- blad nr 1
- 1-1-2021
- auteur J. Aarts
- Raad en daad
Verlofmogelijkheden rond zwangerschap uitgebreid
De wettelijke regelingen voor bevallingsverlof en partnerverlof bieden tegenwoordig vele mogelijkheden om te wennen aan het vader- en moederschap. Docente Femke is dolblij met de geboorte van haar dochtertje Lauren Anne, een maand geleden. Ondanks haar vermoeidheid geniet ze volop van haar kindje. Femke, die een fulltime dienstverband heeft en met veel plezier lesgeeft op een middelbare school in het westen van het land, moet er nu nog niet aan denken om weer vijf dagen per week voor de klas te staan. Ze heeft ervoor gekozen om de zestien weken zwangerschaps- en bevallingsverlof waarop ze recht heeft, te verdelen in vier weken verlof voorafgaande aan de uitgerekende datum van bevalling en twaalf weken erna. Nu haar kindje er is, twijfelt ze hieraan en denkt ze dat het voor zowel haarzelf als voor haar kindje beter zou zijn wat rustiger aan te beginnen. Daar komt bij dat haar partner gebruik wil maken van partnerverlof. Zij vraagt aan de AOb hoe dat precies zit. Sinds 1 januari 2019 bestaat al de wettelijke mogelijkheid voor de partner om één week verlof op te nemen (ook wel geboorteverlof of vaderschapsverlof genoemd), maar dit is vanaf 1 juli 2020 uitgebreid met nog eens vijf weken. Partner Jeroen ziet het wel zitten om gedurende een periode van twaalf weken 50 procent te werken. Femke kan er voor kiezen haar bevallingsverlof (dat is het verlof na je bevalling) na de zesde week flexibel op te nemen. In de Wet arbeid en zorg is hierover bepaald dat dit laatste gedeelte van het bevallingsverlof naar eigen inzicht in delen kan worden opgenomen. Maar dat verlof moet dan wel binnen een periode van dertig weken worden opgemaakt. Het verzoek tot het opdelen van het bevallingsverlof moet bovendien uiterlijk drie weken na de bevalling worden gedaan. Haar werkgever moet binnen een termijn van twee weken op dit verzoek reageren en mag het alleen afwijzen op grond van zwaarwichtige omstandigheden. Femke is er snel uit met haar werkgever. Zij kiest ervoor om de laatste vier weken waarin ze het bevallingsverlof gepland heeft, te starten met werken, maar voor de helft van haar betrekkingsomvang. Zo kan zij er langzaam aan wennen om na acht weken weer vijf dagen voor de klas te staan. Haar partner gaat vanaf het moment dat Femke haar werkzaamheden start ook tweeënhalve dag per week minder werken. Zodoende kunnen ze de opvang van hun dochtertje nog een lange periode samen voor hun rekening nemen, alvorens Lauren Anne de stap naar het kinderdagverblijf gaat maken. Deze rubriek is gebaseerd op ervaringen uit de praktijk van AOb-juristen