• blad nr 2
  • 1-2-2021
  • auteur J. Poortvliet 
  • Redactioneel

 

Lopendebandwerk en misleiding bij opleider NCOI

De private opleidingsgigant NCOI verwierf in tien jaar tijd een monopolie op omscholingscursussen. Studenten klagen over extra kosten voor begeleiding, feedback en herkansingen. Docenten zijn veelal onbevoegde freelancers, die zich via een rating-systeem kunnen inschrijven op werk. “Het is uiteindelijk een salesorganisatie.”

Mager materiaal verpakken in dure standaardpakketjes en die op de rand van misleiding aan de man brengen, dat is volgens platform voor onderzoeksjournalistiek Investico kortgezegd wat NCOI doet. Drie onderzoeksjournalisten doken voor De Groene Amsterdammer, Trouw en het Onderwijsblad afgelopen half jaar in de wereld van de grootste volwassenenopleider van Nederland. Zij schetsen een verkooporganisatie waar studenten klagen over onvoorziene kosten, wisselende leslocaties en onduidelijkheid over de waarde van diploma’s. En waar docenten bijna allemaal freelancers zijn zonder onderwijsbevoegdheid die hun lessen noodgedwongen afdraaien als lopendebandwerk.
Neem Volker. Hij werkt al jaren voor verschillende ‘labels’ van NCOI en moet nog even met ze verder, dus wil hij net als het merendeel van de zestien andere docenten die Investico spreekt alleen anoniem zijn verhaal doen. De meesten hebben geen onderwijsbevoegdheid. Volker: “Je solliciteert en geeft een presentatie van vijf minuten, als je dat oké doet mag je aan de slag.” Je krijgt het cursusmateriaal opgestuurd. “En een draaiboek waaruit je de les kan voordragen.” Bovendien opereer je in je eentje: “Als ik een collega wil spreken, dan moet dat via het hoofdkantoor.”
Wat het onder andere moeilijk maakt om goed les te geven, zegt hij, is dat je niet weet wat er getoetst wordt. “Je weet dus eigenlijk nooit helemaal hoe je het materiaal moet onderwijzen.” NCOI-docent die later kort examinator werd, kon in die rol wel toetsen inzien. “Ik dacht toen: poeh, ik vraag me af of mijn studenten hier doorheen waren gekomen.” Let wel: examens worden apart in rekening gebracht. Een herexamen of extra begeleiding kost studenten veel geld en is daarmee kassa voor de opleider.

Fabrieksmatig
Opleidingen van NCOI zijn opgebouwd uit een stuk of zes modules, maar je kunt ook twee van die modules volgen, dan heet het een cursus, of deelprogramma. Dat vertelt een voormalig medewerker in het middenmanagement van de organisatie. Ze beschrijft een systeem met verschillende rollen. “Docent, onderwijsontwikkelaar en examinator zijn vaak verschillende mensen. Er is vanuit NCOI een contactpersoon voor de docenten en weer een ander contactpersoon voor de onderwijsontwikkelaars. Heel fabrieksmatig.”
Het is de methode van Henry Ford: een proces in zoveel mogelijk kleine handelingen verdelen, om die zo routineus mogelijk te laten uitvoeren. “Het maakt NCOI een heel efficiënte organisatie. Maar ik kan me voorstellen dat studenten en docenten geen idee hebben wie ze moeten hebben voor hun vragen.” Haar oud-collega’s werken hard, zegt ze, en dat zorgt ervoor dat de kwaliteit vaak nog net op orde is. “Maar dat voert niet de boventoon. Ze zijn er heel goed in om studenten binnen te halen, maar studenten naar een diploma helpen, is niet de prioriteit. Het ontbreken van die zorgplicht is onderdeel van het verdienmodel. Het is uiteindelijk een sales-organisatie.”
En in die sales-omgeving zijn voor docenten de studentevaluaties ‘heilig’. Docent Volker: “Je wil een zo hoog mogelijke beoordeling hebben, dus je steekt extra tijd in het begeleiden van studenten en in voorbereiding.” Die beoordelingen leiden vervolgens tot een rating. “Bij gemiddeld een 7 of lager krijg je een C, pas boven een 8,5 heb je een A-rating.” Een ontevreden student kan een behoorlijk verschil maken voor je volgende klus, want de rating bepaalt je toegang als docent tot een nieuwe cursus. “Docenten met een A mogen als eerste kiezen”, zegt Volker. “Met een B krijg je later toegang en met een C nog later. En nieuwe cursussen komen altijd midden in de nacht online.”
Investico spreekt docenten die ‘s nachts hun wekker zetten om de pagina te verversen. In wezen werkt het niet anders dan het sterrensysteem van taxibedrijf Uber, maar dan voor onderwijs. Met één verschil: je kan met een A-rating ook preferred supplier worden, dan heb je helemaal als eerste alles voor het uitkiezen. Maar voor dat privilege moet je wel 10 procent van je vergoeding inleveren. Door corona en het feit dat ze niet meer reizen voor hun werk zijn docenten dit voorjaar al 20 procent op hun vergoeding gekort.

Diploma
Waar docenten geen inzicht krijgen in toetsen, is het voor studenten geregeld lastig te achterhalen wat ze precies kunnen met hun de opleiding. Meryem (niet haar echte naam) bijvoorbeeld wilde na dertien jaar rijleraar te zijn geweest, solliciteren op een nieuwe baan waar ze een mbo-diploma voor nodig heeft. Ze begint bij NCOI-label Scheidegger aan een eenjarig hbo-programma psychologie en coaching. “Volgens Scheidegger was dat voldoende voor de mbo-functie. Maar toen ik solliciteerde bleek het diploma niets te betekenen. Het was niet erkend.”
Ook voor Silvester van Kleij is het lastig om de waarde van zijn opleiding in te schatten. “Ik ben treinmachinist en wilde doorgroeien”, zegt Van Kleij die een opleiding in middenmanagement deed bij NCVOI-dochter ISBW. Hij leest voor uit het informatieboekje: “Hierbij ontvang je het zeer gewaardeerde diploma ‘Hbo middle management’.” Verderop staat wel dat het programma ‘een opstap’ kan zijn naar een ‘erkende hbo-bachelor’, maar op de website van de opleiding staat dan weer dat de student een ‘officieel diploma’ ontvangt.
NCOI is in het verleden meermaals op de vingers getikt voor het zaaien van verwarring over de status van de opleidingen. Zo schreef de Onderwijsinspectie in 2016 dat NCOI voor verschillende mbo-programma’s ‘de indruk wekte dat er sprake is van een erkend mbo-diploma’, terwijl die programma’s niet officieel waren erkend. Ook in 2010 waarschuwde de inspectie daarvoor en in 2012 was accreditatieorganisatie NVAO not amused omdat opleidingen die nog niet waren geaccrediteerd, wel zo werden gepresenteerd.
Op de NCOI-website staat nog steeds dat deelnemers aan niet-erkende hbo-programma’s aan het eind een ‘diploma hbo van hogeschool NCOI’ ontvangen. “Dat is misleidend”, reageert een woordvoerder van de NVAO. De Onderwijsinspectie zegt binnenkort een onderzoek te starten naar de diplomaclaims van NCOI. Volgens de inspectie moet de wetgeving duidelijker. Termen als hbo-niveau en mbo-diploma zijn nu niet wettelijk beschermd en leiden tot een ‘grijs gebied’. Dit vraagt volgens de inspectie om verduidelijking in de wet, zodat ook over termen als hbo en hbo-diploma geen discussie meer kan ontstaan.

Onderschat
In een reactie laat NCOI weten dat de teksten op de website over niet-erkende diploma’s zijn afgestemd met de Onderwijsinspectie. “Bovendien kan ik me niet voorstellen dat mensen denken dat een eenjarig hbo-programma gelijkwaardig is aan een volledige hbo-bachelor”, zegt Eric Verduyn, directeur Onderwijs bij NCOI. “Ik denk dat je onze studenten dan echt onderschat.” De Onderwijsinspectie ontkent dat NCOI alle formuleringen met hen afstemt. Bij eerder onderzoek heeft de inspectie wel naar die teksten gekeken, “maar informatie van NCOI kan regelmatig wijzigen en wij kijken niet mee met elke nieuwe formulering.”
Over de docent-ratings zegt Verduyn van NCOI dat deze worden bepaald aan de hand van studentevaluaties en slagingspercentages. “Ik begrijp dat die ratings een beetje als slavenhandel kunnen voelen, maar we hebben gezien dat het tot kwaliteitsverbetering leidt. Docenten vragen ons echt: Hoe kom ik van een C naar een A?” En dat docenten ‘s nachts hun wekker moeten zetten om zich op nieuwe vakken in te schrijven? “Dat heeft met de server te maken, die krijgt dan een update.”

(voetnoot)
Het platform voor onderzoeksjournalistiek Investico publiceerde eerder over NCOI in De Groene Amsterdammer, dagblad Trouw en op de website van de AOb. Investico sprak in de tweede helft van 2020 met ruim vijftig studenten, (oud-)docenten en (oud-)medewerkers van NCOI en haar vele dochterondernemingen. Het Onderwijsblad koos ervoor te focussen op de positie van de docent. Wil je meer lezen over studentervaringen met NCOI-labels? Lees dan de longread op platform-investico.nl
De volledige namen van Volker en Meryem zijn bekend bij de redactie. Dit onderzoek is uitgevoerd en uitgewerkt door Emiel Woutersen, Michelle Salomons en Thomas Muntz en kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

{kader 1}
Strooptocht
NCOI nam de afgelopen jaren de ene na de andere concurrent over: secretaresseopleider Schoevers; tweedekans-school Luzac, cursusgigant NTI; voorheen het Nederlands Talen Instituut en nog bijna twintig andere opleidingsinstituten. Het bedrijf geeft zijn eigen lesboeken uit en creëerde met de website opleiding.nl een soort booking.com voor particuliere opleidingen. In 2020 lijfde het instituut de belangrijkste concurrent LOI in; voorheen de Leidse Onderwijs Instelling. Autoriteit Consument en Markt gaf toestemming voor deze overname.

{kader 2}
Winst
NCOI heeft momenteel 136 geaccrediteerde hbo-opleidingen en meer dan 158 erkende mbo-studies. Het bedrijf draait een jaaromzet van 250 miljoen euro en maakt meer dan 30 miljoen euro winst. Dat is een winstmarge van ruim 10 procent.

{kader 3}
Gesubsidieerd omscholen
Het UWV subsidieerde sinds 2018 en 2019 voor 2 miljoen euro aan NCOI-opleidingen, blijkt uit documenten die platform voor onderzoeksjournalistiek Investico verkreeg met een beroep op Wet openbaarheid bestuur. Dat is ongeveer 10 procent van het totale scholingsbudget van de uitkeringsorganisatie. Via Dienst Uitvoering Onderwijs is ook het ‘levenlanglerenkrediet’ voor private opleidingen in te zetten.
Intussen komt grootschalig volwassenonderwijs binnen de publieke sector maar niet van de grond, onder andere door wettelijke beperkingen. Sinds 1996 ontving het kabinet rond de twintig adviezen hierover. Ook werden ruim vijftig onderzoeksrapporten over een ‘leven lang leren’ gepubliceerd. Het jongste plan heet ‘experiment vraagfinanciering’ en dateert uit 2016.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.