom Sheona niet? Ze zou in zo’n vergadering tegen het plafond gaan van de spanning en de hoofdpijn en niets durven zeggen. Waarom ik wel? Dat vraag ik me ook af. Ik ben niet haar mentor en ik geef haar allang geen les meer. Sheona heeft me aangedragen, maar na de vergadering weet ik nog steeds niet waarom.
Ik loop mijn herinneringen na. Haar achternaam wees op een verwantschap met een belangrijke, nette politicus in Suriname. Daar vroeg ik een keer naar. “Ja, is familie”, zei ze, traag en met neergeslagen ogen, zonder enig vertoon van betrokkenheid.
Ik gaf haar klas Frans, Duits en mens en maatschappij. Die vakken waren voor Sheona alle drie rampzalig moeilijk. Maar omdat ze altijd op ‘still’ stond, kreeg ze van mij veel te weinig aandacht. Niet veel meer dan ‘Hup, ga eens aan het werk’ en ‘Moet ik je helpen? Nee? Roep me, hè?’. Dat roepen deed ze dan niet.
Eén keer liet ik de rest van de klas barsten en ging ik ongevraagd bij haar zitten om een beetje te haben-en-seinen. Met zijn tweeën, vele minuten lang, heel zachtjes de oefenliedjes zingen, rijtje schrijven, vormen vertalen. Het lukte en ik riep enthousiast: “Je kan gewoon Duits leren, jij!” Ze keek me aan en glimlachte. Eén keertje. Zou ze me daarvoor de eer hebben gegund mee te vergaderen? Of om me als het ware met terugwerkende kracht in te peperen: je hebt gefaald, je hebt me in de steek gelaten, met je ‘Roep me, hè’, terwijl je zelf aan het verzuipen was in die drukke klas.
Er is een trauma, zoveel wordt me duidelijk uit de zoom-vergadering. Maar de vrouwen die weten wat haar is overkomen, vertellen niet wat. Terecht. Dit verhaaltje heeft dus geen clou. De zorgcoördinator zoekt door naar een van die schaarse plekken in ons onderwijs waar iemand als Sheona kan leren.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.